Hoe word ik spermadonor?

Vooronderzoek
Voor u spermadonor kunt worden, doen wij een vooronderzoek. Dit vooronderzoek bestaat uit drie onderdelen:
Telefonischconsultmetfertiliteitsarts11. Een gesprek met de gynaecoloog.
Hierin komen onder meer aan de orde: 
  • uw motivatie 
  • het aantal te verwekken kinderen 
  • erfelijke aandoeningen 
  • het risico op seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s) 
  • de gang van zaken
2. Als u besluit spermadonor te worden, dan kunt u meteen na dit eerste gesprek een zaadmonster inleveren bij het laboratorium. Ook neemt het laboratorium bloed af. Dit wordt onderzocht op SOA’s.

3. Als het zaadonderzoek goed is, ook na invriezen en ontdooien, en ook de bloedtesten zijn goed, dan krijgt u een afspraak met een erfelijkheidsdeskundige. Hij maakt een inschatting van erfelijke aandoeningen aan de hand van uw stamboom en familiegeschiedenis.

Test op SOA’s
Ieder half jaar onderzoeken wij het bloed en sperma van iedere donor op seksueel overdraagbare aandoeningen (AIDS, chlamydia, gonorroe, syfilis, hepatitis B en C, HTLV I en II). De laatste test is zes maanden na de laatste donatie. Deze laatste test is erg belangrijk, omdat een volledig vat met hierin het zaad van tientallen donoren pas vrijgegeven kan worden voor gebruik als al deze donoren zes maanden na hun laatste donatie getest zijn.

Mogelijke besmetting met een SOA
Als u tijdens een donatieperiode besmet kunt zijn geraakt met een SOA, dan verwachten wij dat u dat aan ons doorgeeft. Het kan bijvoorbeeld gaan om onbeschermde seksuele contacten van u of uw partner. Wij doen dan extra onderzoek en slaan uw donatie apart van de andere donaties op, tot de uitslag van de testen bekend is. Zo hopen wij te voorkomen dat we een heel vat met daarin het zaad van tientallen donoren moeten vernietigen.

cryorietjesinkanisterincryovatgroot1Zaad invriezen
We gebruiken een spermamonster alleen als we na de uitslag van deze testen zeker weten dat er geen ziekten aanwezig zijn. Omdat we deze testen een paar maal moeten herhalen voordat we het zaad kunnen vrijgeven, moet het zaad ingevroren worden.
Zaad blijkt hier lang niet altijd geschikt voor te zijn. Als het zaad niet ingevroren kan worden, betekent dit meestal niet dat de donor onvruchtbaar is. Het betekent alleen dat het niet geschikt is voor gebruik bij een spermabank.
Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden