Na de operatie gaat u naar de Intensive Care. Als u op de Intensive Care komt, slaapt u nog. U wordt in principe geïsoleerd verpleegd. Dat doen we om infecties te voorkomen. Tijdens en na de transplantatie krijgt u medicijnen om afstoting te voorkomen (immunosuppressiva). U hebt hierdoor een sterk verlaagde afweer en een verhoogd risico op infecties. De beschermende maatregelen die genomen worden, zijn:
- U ligt op een éénpersoonskamer met sluis.
- De kamer wordt van tevoren schoongemaakt en gedesinfecteerd.
- In de kamer bestaat een overdruk. Dat wil zeggen dat bacteriefilters de lucht zuiveren en dat er geen ongezuiverde lucht de kamer in kan komen.
- Iedereen die de kamer binnenkomt, draagt beschermende kleding (een schort) en moet altijd de handen goed wassen en desinfecteren. Dit geldt zowel voor personeel als voor bezoekers.
- Alle voorwerpen die de kamer binnenkomen worden eerst gedesinfecteerd. Voor post, nieuwe tijdschriften en nieuwe boeken gelden geen bijzondere maatregelen. Bloemen, voedsel of dranken zijn niet toegestaan.
- Personen met een infectieziekte, verkoudheid of koortslip mogen niet op uw kamer komen.
- De eerste tijd mogen er niet te veel verschillende mensen op uw kamer komen. Kinderen onder de 14 jaar mogen pas op bezoek komen na toestemming van de IC-verpleegkundige.
U bent aangesloten op bewakingsapparatuur om goed in de gaten te houden hoe het met u gaat. U bent aangesloten op een beademingsmachine. U merkt dit pas als u na enkele uren of dagen wakker wordt. U hebt dan een beademingsbuis in uw keel. Dit kan een benauwd gevoel geven en u kunt niet praten. De gemiddelde beademingsduur ligt tussen de twee en vijf dagen. De communicatie tijdens deze periode verloopt:
- via gebaren;
- door het stellen van vragen waarop u alleen ja of nee hoeft te antwoorden of
- via een letterbord waarop u letters aanwijst van het woord dat u wilt zeggen.
Zodra u zelf kunt ademen, halen we de beademingsbuis eruit. Zolang u nog aan de beademing ligt mag u niet drinken, omdat u niet goed kunt slikken. Als u dorst hebt, maakt de verpleegkundige uw mond en lippen vochtig.
U hebt meerdere infusen. Daardoor krijgt u medicijnen en voedingsstoffen toegediend. Een maagsonde zorgt ervoor dat uw maag leeg blijft en u niet misselijk wordt. U hebt ook een urinekatheter en twee tot vier plastic slangetjes (drains) om wondvocht en lucht af te voeren. U kunt soms pijn hebben van de wond en de drains. Hebt u pijn? Vraag dan om voldoende pijnstilling. Het is belangrijk dat u goed doorademt en goed kunt ophoesten. Als u pijn hebt, lukt dat niet.
Iedere dag:
- nemen we bloed en kweken af voor onderzoek
- maken we een röntgenfoto van de longen
- verzorgen we de wonden
- controleren we uw gewicht, bloeddruk, pols en temperatuur
- krijgt u fysiotherapie om uw ademhaling, spierkracht en conditie te verbeteren
In de war zijn
Door de operatie, de nieuwe medicatie en/of het verblijf op de Intensive Care kan uw waarneming verstoord raken. U kunt dingen zien of horen die mensen om u heen niet of anders waarnemen. Dit kan beangstigend zijn en u veel onrust geven. Vertel het de verpleegkundige als u hier last van hebt. Dan kijken wij wat we er aan kunnen doen.
U moet weten dat patiënten vaak in de war zijn na een grote operatie. Maar het gaat altijd weer over.
U blijft meestal drie tot zeven dagen op de Intensive Care. Maar dat kan langer of korter zijn. Als u weer zelf ademt en uw toestand is verder stabiel, gaat u naar de verpleegafdeling B3 west.
Informatie IC-Centrum
Meer informatie over het IC-Centrum kunt u vinden op de link hieronder. Om een beeld van deze afdeling te krijgen kunt u op deze site een filmpje bekijken op de site onder het kopje "afdeling". Voor een filmpje van de bezoekersruimte gaat u naar "bezoek/wachtruimte".