Minister Klink van VWS (ministerie van Volkgezondheid, Welzijn en Sport) heeft op 6 juli bekend gemaakt het kinderhartcentrum van het UMC Utrecht toch een vergunning te verlenen. Dit betekent dat het Utrechtse kinderhartcentrum gewoon open blijft en haar activiteiten niet hoeft af te bouwen.
Aanleiding om het standpunt te wijzigen is het besluit van het UMC St Radboud in Nijmegen om alle cardiochirurgische ingrepen en catheterinterventies bij patiënten met aangeboren hartafwijkingen (AHA) te laten behandelen in het UMC Utrecht. Daarnaast verwacht het UMC Utrecht de komende jaren ook een groter aantal volwassen patiënten met aangeboren hartafwijkingen te gaan behandelen. Het UMC Utrecht beantwoordt hierdoor aan alle eisen van de minister. Ook het standpunt van de patiëntenvereniging was voor de minister een belangrijke overweging.
Eerder maakte de minister al bekend in ieder geval het Erasmus MC, UMC Groningen en LUMC een tijdelijke vergunning tot eind 2011 te verlenen. In de brief die de minister aan de Tweede Kamer heeft gestuurd staat dat hij wel vasthoudt aan een uiteindelijk scenario van drie kinderhartcentra. Eind 2011 zal hij op basis van de kwaliteitscriteria en prestatiegegevens van de vier centra bepalen welke drie centra structureel in aanmerking komen voor een vergunning.
Hoofd kindergeneeskunde van het UMC Utrecht prof.dr Wietse Kuis is zeer verheugd over dit besluit van de minister: “We hebben hier een fantastisch kinderhartcentrum met een zeer gemotiveerd team professionals. Het is voor ons en onze patiënten erg goed om te horen dat we de kans krijgen dit centrum te laten voortbestaan. We bieden goede kwaliteit van zorg, dichtbij huis voor alle patiënten in Midden en Zuidoost Nederland.”
In april zijn de kinderhartcentra van UMC Utrecht en UMC St. Radboud een samenwerkingsverband aangegaan. De eerste Nijmeegse patiënten zijn inmiddels in Utrecht geopereerd. In de loop van het jaar zullen alle operaties van Nijmegen worden overgeheveld naar Utrecht.
In het UMC St Radboud kunnen patiënten met een aangeboren hartafwijking terecht voor poliklinische en klinische zorg, waardoor ze voor niet-operatieve behandelingen, diagnostiek en controles dichtbij huis terecht kunnen.