Zelfcontrole na longtransplantatie
Wanneer u na een longtransplantatie naar huis gaat, moet u dagelijks een aantal controles doen. Deze controles noteert u in het ‘zelfcontroleboekje’ dat u meekrijgt bij het ontslag.
Deze controles hebben als doel:
• vroegtijdig een infectie of afstoting op te merken;
• uw lichamelijke conditie in de gaten te houden en
• eventuele bijwerkingen van medicijnen op te merken.
Iedere dag noteert u in uw zelfcontrole boekje of in uw portaal:
- gewicht
Meet uw gewicht zoveel mogelijk op hetzelfde tijdstip van de dag. Laat de weegschaal altijd op dezelfde plaats staan.
- temperatuur
U moet uw lichaamstemperatuur elke per dag meten, op een vast tijdstip(voorkeur in de ochtend als je opstaat). Meet bij voorkeur rectaal, want dit geeft de meest betrouwbare uitslag. Meet u op een andere manier? Vermeld dat dan in het zelfcontroleboekje.
Als u zich niet goed voelt kunt u vaker meten. Slik zonder overleg met ons geen medicijnen om uw temperatuur omlaag te brengen (bijvoorbeeld paracetamol). Koorts kan wijzen op het begin van een infectie of een afstotingsreactie.
- longfunctie
U krijgt van ons een draagbare spirometer te leen. Daarmee blaast u de eerste drie maanden twee maal per dag uw longfunctie zoals u dat in het ziekenhuis hebt geleerd. De waarden noteert u in de daarvoor bestemde lijstjes in het zelfcontroleboekje. Na drie maanden blaast u een keer per dag .
U komt de eerste drie maanden na de longtransplantatie in principe elke week op de polikliniek longtransplantatie voor controle. U neemt het zelfcontroleboekje mee en bespreekt dit met de arts of longtransplantatieverpleegkundige/nurse practitioner longtransplantatie.
U moet tussendoor altijd contact opnemen als:
- uw gewicht in twee dagen met meer dan 2 kilogram stijgt, of u veel vocht vasthoudt;
- uw temperatuur hoger is dan 38.0 °C en dat na 4 uur opnieuw gemeten nog steeds is;
- als uw longfunctie meer dan 10% van uw normaal geblazen waarde is gezakt en gedurende een week niet verbetert.
- uw longfunctie meer dan 20% gezakt is gedurende twee dagen en niet verbetert , of als u duidelijk kortademig wordt of hoest of vies sputum heeft;
- u een infectie of andere lichamelijke klachten hebt (zoals misselijk, braken, diarree);
- u opgenomen wordt in een (ander) ziekenhuis.
Neem altijd contact op bij twijfel of onzekerheid.