De lengte van de baarmoedermond zou de tijd tot en het verloop van de baring kunnen voorspellen.
In haar proefschrift vond Madelon Meijer-Hoogeveen echter een grote variatie in veranderingen van de baarmoedermond die voorafgaan aan spontane weeënactiviteit. Dit beperkt de klinische toepasbaarheid van de meting.
Een bevalling begint vaak met het rijp worden van de baarmoedermond, waarna de ontsluiting begint en het kind geboren kan worden. Een echo van de baarmoedermond zou het rijpingsproces zichtbaar kunnen maken, nog voordat de weeën begonnen zijn. Zo'n meting wordt al vaak gebruikt om een vroeggeboorte te voorspellen.
Helaas is nu gevonden dat in de uitgerekende periode van de zwangerschap de verschillen tussen zwangeren te groot zijn om het tijdstip van de baring precies te kunnen voorspellen.
Madelon Meijer-Hoogeveen promoveert op 14 juni.