
Om goed onderzoek te kunnen doen, is geld nodig. Veel geld. Dat geld komt uit verschillende geldstromen.
- De eerste geldstroom komt van de overheid. Hiervan worden algemene onderzoekskosten en de salarissen van de meeste onderzoekers betaald.
- De tweede geldstroom bestaat uit subsidies en prijzen die rechtstreeks door organisaties als de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) worden uitgekeerd aan onderzoekers, onderzoeksprojecten en onderzoeksprogramma’s.
- De derde geldstroom bestaat uit collectebusfondsen. Het gaat meestal om stichtingen, zoals het Koningin Wilhelmina Fonds of het Reumafonds die geld inzamelen via collectes. Het ingezamelde geld wordt onder andere besteed aan wetenschappelijk onderzoek.
- De vierde geldstroom bestaat uit geld van het bedrijfsleven en van particulieren.
Het binnenhalen van geld uit de tweede, derde en vierde geldstroom heet wervend vermogen. Ons wervend vermogen is in 2009 met meer dan vijfentwintig procent toegenomen tot € 103 miljoen. Ten opzichte van andere UMC’s hebben we daarmee een brede basis. We scoren zowel landelijk als Europees en internationaal goed.