De term RSI (Repetitive Strain Injury) wordt gebruikt voor aandoeningen aan de handen, polsen, armen, nek en/of schouder die door het werk zijn ontstaan. Tegenwoordig gebruikt men ook vaak de term CANS (Complaints of arms, neck and shoulders). RSI kan onder andere tot uiting komen in ontstekingen aan de zenuwen, spieren, gewrichten en pezen. Verschijnselen als carpaal-tunnelsyndroom (klachten aan de pols), tenosynovitis (ontsteking van de peesschede) en epicondylitis medialis (de tennisarm) worden vaak tot RSI gerekend. RSI ontstaat niet direct in de meest ernstige vorm, maar ontwikkelt zich in de volgende fasen:
- Het is duidelijk aan te wijzen waar de pijn zich bevindt.
- De pijn straalt ook uit naar andere lichaamsregio's.
- De pijn is deels lokaliseerbaar, maar is ook diffuus over grotere gebieden aanwezig.
RSI en RSI gerelateerde klachten ontstaan bij het dagelijks, gedurende langere tijd achter elkaar uitvoeren van dezelfde of soortgelijke bewegingen, zoals bij lopendebandwerk. Er is dan sprake van repeterende bewegingen. Bij beeldscherm- en microscoopwerkers, maar ook bij het pipetteren is er sprake van een combinatie van repeterende bewegingen (van de vingers) en het ontbreken van beweging (steeds dezelfde, statische houding van de nek en schouder). Aldus zijn er twee risicofactoren voor RSI-klachten aan te wijzen:
- bewegingsarmoede door het aanhouden van één werkhouding, te weinig doorbreking of te weinig rustmomenten.
- te veel bewegen van de arm, pols en vingers.
In het algemeen is men het er over eens dat bij beeldschermwerkers de langdurig statische belasting van de spieren in de armen, nek en schouders een belangrijke bijdrage leveren in het ontstaan van RSI. Statische belasting en onvoldoende afwisseling van de houding leiden tot een verminderde bloedcirculatie, pijnklachten en op den duur RSI. De factoren die RSI veroorzaken zijn divers. Zo speelt de werkorganisatie een rol, maar ook de tijdsduur van het werk, de ergonomie van de werkplek en het gedrag van de medewerker zijn van belang. Deze werkfactoren, die een relatie hebben met het ontstaan van RSI kunnen worden ingedeeld in de volgende 5 groepen:
- Werktaken
- Werktijden
- Werkdruk
- Werkplek
- Werkwijze