In de gezondheidszorg en zeker in een ziekenhuis komt u direct of indirect in contact met bloed of bloedproducten. Contact met bloed kan risicovol zijn. Het gevaar wordt gevormd door ziekteverwekkers die via bloed(producten) kunnen worden overgedragen. Dit noemt men bloedoverdraagbare aandoeningen (BOA).
Het hepatitis B virus (HBV) is van alle bloedoverdraagbare virussen de meest besmettelijke. De kans om, via een prikaccident met een HBV-positieve bron, met het HBV besmet te raken is 6 tot 30%, afhankelijk van de omstandigheden van het accident en de virulentie van de bron. Wanneer de bron HBsAg (Hepatitis B surface Antigen) én HBeAg (HB infectiviteitantigen) positief is, is de kans op besmetting aanzienlijk hoger dan wanneer het een bron betreft die uitsluitend HBsAg positief is. In Nederland is gemiddeld circa 0,5 % van de bevolking drager van het HBV.
De kans op besmetting met het hepatitis C virus (HCV) wordt, bij een prikaccident met en HCV-positieve bron, geschat op 3 tot 10%, afhankelijk van de omstandigheden van het accident en de virulentie van de bron. Het hepatitis C virus (HCV) komt in Nederland in de algemene populatie bij circa 0,1 % van de bevolking voor. Daarnaast wordt een aanzienlijk hogere prevalentie gezien bij Intraveneuze(IV)-drugsgebruikers en mensen die veelvuldig bloedtransfusies of andere bloedproducten hebben ontvangen, bijvoorbeeld hemofiliepatiënten.
Het Humaan Immunodeficiëntie Virus (HIV) veroorzaakt een infectie, die het afweersysteem afbreekt, waardoor een groot aantal andere infecties zich kunnen manifesteren. Circa 0,1% van de Nederlandse bevolking is drager van het HIV. Wel komt het in bepaalde risicogroepen meer voor, met name onder homoseksuele mannen en intraveneuze drugsgebruikers. De kans op besmetting bij een prikaccident met een HIV-positieve bron is 100 keer lager dan het risico bij HBV-besmetting en bedraagt circa 0,3% . Dit percentage is uiteraard weer afhankelijk van de aard van de verwonding en de virulentie van de bron.