Nederlandse nierdialysepatiënten gebruiken vaker de vaattoegang van eerste voorkeur voor hemodialyse. Hoe vaak complicaties optreden verschilt echter tussen dialysecentra. Dat zegt promovendus Richard Huijbregts van het UMC Utrecht in zijn proefschrift.
Patiënten met minder dan tien procent nierfunctie komen in aanmerking voor een donornier. Door het grote tekort aan donornieren moeten veel nierpatiënten overgaan op hemodialyse. Voor hemodialyse is een duurzame permanente toegang tot de bloedbaan nodig. De internationaal als eerste voorkeur erkende vaattoegang is een chirurgisch gecreëerde ‘kortsluiting’ tussen een slagader en een ader in de arm, een zogenaamde arterioveneuze fistel. De sterk vergrote bloedstroom die door deze kortsluiting op gang komt, wordt gemiddeld drie keer per week via slangen omgeleid naar de dialysemachine die afvalstoffen en overtollig vocht uit het bloed filtert.
Huijbregts beschrijft dat rond het jaar 2000 gemiddeld 60 procent van de Nederlandse hemodialysepatiënten zo’n fistel gebruikte. De overige patiënten gebruikten een kunststof vaatprothese of een katheter. In omringende landen gebruikte 75 procent een fistel. Net zoals elders in de Westerse wereld varieerde het fistelgebruik sterk tussen dialysecentra.
In elf dialysecentra startte Huijbregts daarom een implementatieprogramma om de acceptatie van fistelgebruik te vergroten en het gebruik van kunststof vaatprotheses als eerste keus terug te dringen. Dat werkte. Het gebruik van arterioveneuze fistels steeg in de deelnemende centra sneller dan in een controlegroep van tweeëntwintig centra. In Nederland zijn ongeveer vijftig dialysecentra die in totaal ruim 3.500 hemodialysepatiënten behandelen.
In zijn onderzoek analyseerde Huijbregts ook de functie van de arterioveneuze fistels bij 395 patiënten. Bloedvatvernauwingen en bloedstolsels kunnen de fistelfunctie bedreigen, lastige complicaties die een nieuwe ingreep noodzakelijk maken. Vroegtijdig falen van de fistel kwam vaker voor bij patiënten met suikerziekte en varieerde tussen de elf centra. Door middel van deze analyses en een goede communicatie binnen de vaattoegangteams valt er in de toekomst waarschijnlijk nog meer winst te boeken voor de hemodialysepatiënt, concludeert Huijbregts.
Richard Huijbregts promoveert op 26 juni aan de Universiteit Utrecht.
Voor nadere informatie:
UMC Utrecht, In- en Externe Communicatie
Brigitte Lobée, tel. 088 75 585 80.