Chronische afstoting ontstaat vroeg of laat na de transplantatie. Na vijf jaar heeft de helft van de patiënten een vorm van chronische afstoting. Het is vooraf niet te voorspellen wanneer chronische afstoting zal plaatsvinden. Het is een geleidelijk proces waarbij de longfunctie langzaam achteruit gaat.
Chronische afstoting is niet goed te behandelen. Dit in tegenstelling tot acute afstoting. Soms slaat de behandeling aan en herstelt de longfunctie zich. Of wordt het proces een halt toegeroepen. Maar helaas is het afstotingsproces vaak niet af te remmen met de medicijnen die we hiervoor op dit moment beschikbaar hebben.