Prik-, snij-, bijt-, of spataccident

Hieronder worden alle gebeurtenissen verstaan waarbij de werknemer wordt blootgesteld aan mogelijk besmet bloed of met bloed verontreinigde lichaamsvloeistoffen via een niet-intacte huid of slijmvliezen. Er is dan sprake van een transmissierisico van micro-organismen, waarbij in de Nederlandse situatie de overdracht van bacteriën en parasieten verwaarloosbaar klein is, maar het risico vooral de bloedoverdraagbare virussen betreft. De meest voorkomende kenmerken van een prikaccident zijn:
  • doorboren van de huid met een scherp met bloedresten verontreinigd voorwerp: bijvoorbeeld verwonding aan een gebruikte injectienaald of ander scherp instrument, snijden aan glaswerk;
  • contact van bloed of met bloed verontreinigde lichaamsvloeistoffen op een niet intacte huid zoals wondjes, kloven, eczeemplekken;
  • spatten van bloed of met bloed verontreinigde lichaamsvloeistoffen in slijmvliezen van oog en mond (ook aerosolen);
  • mond-op-mondbeademing zonder beademingstube of -kapje, waarbij er sprake is van bloedbijmenging: bijvoorbeeld bij een aangezichtsverwonding;
  • door-en-door bijtwonden.
Na een accidenteel bloedcontact bestaat er risico op besmetting met een drietal ziekteverwekkers. Afhankelijk van de ziekteverwekker zijn er verschillende mogelijkheden om de kans op besmetting te verkleinen:

Hepatitis B

Bescherming tegen Hepatitis B na een accidenteel bloedcontact vindt plaats door passieve en/of actieve immunisatie.

Hepatitis C

Momenteel zijn er geen maatregelen beschikbaar om na een accidenteel bloedcontact besmetting met Hepatitis C te voorkomen.

HIV

Na een accidenteel bloedcontact kan gestart worden met medicijnen, die het risico op een HIV infectie mogelijk verkleinen. Dit heet Post Expositie Profylaxe (PEP). PEP bestaat uit drie antiretrovirale middelen. De medicijnen moeten zo snel mogelijk na het accidenteel bloedcontact worden ingenomen, bij voorkeur binnen 2 uur, en gedurende een maand worden gecontinueerd. PEP wordt alleen overwogen als er een werkelijke kans op besmetting is, omdat de medicijnen ook bijwerkingen hebben. De kans op besmetting met HIV is afhankelijk van de mate van besmettelijkheid van de bron en de aard van het bloedcontact.

Wat te doen na een prikaccident binnen het UMC Utrecht?

Belangrijk: De verwonde is zelf verantwoordelijk voor het melden van een accidenteel bloedcontact.

Stap 1: Onmiddellijke actie

  • Na een accidenteel bloedcontact de wond goed laten doorbloeden
  • Wond, ogen of mond spoelen met water of fysiologisch zout
  • Wond desinfecteren met alcohol 70% of betadine jodium
Stap 2: De aard van het accidenteel bloedcontact
  • Tijdens kantooruren meldt de verwonde zich bij de bedrijfsarts of Arbo- en milieudienst (tel: 088 75 564 00).
  • Buiten kantooruren meldt de verwonde zich op de Spoedeisende Hulp van het UMC Utrecht (088 75 666 66 / 088 75 568 84) De bedrijfsarts of een internist-infectioloog maakt inschatting van het besmettingsrisico.
  • Overweeg PEP bij:
    • spataccident op niet-intacte huid
    • spataccident in ogen of mond
    • prikaccident
  • Geen PEP bij:
    • spataccident op intacte huid
Stap 3: De bron van het bloed
  • De bron van het bloed opsporen
  • Nagaan of de bron van het bloed bekend is met infectie met Hepatitis B, Hepatitis C of HIV
  • Nagaan of er bij de bron van het bloed risicofactoren zijn voor infectie met Hepatitis B, Hepatitis C of HIV, bijvoorbeeld wisselende onbeschermde seksuele contacten, intraveneus drugsgebruik, afkomst uit een land waar HIV zeer frequent voorkomt.
  • De bron informeren en schriftelijk toestemming vragen voor een test op Hepatitis B, Hepatitis C en HIV
  • Indien de bron van het bloed onbekend is het besmettingsrisico inschatten door middel van de aard van het accident (stap 2)
Stap 4: Maatregelen
Alleen bij een reëel besmettingsrisico op grond van stap 2 en 3:
  • start PEP, bij voorkeur binnen 2 uur na het accident
  • start immunisatie tegen Hepatitis B
Hoewel de kans op een overdracht van HIV na een prik- of ander accident gelukkig zeer klein is, is het algemene beleid om na een accident met een potentieel risico op besmetting met HIV een zogenaamde Post Exposure Profylaxe (PEP) te gebruiken. Het is belangrijk dat PEP zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 72 uur na het accident, wordt gestart. PEP bestaat uit medicijnen die gedurende 4 weken 2 keer per dag worden ingenomen.

Na een mogelijke HIV-besmetting of bij postexposure profylaxe (PEP) wordt de student gecontroleerd op de polikliniek infectieziekten (088 75 563 07). Serologische bepaling na drie en zes maanden kan via de AMD plaatsvinden of via de polikliniek infectieziekten. In ieder geval wordt de serologische uitslag doorgegeven aan de AMD die deze registreert. Bij besmetting met HCV controleert de Arbo- en Milieudienst van het UMC Utrecht volgens het LCR schema de leverfuncties. Indien leverfunctiestoornissen ontstaan, wordt de student verwezen naar de polikliniek infectieziekten voor therapie met Interferon-a.
Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden