Een niet-fysiologische voorkeurshouding (VKH) bij zuigelingen mogelijk leidend tot deformationele plagiocephalie (DP) komt sinds het slaaphoudingadvies van 1989 in toenemende mate voor bij jonge zuigelingen. Een prevalentie van 12,2 % maakt dit tot een frequent voorkomende behandelindicatie in de eerstelijns kinderfysiotherapiepraktijk. Onze eerste onderzoeken waren gericht op het onderscheiden van oorzaken voor asymmetrie, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen een symptomatische en een idiopathische asymmetrie.
Bij à terme geboren kinderen is aangetoond dat omgevingsfactoren een grote rol spelen bij het ontwikkelen en in stand houden van een voorkeurshouding. Bij neonatologie follow-up controles bij prematuren blijkt de prevalentie opvallend hoger te zijn dan bij à terme geboren kinderen, maar verhoudingsgewijs is er minder schedelafplatting. De vraag dient zich aan of hier ook sprake is van neurale rijpingsaspecten zoals posturale controle en variabiliteit. Deze groep kinderen kan ons mogelijk leiden naar betere inzichten in deze kindfactoren. In een gezamenlijk onderzoek van de afdeling kinderfysiotherapie en de afdeling neonatologie van het WKZ/UMC Utrecht wordt nu een prospectief longitudinaal onderzoek bij een groep prematuren opgezet, waarbij de mate van asymmetrie en motorische rijping worden vastgesteld, alsmede risicofactoren worden onderzocht. De uitkomsten hiervan kunnen richting geven aan een vervolgonderzoek naar een adequaat preventie- of interventieprogramma voor een selecte groep prematuur geboren kinderen.
Inlichtingen bij:
Drs. J. Nuysink, Kinderfysiotherapeut, onderzoeker (
j.nuysink@umcutrecht.nl)
of Dr. J. van der Net, Co-promotor (
j.vandernet@umcutrecht.nl)