Vervolgstappen

Hoe verder na een normale uitslag van de vruchtwaterpunctie?

Bij een goede uitslag is geen vervolgonderzoek nodig.
U kunt nog wel een 20-weken echo laten maken. Daarmee kunnen we ook andere afwijkingen ontdekken dan met de vruchtwaterpunctie. Iedere zwangere vrouw in Nederland kan een 20-weken echo laten maken.

Hoe verder na een afwijkende uitslag van de vruchtwaterpunctie?

Als uit de vruchtwaterpunctie blijkt dat uw kind een chromosoomafwijking of een DNA-afwijking of een open rug heeft, staat u voor een heel moeilijke keuze. U kunt een gehandicapt kind krijgen. Of u kunt ervoor kiezen de zwangerschap te laten afbreken. U krijgt de uitslag aan de telefoon. De volgende dag kunt u praten met een klinisch geneticus en een maatschappelijk werker. Dit gesprek duurt ongeveer een uur. U krijgt dan veel informatie over de aandoening van uw kind. Als u dat wilt, krijgt u hulp bij de beslissing of u wel of niet de zwangerschap wilt laten afbreken. Als u meer dan één gesprek wilt, kan dat ook. Als u voor het laten afbreken van de zwangerschap kiest, moet dat gebeuren voordat u 24 weken zwanger bent. Anders mag het van de wet niet meer.

Hoe verder na een onderzoeksuitslag met slecht nieuws over mijn één-eiïge tweeling?

Het is heel uitzonderlijk, maar toch kan het gebeuren dat u zwanger bent van een één-eiige tweeling die samen één placenta delen, en dat uit de vruchtwaterpunctie blijkt dat één van de twee kinderen een afwijking heeft. Als u dat wilt, kunnen we het leven van het kind met de handicap binnen de baarmoeder beëindigen. U bent daarbij onder plaatselijke verdoving of onder algehele narcose. Via een klein sneetje in de buik klemmen we de navelstreng van het gehandicapte kind af. Het kind gaat daardoor dood. Het dode kind blijft in de baarmoeder en wordt later samen met het levende kind geboren.

De kans dat u hierdoor een miskraam krijgt en ook het andere kind verliest is ongeveer 5 procent. Dat betekent dat bij 5 van elke 100 tweelingzwangerschappen waarbij we het leven van het ene kind op deze manier beëindigen, ook het andere kind onbedoeld overlijdt. De operatie veroorzaakt dan een miskraam.

Hoe verder na een onderzoeksuitslag met slecht nieuws over mijn twee-eiïge tweeling?

Soms heeft één van de twee kinderen van een twee-eiïge tweeling een afwijking en het andere kind niet. Als de ouders dat willen kunnen we het leven van het kind met de afwijking in de baarmoeder beëindigen met een injectie in de navelstreng. U bent daarbij onder plaatselijke verdoving of onder algehele narcose. Het dode kind blijft in de baarmoeder en wordt later samen met het levende kind geboren.

Het kan zijn dat zo’n operatie een miskraam veroorzaakt. Dan gaat het andere kind ook dood. De kans op een miskraam is ongeveer 1 procent. Dat betekent dat bij 1 van elke 100 twee-eiige tweelingzwangerschappen waarbij we het leven van het ene kind op deze manier beëindigen, ook het andere kind onbedoeld overlijdt. De operatie veroorzaakt dan een miskraam.


Meer informatie over de vruchtwaterpunctie

Nog meer informatie over de vruchtwaterpunctie vindt u op de website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), zie de link onderaan de pagina.
Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden