Wanneer bij een valincident sprake is van de risicofactor “fixatie” uit de interventiedatabase, kan de gebruiker doorklikken naar de richtlijn “gebruik van fixatiemateriaal” . Hierin is het volgende beschreven:
Beschermende maatregelen bij gevaar voor letsel d.m.v. fixatie
a. Uitgangspunt
b. Protocol toepassing beschermende maatregelen
c. Fixatie van de patiënt (d.m.v. `Zweedse' tailleband, pols/enkelband)
d. Specifieke aanbevelingen bij immobilisatie door fixatie
e. Fixatiematerialen
f. Protocol: fixeren van patiënt d.m.v. `Zweedse' tailleband
g. Protocol: fixeren van patiënt d.m.v. pols- en enkelbanden met klittebandsluiting en extra beveiliging
• Uitgangspunt bij iedere behandeling is dat de patiënt daarvoor toestemming heeft gegeven. Deze toestemming is pas van waarde als de hulpverlener de patiënt op duidelijke wijze heeft geïnformeerd over de aard en het doel van het onderzoek of de behandeling, de te verwachten gevolgen en risico's en de vooruitzichten.
• Dit beginsel (informed consent) is vastgelegd in de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (W.G.B.O). Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin een patiënt niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen. Dit houdt dan in dat de informatie niet kan worden verstaan en/of begrepen en er derhalve ook geen toestemming kan worden gegeven. Ondanks het ontbreken van toestemming kan dan soms toch worden behandeld en of gehandeld zoals bij gevaar voor letsel.
o Gevaar voor letsel wordt gedefinieerd als "de aanwezigheid van risicofactoren voor lichamelijk letsel" (Gordon, 1995).
• Er is sprake van een noodsituatie, dat wil zeggen: de tijd voor het vragen van toestemming ontbreekt omdat direct ingrijpen noodzakelijk is om ernstig nadeel voor de patiënt te voorkomen.
o Een noodsituatie is een toestand gekenmerkt door een acute gevaarssituatie bij een patiënt die dat gevaar niet kan overzien. De patiënt is niet vatbaar voor verbale of daarmee vergelijkbare beïnvloeding. Wanneer een patiënt in het algemeen ziekenhuis in een noodsituatie komt te verkeren is inschakeling van de consulent psychiater noodzakelijk.
• Patiënt kan zelf geen toestemming geven, maar het is mogelijk om aan een wettelijk vertegenwoordiger vervangende toestemming te vragen. Wettelijke vertegenwoordigers in de zin van de hierboven genoemde wet zijn curator, de schriftelijk gemachtigde, de echtgenoot of andere levensgezel van de patiënt, de ouder, het kind, de broer of zus.
• Beschermende maatregelen bij `gevaar voor letsel' door middel van onrusthekken, pols-, enkel- en taillebanden en in mindere mate rolstoelfixatie, diepe en/of in zit/ligstand te plaatsen stoelen (tableau) worden in het algemeen ziekenhuis frequent toegepast. Bij het besluit om een dergelijke maatregel te nemen is voorzichtigheid op zijn plaats. Het moet namelijk gaan om een maatregel die redelijk is. Dat wil zeggen dat de maatregel moet zijn toegesneden op de omstandigheden van het geval. Het mag dus niet zo zijn dat de verhouding zoek is tussen de te treffen maatregel en de situatie waarin de patiënt verkeert.
• De rechtsgrond voor het nemen van dergelijke maatregelen is de verplichting van de hulpverlener om bij zijn/haar werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht te nemen en daarbij in overeenstemming met de daarbij horende verantwoordelijkheid te handelen, voortvloeiend uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard.
• Het is verder van belang dat in de status van patiënt aantekening wordt gemaakt van de besluitvorming over de genomen maatregel.
• Het is dan van belang aan te geven op basis van welk protocol de besluitvorming is geschied, wie daarbij betrokken waren etc.
Neem in het geval van een 'noodsituatie' (zonder aarzeling) beschermende maatregelen.
• Indien anders bepaal dan in overleg met de patint (indien niet mogelijk) met een collega verpleegkundige/behandelend arts, of B.M noodzakelijk is en met welk middel men optimale bescherming kan bereiken.
• Maak zonodig gebruik van de deskundigheid van de Psychiatrisch Consultatieve Dienst.
• Verpleegkundig consulent psychiatrie 11-1037, Arts assistenten psychiatrie 11-1039/ 1040
1. Controleer dit middel op gebruiksveiligheid (zie benodigdheden basishandelingen).
2. Betrek zoveel als mogelijk de partner, curator en of andere (familie) betrekkingen bij de beslissing tot het nemen van beschermende maatregelen of breng hen tijdig op de hoogte van de genomen maatregel en redenen daartoe.
3. Stel de patiënt bij herhaling op de hoogte van de reden en doel van toepassing.
4. Probeer te voorkomen dat er conflicten ontstaan tussen verpleegkundige en patiënt.
5. De voor de patiënt verantwoordelijke verpleegkundige draagt zorg voor de begeleiding en controle.
6. Registreer in het verpleegkundig dossier:
• de reden van de genomen beschermende maatregelen en de gebruikte middelen
• het gebruikte middel
• wie (verpleegkundigen, artsen) bij de besluitvorming betrokken zijn
• rapporteer door observatie de reactie van de genomen beschermende maatregelen op:
• het effect
• de risico's
• complicaties (zowel lichamelijk als geestelijk)
1. Evalueer minimaal dagelijks de noodzaak van B.M. en mogelijke alternatieven (om overprotectie en vrijheidsbeperking langer dan nodig te voorkomen).
*Het bovengenoemde protocol (aan de A.Z.U situatie aangepast) refereert aan de C.B.O richtlijnen die een aanzet geven tot het protocolleren van maatregelen ter bescherming bij acuut optredende verwardheid
doel:
• het beschermen van de patiënt tegen lichamelijke afwijkingen c.q beschadigingen en behandeling mogelijk te maken
algemene opmerkingen:
• het fixeren van patiënten tijdens opname in het algemeen ziekenhuis is een beschermende maatregel die alleen dan mag worden toegepast:
• indien patiënten ten tijde van opname na overleg daarmee instemmen (het overleg dient herhaald te worden met de mogelijkheid een mening te herzien).
• indien de patiënt niet meer voldoende in staat is zijn wil te bepalen, te behoeden voor lichamelijke afwijkingen en extra persoonlijke begeleiding geen garantie blijkt voor voldoende veiligheid
• indien de patiënt niet meer voldoende in staat is zijn wil te bepalen, zich bewust verzet, er sprake is van een noodsituatie en geen tijd om toestemming te vragen (aan de wettelijk vertegenwoordiger volgens de W.G.B.O)
In de laatstgenoemde situatie dienen beschermende maatregelen gecombineerd te worden met sederende medicatie en inschakeling van de (medisch) consulent psychiatrie.
Beschermende maatregelen mogen nooit vervanging van persoonlijke begeleiding als taak hebben.
Indicaties tot fixatie van patiënten kunnen zoals genoemd aan de orde zijn, indien patiënten niet meer voldoende in staat zijn hun wil te bepalen en zodanige onrust vertonen dat er kans is op persoonlijke letsel of schade aan anderen.
Bijvoorbeeld kans op letsel door:
• vallen
• uittrekken van infuusslangen, drains, sondes, catheters
• afweergedrag (ernstige agressie)
• schade ten gevolge van de onmogelijkheid (onrust/verwardheid) een behandeling te starten c.q. te continueren
• bekijk nauwkeurig in hoeverre gehele of gedeeltelijke beperking van bewegingsvrijheid door middel van fixatie nodig is
• betrek de afdelingsarts bij de besluitvorming aangaande de beschermende maatregelen of de voortzetting daarvan
• de patiënt dient te allen tijde op de hoogte gesteld te worden van de redenen tot vrijheidsbeperking
• de partner, curator en of andere (familie) betrekkingen dienen zoveel als mogelijk betrokken te worden bij de maatregelen of indien niet mogelijk, zo spoedig mogelijk op de hoogte gebracht te worden van de maatregel en de redenen daartoe.
Vervolgens dient de verpleegkundige rapportage te vermelden met wie gesproken is en wat zijn of haar standpunt was.
• gebruik de fixatiematerialen zoals voorgeschreven
• zorg ervoor dat de bijbehorende sleuteltjes ALTIJD in de buurt zijn
• de gefixeerde patiënt moet minimaal éénmaal per twintig minuten gezien worden en zonodig vaker
• gooi fixatiematerialen na gebruik niet in de "gewone waszakken" maar breng ze gemerkt (markerstift Permanent 352) naar de wasserij in het A.Z.U (tel. 6606) of zorg voor reiniging op de verpleegafdeling zelf
• om te voorkomen dat fixatiemateriaal met klittebandsluiting door 'pluis' niet meer optimaal hechten, is het van belang deze te sluiten voordat ze gewassen worden
• zorg ervoor dat de sets fixatiemateriaal compleet blijven en op de daarvoor bestemde plaats teruggelegd worden
tailleband (`Zweedse') Posey (katoen of autogordelmateriaal)
traploosinstelbaar, met gespslot plus bijbehorende sleutel en 2 zijstukken. 2 zijstukken voor bevestiging van de tailleband aan de linker en rechter zijde van het bed.Deze zijstukken zijn al naar gelang de tailleomvang van de betreffende patiënt in te stellen. Te gebruiken bij patiënten met een bepaalde mate van wilsonbekwaamheid waarbij in het kader van de medische behandeling vrijheidsbeperkende maatregelen noodzakelijk zijn
pols/ enkelhouders Posey
Gemaakt van autogordelmateriaal met klittebandsluiting en extra beveiligingsriempje (Voordeel, sluiting kan niet met de tanden worden geopend). De blauwe houders zijn bestemd voor polsfixatie en de rode houders voor enkelfixatie.Geschikt voor gebruik bij patiënten met een bepaalde mate van wilsonbekwaamheid, die met veel inventiviteit trachten te ontkomen aan de noodzakelijke beschermende maatregelen. Snoert ondanks krachtige rukbewegingen niet af
pols- (blauw) enkelhouders (rood) met doorverbinding
Gemaakt van autogordelmateriaal met klittebandsluiting en extra beveiligingriempje. De blauwe houders zijn bestemd voor polsfixatie en de rode houders voor enkelfixatie. Verschil tussen pols en enkelhouder is de onderlinge afstand. De afstand tussen de polshouders onderling is groter dan de enkelhouders. Geschikt voor gebruik bij patiënten met een bepaalde mate van wilsonbekwaamheid, die (juist daardoor) met veel inventiviteit trachten te ontkomen aan de noodzakelijke beschermende maatregelen.
meer specifiek (niet in de basisset opgenomen)
1. Rolgordel (katoen) met klitteband/slotsluiting
Aanbevolen aan verpleegafdelingen waar patiënten verblijven die bedrust hebben, door cognitieve problematiek onrustig zijn en die ondanks immobiliserende maatregelen gebaat zijn bij een bepaalde mate van bewegingsvrijheid. Men kan rechtop zitten en naar rechts of links draaien
doel:
• het voorkomen van lichamelijk letsel bij de patiënt door te verhinderen dat de patiënt onverwachts uit bed stapt of valt
indicatie:
• patiënt vertoont motorische onrust
• patiënt heeft een valrisico
contra-indicatie:
• grote buikwond
• angstige en/of achterdochtige patiënt
• patiënten met traumatische ervaringen b.v. opsluiting, internering
mogelijke complicaties:
• toename complicaties bedverpleging
• afsnoeren van de buik
• gevaar voor decubitus
voorbereiding `Zweedse' tailleband (katoen) of (autogordelmateriaal) :
• leg benodigdheden (+ evt. sederende medicatie) klaar
• spreek af wie het woord voert
• vertel de patiënt wat er gaat gebeuren en waarom
werkwijze:
1. Bevestig de 2 zijstukken aan weerskanten van de bedbodem door de lus aan het ene uiteinde door één van de drie aaneengesloten lussen aan het andere uiteinde te halen.
2. De lengte instelbaarheid van de zijstukken zorgen ervoor dat de patint in de gewenste houding blijft ongeacht diens buikomvang.
2. Leg de uiteinden van de aangebrachte zijstukken op de matras
3. Schuif de tailleband door de lussen aan linker en rechter kant
4. Leg vervolgens de tailleband om het middel van de patiënt
5. Stel de tailleband door middel van het traploosinstelbare gespslot in op de omvang van de patiënt, (voorkom afsnoeren).
6. Na gebruik niet in de was deponeren (zie spec.aanbev.)
voorbereiding rolgordel met klitteband/slotsluiting:
• leg benodigdheden (+ evt. sederende medicatie) klaar
• spreek af wie het woord voert
• vertel de patiënt wat er gaat gebeuren en waarom
werkwijze:
1. Bevestig de rolgordel middels gespsluitingen aan de linker/rechterzijde van het bed (buikhoogte).
2. Druk de klittebandvoering op elkaar. Zorg ervoor dat er een platte hand tussen lichaam en band kan.
3. Klik de gespsluiting vast.
4. Schuif vervolgens de twee, nog loshangende banden door het op de rolgordel bevestigde metalen oog en stel deze banden zo in dat de patiënt tijdens het naar links of rechts draaien niet verder dan draait dan gewenst.
5. Na gebruik niet in de was deponeren (zie spec.aanbev.)
doel:
• voorkomen van lichamelijk letsel bij de patiënt en/of anderen door te verhinderen dat de patiënt medische hulpmiddelen, die van levensbelang zijn, verwijderd (zoals drains, infuusslangen, of schade aanbrengt door (on)gerichte (afweer)bewegingen)
uitvoering:
• de verpleegkundige mag deze handeling verrichten na opdracht van de arts, of indien er sprake is van een spoed/noodsituatie
indicatie:
• patiënt is "plukkerig", zit regelmatig aan infuus, drains, die ondanks voorzorgsmaatregelen dreigen te sneuvelen, of zeer moeilijk aan te brengen
contra-indicatie:
• patiënt met kwetsuren of verminderde circulatie aan pols of enkel
• patiënt heeft een infuus in pols/enkelgebied
• indien er sprake is van traumatische ervaringen, zoals opsluiting, internering, is speciale aandacht vereist
mogelijke complicatie:
• toename complicaties bedverpleging
• afsnoeren pol/enkel
• contracturen/paralyse van hand/enkel
verslaglegging:
• registreer in het verpleegdossier de genomen beschermende maatregelen, de redenen daartoe (wilsonbekwaamheid), de reacties van de patiënt en het effect van de maatregel
voorbereiding pols/enkelhouders met klittebandsluiting en extra beveiliging:
• leg benodigdheden (+ evt. sederende medicatie) klaar
• spreek af wie het woord voert
• vertel de patiënt wat er gaat gebeuren en waarom
werkwijze:
• Bevestig de uiteinden van dit fixatiemateriaal aan de bedrand (dus niet aan de bedhekken).
• Leg de te fixeren pols(en) en of enkel(s) vast via de klittebandsluiting door deze over elkaar heen vast te klitten.
• Haal vervolgens het (nog) loshangende riempje over de klittebandsluiting door de twee D-ringen heen en zet het vast door dit riempje over de voorste en door de achterste D-ring terug te trekken.
voorbereiding pols/enkelhouders (met doorverbinding):
• leg benodigdheden (+ evt. sederende medicatie) klaar
• spreek af wie het woord voert
• vertel de patiënt wat er gaat gebeuren en waarom
werkwijze:
1. Kijk of het een pols of enkelhouder is
2. Leg de pols/enkelhouders op de gewenste hoogte;
• Polshouders ter hoogte van taille.
• Enkelhouders boven de enkels
3. Maak vervolgens de riemen aan weerskanten aan de bedbodem vast.
4. Leg de te fixeren extremiteit in de houder. Sluit de houder met de klittebandsluiting.
5. Gesp vervolgens het riempje vast waardoor de klittebandsluiting extra beveiligd is tegen lostrekken/loswrikken.
© copyright 2007 UMC Utrecht J.A. van der Woude
Alle rechten voorbehouden. Deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever/maker/samensteller/opsteller, doch uitsluitend ten behoeve van de ontwikkeling van een website of ander communicatiemiddel ten behoeve van valpreventie en altijd met juiste bronvermelding.