3. Overige belangrijke infectieziekten

Naast de BOA’s is er een aantal infectieziekten dat voor studenten en/of patiënten een risico kunnen vormen.

3.1 Tuberculose

Tuberculose is een bacteriële infectieziekte die vnl. het longweefsel aantast waarbij in het aangedane weefsel knobbeltjes kunnen ontstaan en samenvloeien tot infiltraten. Deze kunnen necrotiseren(verkazen) en vervloeien waardoor holtes (cavernes) in de longen ontstaan. Als men praat over open TB wordt de longtuberculose bedoeld waarbij verbinding is met de buitenlucht en de patiënt middels aanhoesten besmettelijk is voor zijn omgeving. Ook bestaan er vormen van gesloten tuberculose waarbij de bacterie het lichaam niet kan verlaten omdat het proces is afgekapseld of zich in een gesloten ruimte bevindt. Deze vorm is niet besmettelijk. Tuberculose is een bacteriële infectieziekte waargoede behandeling voor mogelijk is zijn. De overdracht vindt in de meeste gevallen plaats door aanhoesten. Door screeningmethodieken zijn besmettingen, de ziekte en eventuele verspreidingen middels ringonderzoek vast te stellen.

Risico voor:Studenten, patiënten
Risico tijdens:

Klinisch handelen met patiënten contact. Extra risico is er na terugkeer
van werkzaamheden in een risicovol gebied waar een verhoogd risico
op TBC-besmetting bestaat.
Werken met besmet patiëntenmateriaal (secretie/ excretie producten
zoals sputum, punctievloeistoffen, urine)

Risico preventie:

Algemene hygiënische maatregelen
Aanvullende hygiënische maatregelen
Hoest/ nies hygiëne
TBC onderzoek


3.2 Herpes Zoster/ Gordelroos en Waterpokken (contact)

Herpes Zoster (HZ, gordelroos) is een aandoening die vooral bij ouderen voorkomt. De incidentie is in de totale Nederlandse bevolking 2,8 per duizend en in de leeftijdsgroep boven de 80 jaar 9,6 per duizend inwoners. HZ ontstaat doordat het Varicella Zoster virus, dat in de kinderjaren als waterpokken is opgelopen en daarna latent in het zenuwstelsel aanwezig blijft, weer actief wordt. De aandoening wordt gekenmerkt door pijn in een bepaald huidgebied gepaard gaande met blaasjes. Meestal geneest het spontaan binnen enkele weken, maar het kan echter gebeuren dat de pijn langdurig (> 1 maand) aanwezig blijft. Dit wordt postherpetische neuralgie (PHN) genoemd. PHN is een ernstig, hardnekkig pijnsyndroom dat jaren aanwezig kan blijven en zeer moeilijk behandelbaar is. De kans op PHN is afhankelijk van de leeftijd. Onder de 50 jaar komt het nauwelijks voor, daarboven loopt het risico op van 5% (> 50 jaar) tot 35-50% (> 80 jaar). Jaarlijks krijgen ± 4000 patiënten in Nederland postherpetische neuralgie.

Waterpokken (Varicella Zoster virus) in een infectieziekte die vnl. in de kinderjaren wordt doorgemaakt. In Nederland heeft > 90% waterpokken doorgemaakt.

In ziekenhuizen is men erg alert op kinderen die waterpokken hebben of indien zij contact hebben gehad met waterpokken. Indien je de ziekte hebt doorgemaakt ben je immuun. Voor patiënten, met name kinderen maar soms ook voor volwassenen, die geen waterpokken hebben doorgemaakt of een sterk verminderde weerstand hebben (b.v. na beenmergtransplantatie) is besmetting met waterpokken een veel groter risico dan gezonde personen in de thuissituatie. Daarnaast is voor zwangere vrouwen die zelf nooit waterpokken hebben gehad en onbeschermd contact met waterpokken of gordelroos hebben risico voor de vrucht.

Risico voor:Studenten, patiënten
Risico tijdens:

Klinisch handelen met patiënten contact.

