Hoe betrouwbaar is de combinatietest?
De betrouwbaarheid van de nekplooimeting is afhankelijk van:
- de apparatuur waarmee de echo gemaakt wordt
- de ervaring van degene die de echo maakt
- de uitvoering van de echometing.
De betrouwbaarheid van het bloedonderzoek is afhankelijk van:
- de juistheid van de opgegeven zwangerschapsduur
- de juistheid van de gegevens die aan het laboratorium zijn verstrekt:
- eerder kind met Downsyndroom
- gewicht van de vrouw
- eenlingzwangerschap of tweeling (één- of twee-eiig).
De combinatietest spoort 82 tot 85 procent van de kinderen met Downsyndroom op. Dat betekent dat de combinatietest van elke 100 kinderen met Downsyndroom er 82 tot 85 ontdekt. Bij tweelingzwangerschappen worden minder kinderen met Downsyndroom ontdekt. Doordat de leeftijd van de vrouw meeweegt in de kansberekening op Downsyndroom, geeft de combinatietest eerder een verhoogde kans op Downsyndroom aan naarmate de vrouw ouder is (zie tabel 1) Daardoor ontdekt de combinatietest bij oudere zwangeren meer kinderen met Downsyndroom.
| Leeftijd |
< 25 jaar |
25-29 jaar |
30-34 jaar |
35-39 jaar |
40-44 jaar |
| Kans op uitslag hoger dan 1 op 200 (= verhoogde kans voor Downsyndroom |
2% |
3% |
7% |
20% |
49% |
Een zwangerschap met trisomie 13 of 18 komt veel minder vaak voor dan een zwangerschap met Downsyndroom. De gevoeligheid van de combinatietest om een kind met trisomie 13 of 18 op te sporen is lager dan die voor Downsyndroom.
Geeft de combinatietest 100% zekerheid?
Nee, de uitslag van de combinatietest geeft nooit zekerheid. U hoort alleen hoe groot de kans is dat uw kind Downsyndroom heeft. Maar ook als die kans niet verhoogd is, kan uw kind toch Downsyndroom hebben. En wanneer de kans volgens de combinatietest wel verhoogd is, kan het toch zijn dat uw kind geen Downsyndroom heeft.
Hoe groot is de kans dat mijn kind toch Downsyndroom heeft, bij een normale uitslag van de combinatietest?
Die kans is gemiddeld 0,09 procent. Dat betekent dat 1 van elke 1.000 vrouwen die een normale uitslag van de combinatietest krijgen, toch zwanger zijn van een kind met Downsyndroom. Bij oudere vrouwen is die kans lager. Bij jongere vrouwen is die kans hoger. Zie ook: Wat heeft de leeftijd van de moeder te maken met de kans op een kind met een chromosoomafwijking? En zie tabel 1.
Hoe weet ik hoe groot deze kans voor mij precies is?
Als u bijvoorbeeld een kans heeft van 1 op 500 op een kind met Downsyndroom - dit is een normale uitslag -, de kans 1 op 500 (=0,2%) is dat uw kind toch Downsyndroom heeft.
Hoe groot is de kans dat mijn kind géén Downsyndroom heeft, bij een afwijkende uitslag van de combinatietest?
Die kans is gemiddeld 5 procent. De kans neemt toe naarmate u ouder bent. Dat komt doordat een hogere leeftijd van de moeder de berekende kans op Downsyndroom doet toenemen, los van de nekplooimeting en los van de uitslag van het bloedonderzoek.
Zie ook: Wat heeft de leeftijd van de moeder te maken met de kans op een kind met een chromosoomafwijking? En zie tabel 1.
Hoe weet ik hoe groot deze kans voor mij precies is?
Als u bijvoorbeeld een kans heeft van 1 op 100 op een kind met Downsyndroom - dit is een afwijkende uitslag - de kans 99 op 100 (= 99%) is dat uw kind géén Downsyndroom heeft.
Tweelingen
Ook bij tweelingen kunnen we met de combinatietest de kans per kind op Downsyndroom berekenen. Dat kan bij één-eiige en bij twee-eiige tweelingen. Bij tweelingzwangerschappen worden minder kinderen met Downsyndroom ontdekt dan bij eenlingzwangerschappen.
Dat betekent dat bij een tweelingzwangerschap de kans groter is dat uw kind bij een normale uitslag toch Downsyndroom heeft.