Onderzoeken

Waarom?

Het moeilijke van epilepsiechirurgie is dat de hersenen het meest ingewikkelde orgaan zijn dat er op de wereld bestaat. Er zijn evenveel hersencellen als er sterren zijn in onze melkweg. Het aantal verbindingen tussen deze hersencellen is nog vele malen hoger. Ergens in deze massa cellen en verbindingen ontstaat een epileptische aanval. De kunst is om te vinden waar dat gebeurt. Vervolgens moet het absoluut zeker zijn dat een operatie geen schade aanbrengt aan wat we hersenfuncties noemen. Hersenfuncties zijn: het vermogen om te bewegen, te praten, te weten waar we zijn, iets te onthouden en te leren, ons te concentreren, en nog veel meer.

Eigenlijk willen we met epilepsiechirurgie het beste van twee werelden: geen aanvallen meer, en verder leven zonder daarvoor iets anders in te leveren. Dat lukt wonderbaarlijk goed. We zijn steeds beter in staat om precies te zien waar de epilepsie begint, en om de hersenfuncties in kaart te brengen. Als dat gelukt is, zijn de risico’s van een operatie duidelijk en kunnen aan u worden uitgelegd. U kunt dan met de neuroloog of neurochirurg beslissen of u geopereerd wilt worden.

De hoeveelheid onderzoeken die nodig is om uw hersenen ‘in kaart’ te brengen, is verschillend. Bij sommigen kan snel een besluit worden genomen na een paar onderzoeken. Bij anderen moeten ingewikkelde onderzoeken gebeuren die soms risico’s hebben.

Het gehele traject ziet er als volgt uit:
images7































Fase 0: Aanmelding bij de werkgroep epilepsiechirurgie
Als een neuroloog denkt dat een patiënt geholpen kan worden met epilepsiechirurgie dan meldt hij de patiënt aan bij de LWEC of een neuroloog in het UMC Utrecht voor het maken van een:  
  • MRI-scan van de hersenen                                                              
  • Registratie van aanvallen (EEG) met
  • video-opnamen in een epilepsiecentrum

Fase 1: Vooronderzoek

De leden van de LWEC bespreken van de aangemelde patiënten: 
  • De ziektegeschiedenis 
  • De uitslagen van de MRI-scan 
  • De registratie van uw aanvallen
Vervolgens wordt bepaald welke onderzoeken er verder nog gedaan moeten worden. Dit kan bijvoorbeeld zijn:
  • Een PET-scan
  • Een hersenscintigrafie (SPECT-scan)
  • Een magneto-EEG (MEG), in het VU Medisch Centrum te Amsterdam
  • Een neuropsychologisch onderzoek
De LWEC bespreekt de uitkomst van de onderzoeken. Er zijn dan twee mogelijkheden:
  1. Uit de onderzoeken blijkt dat een operatie niet mogelijk is, of dat een operatie de epilepsie niet geneest. De patiënt wordt dan weer terugverwezen naar zijn/haar eigen neuroloog. 
  2. Uit de onderzoeken blijkt dat een operatie mogelijk is. De patiënt gaat verder naar fase twee.


Fase 2: Preoperatieve onderzoeken

De patiënt krijgt een afspraak op de polikliniek van het UMC Utrecht, bij de neuroloog en/of nurse practitioner epilepsiechirurgie. Zij bespreken welke onderzoeken voor de operatie nog moeten gebeuren. Dit noemen we de pre-operatieve onderzoeken en dat kan zijn:

De uitkomst van de onderzoeken wordt opnieuw binnen de werkgroep besproken. Er zijn dan drie mogelijkheden:

  1. Uit de onderzoeken blijkt dat een operatie niet mogelijk is, of dat een operatie de epilepsie niet geneest. De patiënt wordt terugverwezen naar zijn/haar eigen neuroloog.
  2. Uit de onderzoeken blijkt dat een operatie wel mogelijk is. De patiënt gaat naar fase drie. Hij krijgt een afspraak bij de neurochirurg en de nurse practitioner op de polikliniek voor het bespreken van de operatie.
  3. Er moet nog een intracraniële EEG-registratie worden gedaan (Grid-onderzoek).


Fase 3: De operatie

In deze fase wordt de patiënt opgenomen en geopereerd. In het volgende hoofdstuk staat beschreven hoe dat gaat.

Fase 4: Na de operatie
Dit zijn de controles na ontslag uit het ziekenhuis. Deze controles zijn op de volgende momenten:

  • Na ongeveer 2 weken, op de polikliniek of via de telefoon bij de nurse practitioner.
  • Na 6 weken voor controle bij de neurochirurg. Men krijgt dan weer een gezichtsveldonderzoek.
  • Na 8 tot 10 weken krijgt men een MRI-scan en soms een controlebezoek bij de nurse practitioner.
  • Na 3 maanden weer controle bij de neurochirurg.
  • Na 6 maanden wordt er een neuro-psychologisch onderzoek gedaan.
  • Na twee jaar wordt er ook weer een neuro-psychologisch onderzoek gedaan.



 






Disclaimer© 2006-2014 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden