Het aanpassen van de spraakprocessor
Het uitwendige deel van het cochleair implantaat bestaat uit een:
- zendspoel
- microfoon
- spraakprocessor
De zendspoel klikt met een magneetje vast op de schedel, de microfoon hangt achter het oor en de spraakprocessor wordt op het lichaam gedragen in een zakje of aan een riem. Zie hieronder een plaatje van een zendspoel, microfoon en spraakprocessor (3-delig).

Er bestaat ook een uitvoering waarbij de spraakprocessor en de microfoon gecombineerd zijn in één apparaatje dat achter het oor hangt. Zie hieronder een plaatje van een zendspoel en gecombineerde microfoon met spraakprocessor (2-delig).
Na ongeveer zes weken is de operatiewond voldoende genezen. De spraakprocessor kan dan worden aangepast, het zogenaamde afregelen. Dit gebeurt op de polikliniek door de audioloog. Als er een goede eerste afregeling is, krijgt uw kind de processor mee. In de eerste maanden na de eerste afregeling vindt wekelijkse controle plaats.
De hoortraining
Tijdens de afregeling van de spraakprocessor oefent de logopedist of klinisch linguïst kort met uw kind. Hoortrainingen worden meestal verzorgd door de gezinsbegeleider, de logopedist op school of een logopedist in de buurt.
De evaluaties
Op een aantal momenten onderzoeken we:
- hoe het horen met een cochleair implantaat bij uw kind gaat
- hoe zijn communicatieve vaardigheden hierdoor verbeteren
- hoe de spraak en taal van uw kind zich ontwikkelt
De nazorg
Bij een technisch apparaat moet altijd gecontroleerd worden of deze goed werkt. De afregeling van de spraakprocessor kan verlopen en onderdelen kunnen slijten of kapot gaan. Het is dan ook belangrijk dat uw kind minstens eenmaal per jaar op controle komt op de polikliniek en verder zo vaak als noodzakelijk is.