Risico preventie:

Algemene hygiënische maatregelen
Aanvullende hygiënische maatregelen
Hoest/ nies hygiëne
Controleren vaccinatie- en immuunstatus
Melden van besmettelijke aandoeningen bij patiënten contact


3.3 Mazelen

Mazelen (Morbilli) wordt veroorzaakt door een virus. Besmetting vindt plaats via druppeltjes die met hoesten en niezen worden verspreid. Mazelen is zeer besmettelijk. Patiënten zijn het meest besmettelijk van 3 tot 5 dagen vóór het uitbreken van de uitslag tot 5 dagen erna. De incubatietijd is 8 tot 12 dagen. Mazelen is een kinderziekte dat op kinderafdelingen een risico vormt.

Risico voor:Studenten, patiënten
Risico tijdens:

Klinisch handelen met patiënten contact.

Risico preventie:

Algemene hygiënische maatregelen
Aanvullende hygiënische maatregelen
Hoest/ nies hygiëne
Controleren vaccinatie- en immuunstatus
Melden van besmettelijke aandoeningen bij patiënten contact


3.4 Rubella

Rubella kan congenitale afwijkingen bij de vrucht veroorzaken wanneer in de eerste vier maanden van de zwangerschap besmetting plaatsvindt. Zwangere studenten zonder rubella antistoffen kunnen een risico lopen indien zij stage/ co-assistentschap lopen op een kinderafdeling (indien daar een kind is met rubella). Studenten die geen antistoffen hebben en besmet worden met Rubella, lopen zelf risico op een Rubella infectie en kunnen een risico vormen voor zwangere patiënten (indien die ook geen Rubella antistoffen hebben).

Risico voor:

(Zwangere) studenten en patiënten zonder antistoffen

Risico tijdens:

Klinisch handelen met patiënten contact.

Risico preventie:

Algemene hygiënische maatregelen
Aanvullende hygiënische maatregelen
Hoest/ nies hygiëne
Controleren vaccinatie- en immuunstatus
Melden van besmettelijke aandoeningen bij patiënten contact


3.5 Influenza

Griep (influenza) is een besmettelijke ziekte van de luchtwegen. De boosdoener is hetinfluenzavirus. Griep gaat gepaard met koorts, hoofdpijn, spierpijn, hoesten en moeheid. Mensen die dicht op elkaar leven of werken lopen risico besmet te raken. Bij ouderen en bepaalde chronisch zieken kan het een longontsteking veroorzaken. Zij krijgen daarom een griepprik. Deze helpt alleen tegen de belangrijkste virussen van dat jaar. Influenza vormt een extra hoog risico bij patiënten met een (sterk) verminderde weerstand zoals op een Hematologie of Intensive care afdeling.

Risico voor:

Patiënten

Risico tijdens:

Klinisch handelen met patiënten contact.

Risico preventie:

Algemene hygiënische maatregelen
Aanvullende hygiënische maatregelen
Hoest/ nies hygiëne
Melden van besmettelijke aandoeningen bij patiënten contact


3.6 M.R.S.A.

Staphylococcus aureus is een bacteriesoort die in de natuur vrij voorkomt. Van de gezonde volwassenen heeft ongeveer 40% deze bacterie op de huid of in de neus. In de zestiger jaren heeft een aantal S. aureus-stammen resistentie ontwikkeld tegen de gebruikelijke antibiotica. Dergelijke stammen noemen we Meticilline-resistent of M.R.S.A. (Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus). De laatste jaren komen MRSA-stammen, in relatie met buitenlandse ziekenhuizen, in toenemende mate voor. In ziekenhuizen kunnen deze stammen zich snel verspreiden na kolonisatie van medewerkers en patiënten. In Nederland is het aantal MRSA-stammen zeer klein en dragerschap in en buiten het ziekenhuis nog een uitzondering.

Risico voor:

Patiënten

Risico tijdens:

Aanwezigheid van een student in het UMC Utrecht waarbij sprake is van
verdenking van MRSA. Dit is het geval bij mensen die

  1. in een buitenlands (veld-)hospitaal of gezondheidscentrum
    aanwezig zijn geweest;
  2. in een Nederlands ziekenhuis of andere gezondheidsinstelling
    zin geweest waar MRSA-problemen zijn;
  3. MRSA-positief zijn, dat wil zeggen aantoonbaar drager
    zijn (geweest).
Risico preventie:

Algemene hygiënische maatregelen
Aanvullende hygiënische maatregelen
Hoest/ nies hygiëne
MRSA-screening
Hygiënische maatregelen buitenland
Melden van besmettelijke aandoeningen bij patiënten contact

Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden