Met deze regeling wordt beoogd in aanvulling op bestaande wetten en regels een aantal bijzondere elementen van het studeren in de klinische praktijk zeker te stellen.
Het gaat om de borging van de positie van niet alleen co-assistenten, maar van alle studenten geneeskunde die op enig moment in de klinische omgeving actief zijn.
Deze regeling is gebaseerd op de landelijke richtlijnen zoals opgesteld door de Nederlandse Federatie van UMC’s (NFU) en vervangt de regeling van 2005. Het doel van deze richtlijnen is het vinden van een balans tussen uniformiteit betreffende de regeling van de positie van studenten in de klinische praktijk en de vrijheid per faculteit om aangelegenheden in dit verband naar eigen inzicht en afgestemd op de lokale (Utrechtse) situatie te regelen.
De volgende
wetten zijn op studenten in de klinische praktijk van toepassing en staan boven deze richtlijnen:
- WHW: Wet van 8 oktober 1992, houdende bepalingen met betrekking tot het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
- Arbeidstijdenbesluit: Besluit van 4 december 1995, houdende nadere regels inzake de arbeids- en rusttijden
- Wet BIG: Wet van 11 november 1993, houdende regelen inzake beroepen op het gebied van de individuele gezondheidszorg
- WGBO: Wet van 17 november 1994 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de opneming van bepalingen omtrent de overeenkomst tot het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunst
In deze regeling zijn de volgende zaken geregeld:
- artikelen met een wettelijke status
- verantwoordelijkheden
- uitvoering van taken door studenten in het kader van patiëntenzorg
- artikelen met een landelijke status:
- doel van co-assistentschappen
- gewetensbezwaren
- faciliteiten
- artikelen met een facultaire status:
- taken van bij het co-assistentschap betrokken mensen
- voorbereiding informatievoorziening en begeleiding van studenten
- burgerlijke aansprakelijkheid en verzekeringen
- beoordeling en toetsing
Doel van onderwijs in de klinische praktijk is in algemene zin de student gelegenheid te bieden praktisch medisch onderwijs te volgen, direct gerelateerd aan de patiëntenzorg of aan een andere vorm van medische dienstverlening zoals die in de desbetreffende gezondheidszorginstelling wordt gegeven, teneinde de student zodanige kennis en vaardigheden bij te brengen dat hij in staat is aan de eindtermen van de artsopleiding te voldoen.
3.1 Gedurende zijn gehele studie behoudt de student de status van student aan de universiteit waarvan de faculteit deel uitmaakt.
3.2 De verantwoordelijkheid voor het onderwijsprogramma dat aan klinisch onderwijs ten grondslag ligt, berust bij de faculteit.
3.3 De verantwoordelijkheid voor de professionele organisatie waarbinnen de co-assistentschappen worden gevolgd, berust bij de gezondheidszorginstelling.
3.4 Onverminderd de mogelijkheid van inschakeling van derden bij de begeleiding van studenten heeft de co-assistentenopleider in de betreffende instelling de eindverantwoordelijkheid voor het medisch handelen van de studenten in het kader van de patiëntenzorg.
Toelichting . De student kan in de klinische praktijk onderwijs verwachten dat een duidelijke plaats heeft in het curriculum en goed is afgestemd met andere onderwijseenheden. De student is goed voorbereid op het onderwijs dat hij volgt en wordt degelijk begeleid.
4.1 Taken van de examinator in het UMC Utrecht
De co-schap examinator is voor inhoudelijke zaken verantwoording verschuldigd aan de opleidingsdirecteur geneeskunde (of de opleidingscoördinator ( indien het de 6-jarige variant van de studie geneeskunde betreft, wordt hiermee de opleidingscoördinator CRU’99 bedoeld. Bij de 4-jarige variant wordt de opleidingscoördinator SUMMA bedoeld )) en voor zaken betreffende de beoordeling en examinering van de co-assistent aan de voorzitter van de examencommissie (of een deelcommissie daarvan). De taken van de co-schap examinator in het UMC Utrecht zijn:
4.1.1 de verantwoordelijkheid voor de inhoud van een co-schap binnen een specifieke discipline;
4.1.2 de organisatie en coördinatie van de co-schappen binnen een specifieke discipline en verdeling van de co-assistenten over de instellingen voor zover dat niet door de afdeling Onderwijszaken van de Directie O&O van het UMC Utrecht gebeurt;
4.1.3 lidmaatschap van de Examencommissie Geneeskunde van het UMC Utrecht en eventuele deelcommissies daarvan;
4.1.4 lidmaatschap van het Werkoverleg Klinische Fase (overleg van alle co-schap examinatoren en onderwijscoördinatoren uit de instellingen);
4.1.5 de verantwoordelijkheid voor een optimale uitvoering van de taken van de co-assistentenopleiders (en onderwijscoördinatoren voor zover aanwezig) binnen een specifieke discipline in de instellingen;
4.1.6 de integratie van de opleiding van co-assistenten en de patiëntenzorg binnen een co-assistentschap, zulks in samenwerking met de co-assistentenopleiders en onderwijscoördinatoren in de instellingen;
4.1.7 de onderlinge afstemming van de opleidingsschema’s die door de co-assistentenopleiders in de verschillende instellingen worden gehanteerd;
4.1.8 het minimaal éénmaal per jaar organiseren van een plenair overleg met de verschillende co-assistentenopleiders;
4.1.9 het optreden als vertrouwenspersoon voor co-assistenten in de specifieke discipline en het zonodig behulpzaam zijn bij het oplossen van problemen en conflicten.
4.2 Taken van de gezondheidszorginstelling
4.2.1 een goede plaatsing van de studenten;
het regelen van de introductie en de begeleiding van co-assistenten;
4.2.2 het introduceren van de student dan wel zorgen dat hij ingewerkt wordt in de gang van zaken binnen de afdeling/de instelling;
4.2.3 indien van toepassing het ervoor zorg dragen dat anamnese, lichamelijk onderzoek, statusvoering en/of overige te verrichten vaardigheden, zoals die door de student worden uitgevoerd, adequaat worden gecontroleerd en besproken;
4.2.4 indien van toepassing het stimuleren en begeleiden van de student om voorstellen te doen met betrekking tot verdere diagnostiek en therapie van de opgenomen patiënten;
4.2.5 het geven van (patiëntgebonden) onderwijs;
4.2.6 indien van toepassing het door praktische demonstratie, oefening en begeleiding (doen) aanleren van vaardigheden bij de co-assistent;
4.2.7 het stimuleren van staf en arts-assistenten in hun educatieve opdracht;
4.2.8 het stimuleren en faciliteren van zelfstudie door de student; het houden van toezicht op de professionele aspecten van de taakuitoefening van de studenten, met inbegrip van zorg voor de kwaliteit;
4.2.9 het zorgdragen voor en het houden van toezicht op de aspecten verband houdende met de tewerkstelling van de co-assistent in de gezondheidszorginstelling;
4.2.10 indien van toepassing het verrichten van dan wel zorg dragen voor beoordeling en toetsing van de studenten;
4.2.11 het behulpzaam zijn van de studenten bij het oplossen van specifieke problemen;
4.2.12 het beschikbaar stellen van voldoende getrainde stafleden voor onderwijs en begeleiding van studenten.
4.3 Taken van de student
4.3.1 zich inspannen om op adequate wijze de onderwijsdoelen van de onderwijseenheid te bereiken;
4.3.2 het respecteren en zo nodig met de co-assistentenopleider of de arts-assistent bespreken van de professionele aspecten bij de uitvoering van het onderwijs;
4.3.3 het meewerken aan de door de faculteit of de gezondheidszorginstelling georganiseerde programma-evaluatie
5.1 Voorbereiding
5.1.1 De faculteit draagt in afstemming met de gezondheidszorginstelling zorg voor een goede praktische voorbereiding van studenten die in de instelling klinisch onderwijs gaan volgen.
5.1.2 De faculteit draagt in afstemming met de gezondheidszorginstelling zorg voor een adequate voorlichting van de studenten omtrent het risico van infecties en hoe daarbij te handelen.
5.2 Informatievoorziening
Onverminderd informatie- en voorlichtingsmateriaal in het kader van de voorbereiding door de faculteit ontvangt de student van de gezondheidszorginstelling voldoende informatie om ter plekke goed te kunnen functioneren en op de hoogte te zijn van instellingsspecifieke aspecten.
5.3 Begeleiding
De co-assistentenopleider is in beginsel verantwoordelijk voor de begeleiding van de studenten in de gezondheidszorginstelling. Hiervoor worden voor de dagelijkse begeleiding taken gedelegeerd. De faculteit biedt begeleiding via de studieadviseur.
6.1 Het verrichten van voorbehouden handelingen (cf Wet BIG)
Toelichting. Op grond van de regels voor de medische beroepsuitoefening, zoals neergelegd in de Wet BIG, is het verrichten van voorbehouden handelingen voorbehouden aan artsen (en in enkele gevallen ook aan verloskundigen en tandartsen, die hier buiten beschouwing blijven). Anderen - ook studenten - kunnen bevoegd worden om dergelijke handelingen te verrichten. Daartoe moet aan de voorschriften en voorwaarden als geformuleerd in de artikelen 35 tot en met 39 van de Wet BIG zijn voldaan. De voorbehouden handelingen zijn: heelkundige handelingen waarbij de samenhang van de lichaamsweefsels wordt verstoord en deze zich niet direct herstelt, verloskundige handelingen, endoscopieën, catheterisaties, injecties, puncties, onder narcose brengen, gebruik maken van radioactieve stoffen of toestellen die ioniserende stralen uitzenden, electieve cardioversie, defibrilleren, electroconvulsieve therapie, steenvergruizing en in vitro fertilisatie. Ziekenhuizen hebben vaak regelingen inzake de wijze waarop met de voorbehouden handelingen wordt omgegaan. In voorkomende gevallen dient de wijze waarop ten aanzien van studenten met voorbehouden handelingen wordt omgegaan in deze regeling te worden opgenomen.
6.1.1 Om een voorbehouden handeling te mogen uitvoeren dient een student:
a. daartoe een opdracht te hebben van een arts;
b . indien de arts daarbij aanwijzingen heeft gegeven deze aanwijzingen op te volgen;
c. zichzelf ervan vergewist te hebben dat hij beschikt over de bekwaamheid vereist voor het behoorlijk uitvoeren van de opdracht.
6.1.2 De opdrachtgevende arts dient:
a. in gevallen waarin zulks redelijkerwijs nodig is aanwijzingen te geven omtrent het verrichten van de handeling en zich ervan te vergewissen dat toezicht door de opdrachtgever op het verrichten van de handeling en de mogelijkheid tot tussenkomst voldoende verzekerd zijn;
b. redelijkerwijs te mogen aannemen dat de student aan wie hij de opdracht geeft beschikt over de bekwaamheid die vereist is voor het behoorlijk verrichten van de handeling.
6.1.3 De gezondheidszorginstelling zorgt er voor dat patiënten worden geïnformeerd over de aanwezigheid van studenten en van het feit dat studenten in het kader van zorg onder toezicht handelingen kunnen verrichten.
6.1.4 Aan de patiënt moet toestemming worden gevraagd voor het verrichten van handelingen door de student, in sommige gevallen expliciet, in andere gevallen impliciet.
6.2 Herkenbaarheid tijdens klinische werkzaamheden
Tijdens het uitvoeren van klinische werkzaamheden dient de co-assistent altijd als zodanig
herkenbaar te zijn door het dragen van een badge met naam en functie
6.3 Geheimhouding (cf o.a. WGBO)
De wettelijke en andere regels betreffende het beroepsgeheim van artsen en betreffende de bescherming van privacy zijn voor de student van overeenkomstige toepassing (via de afgeleide geheimhouding).
6.4 Melding van incidenten
De student meldt incidenten overeenkomstig de daartoe in de gezondheidszorginstelling geldende regeling. Hij geeft van de melding kennis aan de examinator in het UMC Utrecht en de co-assistentenopleider in de betreffende instelling. Deze draagt eventueel zorg voor de noodzakelijke begeleiding van de co-assistent.
6.5 Gewetensbezwaren
6.5.1 De student kan niet worden verplicht om in het kader van de patiëntenzorg een handeling te verrichten dan wel daaraan medewerking te verlenen indien en voor zover dat strijdig is met zijn geweten.
6.5.2 De student draagt er zorg voor dat het beroep op gewetensbezwaren tijdig wordt medegedeeld aan de voor de desbetreffende behandeling verantwoordelijke arts, opdat de maatregelen kunnen worden genomen die nodig zijn voor het verlenen van verantwoorde zorg aan de desbetreffende patiënt of patiënten.
6.5.3 Indien een beroep op gewetensbezwaren zodanige consequenties heeft voor de opleiding dat het diploma niet kan worden verleend wordt daaromtrent door de faculteit tevoren overleg gepleegd met de student.
7.1 Aanwezigheid van de student op de afdeling (cf Arbeidstijdenbesluit)
Toelichting: In het Arbeidstijdenbesluit staan de regels omtrent aanwezigheidsdiensten op de afdeling. Voor studenten in de klinische praktijk gelden andere regels en verwachtingen dan tijdens niet-klinisch onderwijs. Verder dient elke co-assistent zich te realiseren dat bij de inrichting van zijn/haar werkzaamheden rekening moet worden gehouden met de onregelmatige werktijden welke inherent zijn aan het klinische werk, alsmede de verschillen in de gemiddelde duur van de werkweek tussen de verschillende afdelingen.
Bij onderstaande regelingen moet er rekening mee worden gehouden dat de terugkomdagen van de co-schappen meetellen als werktijd en in zin vallen onder dit artikel. Een terugkomdag betreft in de regel 8 werkuren.
7.1.1 Er mag van worden uitgegaan dat aanwezigheidsdiensten (waarbij inbegrepen zijn pauzes en slaapperiodes) slechts bij uitzondering langer zijn dan 14 uur.
7.1.2 De genoemde maximale aanwezigheid op de afdeling is 46 uur per week en is groter dan de normstudielast van 40 uur waar de WHW van uitgaat. Dit surplus wordt verantwoord en noodzakelijk geacht in het kader van de medische opleiding.
7.1.3 Met ‘dienst’ wordt de tijd bedoeld die in een gezondheidszorginstelling wordt doorgebracht, danwel de tijd dat betrokkene voor de instelling beschikbaar is, begrensd door twee onafgebroken rusttijden. Voor een ‘bereikbaarheidsdienst’ gelden om deze reden in principe gelijke regels als voor een ‘aanwezigheidsdienst’.
7.1.4 De co-assistent kan niet worden verplicht tot het vervullen van een aanwezigheidsdienst langer dan 24 uur.
7.1.5 Na een aanwezigheidsdienst met een duur van meer dan 14 uur tot maximaal 24 uur volgt ter compensatie een periode vrij van 24 uur.
7.1.6 Per twee weken is in ieder geval een weekend vrij van diensten.
7.1.7 Een dienst in het weekend wordt gecompenseerd met een vrije dag door de week.
7.1.8 Indien de co-assistenten werken in een schema van 12-uursdiensten, vervullen zij niet meer dan vier diensten in de week.
7.1.9 Bereikbaarheidsdiensten van maximaal 5 uur aansluitend aan de normale dagdienst worden gecompenseerd door een ochtend vrij.
7.1.10 Diensten op officiële feestdagen en op dagen die in de desbetreffende instelling als vrije dagen gelden dienen beschouwd te worden als weekenddiensten en worden ook als zodanig gecompenseerd. Ter bepaling of een dag een officiële feestdag is, gelden de regels van de instelling waar de co-assistent op dat moment zijn co-assistentschap volgt.
7.1.11 Aan een co-assistentschap waarin de kerst- en nieuwjaarsperiode valt, zijn standaard twee vakantieweken toegevoegd. In overleg met de onderwijscoördinator van dat co-assistentschap wordt bepaald wanneer deze vakantieweken in die periode (co-assistentschap plus twee weken) vallen. Hierbij geldt de regel dat de aanwezigheid van de co-assistent in de kerst- en nieuwjaarsweek alleen dan gerechtvaardigd is als er in die periode voldoende leermomenten te verwachten zijn.
7.2 Verzuim
7.2.1 De faculteit treft na overleg met de gezondheidszorginstelling een regeling betreffende verzuim van studenten in de klinische praktijk met inachtneming van het hierna bepaalde.
7.2.2 Verzuim wegens ziekte meldt de co-assistent terstond aan de co-assistentenopleider. Voor verzuim, anders dan wegens ziekte, is de toestemming van de co-assistentenopleider vereist.
7.3 Faciliteiten
De gezondheidszorginstelling draagt er zorg voor dat voor het onderwijs aan en voor het verrichten van klinische werkzaamheden door studenten adequate voorzieningen beschikbaar zijn, waaronder:
- toegang tot elektronische studentfaciliteiten als e-mail, elektronische leeromgeving, bibliotheekdiensten
- dienstkleding
- voor de student noodzakelijke toegang tot (elektronische) patiëntdossiers
- maaltijdvoorziening voor co-assistenten tijdens diensten
- een interne slaapgelegenheid tijdens een nachtdiensten
7.4 Tegemoetkoming in kosten
De faculteit draagt zorg voor een regeling van tegemoetkoming in reis- en verblijfkosten die studenten moeten maken in het kader van hun opleiding.
Toelichting. Het is gewenst dat studenten goed worden voorgelicht over de specifieke materie van aansprakelijkheid en verzekering tijdens klinische praktijk.
Er wordt van uitgegaan dat gezondheidszorginstellingen (in ieder geval ziekenhuizen) een passende verzekering hebben van aansprakelijkheid voor medische fouten, die zich ook uitstrekt tot medische en andere zorginhoudelijke handelingen die door studenten in het kader van opleiding worden verricht.
8.1 Voorlichting over aansprakelijkheid en verzekering
De faculteit draagt zorg voor passende voorlichting aan studenten over kwesties betreffende aansprakelijkheid en verzekering, waaronder een ongevallenverzekering. Hierbij wordt in het bijzonder aandacht geschonken aan aansprakelijkheid en verzekering tijdens onderwijsactiviteiten in het buitenland.
8.2 Aansprakelijkheidsregeling
De faculteit vergewist zich ervan dat de gezondheidszorginstelling waarin onderwijs in de klinische praktijk plaatsvindt een passende regeling heeft voor de verzekering van aansprakelijkheid van studenten voor medische en andere zorginhoudelijke handelingen. Zo nodig treft zij zelf een dergelijke regeling. Het UMC Utrecht kan aansprakelijk zijn voor schade die studenten in het kader van hun opleiding toebrengen aan derden. Het kan ook zijn dat studenten zelf schade oplopen in het kader van opleiding. Ook daar kan het UMC aansprakelijk voor zijn. Het UMC Utrecht heeft een dekking als het aansprakelijk is voor de opgetreden schade. De beantwoording van de vraag of er sprake is van aansprakelijkheid hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarvoor is altijd een juridische beoordeling vereist. De dekking die het UMC Utrecht heeft betreft een eventuele aansprakelijkheid van het UMC Utrecht voor schade opgelopen of veroorzaakt bij stages van studenten in alle landen van de wereld met uitzondering van de Verenigde Staten en Canada ( Het UMC Utrecht had altijd al een verzekering voor de Europese Unie. M.i.v. 1 mei 2005 is een nieuwe verzekering afgesloten die werelddekking heeft met uitzondering van de Verenigde Staten en Canada. Deze verzekering is voorlopig geldig tot 1 mei 2006. In de loop van 2006 zal beoordeeld worden of deze verzekering met werelddekking ook na 1 mei 2006 zal kunnen worden gehandhaafd. De verzekering met dekking in Europa blijft in elk geval van kracht.). Voor stages in die landen heeft het UMC Utrecht geen dekking. Ingeval een student een stage loopt in de Verenigde Staten of Canada, dient de student zich vooraf te informeren over welke verzekeringen hij/zij voor zich zelf dient af te sluiten. De student kan daarvoor het beste terecht bij een assurantietussenpersoon. In ieder geval zullen een goede reis- en aansprakelijkheidsverzekering moeten worden afgesloten.
8.3 Klachten van patiënten
Indien over het handelen of nalaten van een student door of namens een patiënt een klacht wordt ingediend worden de examinator in het UMC Utrecht en de co-assistentenopleider in de instelling daar onverwijld van in kennis gesteld. Zij dragen zorg voor de noodzakelijke begeleiding van de student.
8.4 Aansprakelijkheid bij schade aan goederen
De gezondheidszorginstelling is aansprakelijk voor schade die door de student wordt toegebracht aan goederen van de gezondheidszorginstelling of van een derde, tenzij zulks aan grove schuld of nalatigheid van de student is te wijten.
9.1 Beoordeling en toetsing
9.1.1 De toetsing van student vindt onder verantwoordelijkheid van het UMC Utrecht plaats overeenkomstig de Onderwijs- en Examenregeling van het UMC Utrecht en de Reglement van de Examencommissie Geneeskunde.
9.1.2 De beoordeling van de student is gericht op de mate waarin en de wijze waarop de student aan de doelstellingen van de onderwijseenheid voldoet. Resultaten van beoordelingen worden schriftelijk vastgelegd.
9.1.3 Gedurende het onderwijs wordt in het kader van de dagelijkse begeleiding de kwaliteit van het doen en laten van de student regelmatig besproken.
9.1.4 De co-assistentenopleider draagt zo nodig zorg voor tussentijdse beoordelingen.
9.1.5 De schriftelijke beoordelingen worden met de student besproken alvorens zij worden vastgesteld.
9.1.6 De co-assistentenopleider draagt er zorg voor dat de beoordelingsprocedure van studenten met de vereiste vertrouwelijkheid wordt omgeven.
9.1.7 De faculteit draagt er zorg voor dat met betrekking tot de bewaring en toegankelijkheid van de onderwijsdossiers de wettelijke en overige relevante privacyregels in acht worden genomen.
9.1.8 Geschillen die zich met betrekking tot examenbeslissingen worden voorgelegd aan de Examencommissie van de faculteit.
9.2 Programma-evaluatie
9.1.1 Het Expertisecentrum Onderwijs & Opleidingen van de Directie Onderwijs & Opleidingen van het UMC Utrecht draagt er zorg voor dat periodiek algemene programma-evaluatie plaatsvindt betreffende de (onderdelen van) gezondheidszorginstellingen waar co-assistentschappen worden vervuld.
9.1.2 De co-assistentenopleider en de student werken mee aan de door het UMC Utrecht en/of gezondheidszorginstelling georganiseerde programma-evaluatie.
10.1 Geschillen
10.1.1 Geschillen die zich in het kader van een co-assistentschap voor doen met betrekking tot
examenbeslissingen worden voorgelegd aan het College van Beroep voor de Examens van de universiteit.
10.1.2 Geschillen betreffende indelingen worden voorgelegd aan het hoofd Onderwijszaken.
10.2 Klachten en bemiddeling
Bij klachten op facultair niveau worden deze in principe eerst behandeld met degene(n) die de klacht heeft veroorzaakt. Leidt dit niet tot een oplossing of bestaan er problemen om de persoon in kwestie aan te spreken, dan bestaat de mogelijkheid de klacht voor te leggen aan de facultaire klachtencoördinator. De klachtencoördinator treedt in eerste instantie op als bemiddelaar. Levert bemiddeling niets op, dan legt de klachtencoördinator de klacht voor aan de klachtencommissie welke de klacht beoordeelt t.a.v. de gedraging (onheuse bejegening).
afdeling : organisatorische eenheid in het academisch of affiliatieziekenhuis of andere gezondheidszorginstelling waarin een bepaald medisch (sub)specialisme wordt uitgeoefend
arts-assistent : assistent-geneeskundige in opleiding of niet in opleiding, werkzaam op de afdeling waar de co-assistent zijn co-assistentschap volgt en die bij de begeleiding van die co-assistent betrokken is
co-assistent : student die onderwijs in de geneeskunde volgt en die in het kader van die opleiding co-assistentschappen doorloopt
co-assistentenopleider : arts – doorgaans medisch specialist – die binnen de afdeling van de gezondheidszorginstelling is belast met de regeling en vormgeving van het co-assistentschap
examinator : door de Examencommissie als examinator benoemd en hiermee belast met de beoordeling van studenten.
faculteit : de medische faculteit waar de co-assistent staat ingeschreven als student
gezondheidszorginstelling : het ziekenhuis resp. andere instelling waarin het co-assistentschap plaatsvindt, inclusief huisartspraktijken en organisaties voor sociale geneeskunde
incident : voorval in de patiëntenzorg dat aan of bij een patiënt schade heeft veroorzaakt of schade had kunnen veroorzaken en dat daarom gemeld moet worden teneinde te worden besproken
onderwijsdossier : verzameling gegevens betreffende de studieloopbaan van de student, zoals die door of vanwege de faculteit wordt bijgehouden
onderwijs- en examenregeling (OER) : regeling betreffende het onderwijs en de examens in de medische opleiding;
programma-evaluatie : beoordeling van de wijze waarop in een afdeling de co-assistentschappen in het algemeen dan wel een specifiek co-assistentschap zijn/is georganiseerd en uitgevoerd
stage : onderwijs dat de student zich in het kader van zijn opleiding tot arts onder leiding oefent in de praktische uitoefening van de geneeskunde
student : een bij een universiteit voor de opleiding geneeskunde ingeschreven student
toetsing : kwalificatie van de wijze waarop de co-assistent aan de exameneisen in het kader van het vervullen van zijn co-assistentschappen voldoet
voorbehouden handelingen : handelingen als bedoeld in artikel 36 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Stb. 1993, 655) waarvan het verrichten is voorbehouden aan de in dat artikel genoemde bevoegden
Universitair Medisch Centrum Utrecht, directie Onderwijs & Opleidingen
Bezoekadres
Hijmans van den Berghgebouw (HB)
Universiteitsweg 98
3584 CG Utrecht
Postadres
Postbus 85500
3508 GA Utrecht
Opleiding Geneeskunde
Tel: 088 – 7553413 (secretariaat)
Dr. M.R. van Dijk, opleidingsdirecteur geneeskunde
Dr. A.L. Bootsma, opleidingscoördinator CRU
Dr. H.E. Westerveld, opleidingscoördinator SUMMA a.i.
Onderwijszaken, afdeling co-schappen
Alle vragen over onderwijs, studievoortgang, indeling en co-schappen CRU jaar 3 t/m 5, SUMMA jaar 1 t/m 3, CRU en SUMMA Schakeljaar.
Inloopspreekuur: maandag, dinsdag en donderdag van 12.30 - 13.30 uur
Telefonisch spreekuur: maandag, dinsdag en donderdag 10.00 - 11.00 uur, tel: 088 755 9465 / 3476
E-mail: coschappen@umcutrecht.nl
kamer: HB 1.08
Onderwijszaken, studentenbalie
Voor vragen over administratieve zaken en voor het maken van een afspraak met één van de studieadviseurs of de klachtscoördinator.
Telefoon: 088 - 75 534 78
E-mail: studentenbalie@umcutrecht.nl
Openingstijden: maandag t/m vrijdag 8.30 - 9.00 uur en 12.00 - 14.00 uur
Kamer: HB 1.06