4. Ziekenhuisinfecties

Ziekenhuisinfectie is een infectie die optreedt bij een patiënt tijdens of in aansluiting aan het verblijf in het ziekenhuis. Hierbij bestaan twee mogelijkheden:
  1. De infectie is een gevolg van de besmetting die in het ziekenhuis op de patiënt is overgebracht (kruisinfectie); dus een besmetting met micro-organismen die in een gesloten gemeenschap, zoals een ziekenhuis, circuleren en waarmee de patiënt tot dusver niet in aanraking was geweest.
  2. De infectie is een gevolg van een besmetting die reeds bij opname bij de patiënt aanwezig was (auto-infectie).
Welke zijn de belangrijkste bronnen waar de ziekteverwekkers zich vermeerderen en van waaruit zij worden verspreid?
  1. Patiënten met een klinische infectie, vooral patiënten bij wie de infectie communiceert met de buitenwereld. Hiertoe behoren huidinfecties, infecties van de luchtwegen, van het darmkanaal en de urinewegen. Tot deze categorie behoort ook het personeel (artsen, verpleegkundigen, huishoudelijk personeel) dat een klinische infectie heeft. Een infectie bij het personeel is minder makkelijk te achterhalen. Daarom is voor deze categorie meldingsplicht ingesteld.
  2. Dragers van micro-organismen. Onder een drager wordt een persoon verstaan bij wie éénmaal verkregen micro-organismen aanwezig blijven, zich vermenigvuldigen, maar zonder dat zich bij deze persoon ziekteverschijnselen voordoen. Stafylokokkendragers hebben deze bacteriën in de neus, op de huid en in het darmkanaal (het perineum). Streptokokkendragers hebben deze bacteriën in de neus en de keel. Dragers van Gram- negatieve staven herbergen deze bacteriën in de faeces, in de urine, in het sputum, op de handen ("maladie des mains sales"). Niet elke stafylokokkendrager is een gevaar voor zijn omgeving; alleen diegene die deze stafylokokken met huidschilfers rondstrooit (strooikamer onderzoek) is een bron van besmetting.
  3. Vloeistoffen en vochtige voorwerpen. Sommige micro-organismen, zoals pseudomonas, kunnen zich vermeerderen in vloeistoffen, ook in desinfectie vloeistoffen, in water van de luchtconditioneringsinstallatie, in handdoeken, washandjes, zeepbakjes, oogdruppels, handborstels, scheerkwasten, handcrème, zwabbers.
Welke zijn de belangrijkste wegen waarlangs ziekteverwekkers worden verspreid?
  1. Door contact. Wanneer door een arts of iemand van de verpleging met een staphylococceninfectie aan een vinger, hoe gering ook, deze micro-organismen bij operatie of wondbehandeling in de wond van een patiënt brengen. Een dergelijke overdracht is in een ziekenhuis absoluut onaanvaardbaar. De meest voorkomende verspreidingsweg van bacteriën is via de handen en onderarmen van artsen en verpleging en via dode voorwerpen: kleding van artsen, personeel en patiënten, verplegingsartikelen, instrumentaria, beddengoed en in ruimere zin gemeenschappelijke ruimten zoals baden en WC's.
  2. Door de lucht. Micro-organismen kunnen gedurende langere tijd in de lucht blijven zweven en door luchtstromen over een grote afstand worden verspreid. Op operatiekamers kan daartegen door bijzondere voorzieningen worden gewaakt.
Niet iedere kruisbesmetting heeft infectie tot gevolg. De belangrijkste factoren die hierbij een rol spelen, zijn:
  • het aantal en virulentie van de ziekteverwekker;
  • de algemene weerstand van de patiënt tegen infectie;
  • de lokale weerstand van het weefsel waarin de ziekteverwekker zich nestelt: wondtrauma, ophoping van bloed en lymfe.

Risico voor:

Patiënten

Risico tijdens:

Klinisch handelen met patiëntencontact

Risico preventie:

Algemene hygiënische maatregelen
Aanvullende hygiënische maatregelen
Hoest/ nies hygiëne
Juist omgaan met bloed en ander besmet materiaal
Melden van besmettelijke aandoeningen bij patiënten contact

Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden