Algemeen Als u wilt laten onderzoeken of uw ongeboren kind een afwijking heeft, kunt u te maken krijgen met twee verschillende soorten onderzoeken.
1. Onderzoek dat iedere zwangere vrouw kan laten doen. Dat onderzoek bepaalt de kans op een afwijking (kansbepalend onderzoek of prenatale screening).
2. Vervolgonderzoek. Dit kunt u kunt laten doen als uit het kansbepalende onderzoek blijkt dat uw kind een verhoogde kans op een afwijking heeft. Dit vervolgonderzoek (prenatale diagnostiek) geeft bijna honderd procent zekerheid.
Vrouwen met een medische indicatie voor prenatale diagnostiek kunnen zonder voorafgaand kansbepalend onderzoek voor prenatale diagnostiek kiezen.
Wat is kansbepalend onderzoek (prenatale screening)? Kansbepalend onderzoek vertelt u hoe groot de kans is dat uw kind een bepaalde afwijking heeft.
De onderzoeken heten:
- de 20-weken echo
- de combinatietest (dit onderzoek bestaat uit de nekplooimeting bij uw kind en bloedonderzoek bij u zelf)
- de doubletest (dit was vroeger de tripeltest)
Kansbepalend onderzoek kan u nooit zekerheid geven. U weet na kansbepalend onderzoek niet zeker of uw kind de onderzochte afwijking heeft of niet. U weet alleen hoe groot de kans is dat u zwanger bent van een kind met deze afwijking.
Als die kans hoger is dan normaal, kunt u vervolgonderzoek laten doen om zekerheid te krijgen. Dit vervolgonderzoek heet prenatale diagnostiek.
Kansbepalend onderzoek: u beslist
- Iedere zwangere vrouw in Nederland mag kansbepalend onderzoek laten doen als zij dat wil.
- Kansbepalend onderzoek is nooit verplicht. U beslist zelf of u kansbepalend onderzoek laat doen of niet.
- U bent ook niet verplicht om met kansbepalend onderzoek door te gaan wanneer u er aan begonnen bent. U kunt op elk moment stoppen.
Wat is prenatale diagnostiek?
Prenatale diagnostiek vertelt u met bijna 100% zekerheid of uw kind een bepaalde afwijking heeft. De onderzoeken heten:
- de vlokkentest
- de vruchtwaterpunctie
- de uitgebreide echo (dit is hetzelfde als geavanceerd ultrageluidsonderzoek)
U kunt deze onderzoeken alleen krijgen als daar een medische reden voor is. Dit heet ‘op medische indicatie’. Als u een medische indicatie hebt, kunt u prenatale diagnostiek laten doen als u dat wilt. Maar prenatale diagnostiek is nooit verplicht. Ook al hebt u een medische indicatie, u beslist zelf of u prenatale diagnostiek laat doen. Dus: ook al heeft uw kind een verhoogde kans op Downsyndroom of op een andere afwijking, u beslist zelf of u prenatale diagnostiek laat doen.
U bent ook niet verplicht met prenatale diagnostiek door te gaan wanneer u er aan begonnen bent. U kunt op elk moment stoppen.