Als patiënt heeft u een aantal belangrijke rechten. De belangrijkste rechten staan beschreven in de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Deze worden hier verder beschreven.
Psychiatrisch en psychogeriatrische patiënten vallen daarnaast ook nog onder de Wet BOPZ (de wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen.) De wet BOPZ is van toepassing op patiënten die onvrijwillig zorg ontvangen of onvrijwillig in en instelling moeten verblijven (gedwongen opname). Een belangrijk uitgangspunt bij gedwongen opnamen is 'het afwenden van gevaar' voor de personen zelf, anderen of hun omgeving. In deze wet staat beschreven wat de rechten van de patiënt zijn tijdens deze onvrijwillige opname.
Meer informatie over deze wet vindt u op de site van het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport.
Het spreekt vanzelf dat u zorgvuldige zorg en behandeling ontvangt, zowel medisch als verpleegkundig, aangepast aan uw situatie.

U heeft recht op informatie over uw ziekte, de behandeling, de daarbij horende onderzoeken en de nazorg. Deze voorlichting moet u voldoende inzicht geven, zodat u weet wat u te wachten staat en weloverwogen een besluit kunt nemen. Als u iets niet begrijpt of vergeten bent, vraag dan vooral om uitleg.
Volgens de wet mag u als vertegenwoordiger van uw kind beslissen over zijn behandeling. U kunt bijvoorbeeld beslissen of uw kind en behandeling ondergaat of niet. Dit geldt niet als dit anders in de wet staat, zoals bij besmettelijke ziekten.
Wij leggen de voor- en nadelen van onderzoek en behandeling duidelijk uit. Ook vertellen wij eerlijk welke resultaten wij verwachten.
Om een behandeling te kunnen beginnen, heeft de zorgverlener uw toestemming nodig van u en/of van uw kind. Als uw kind twaalf jaar of ouder is, dan moet hij zelf ook toestemming geven. Vanaf hun zestiende jaar mogen jongeren zelf beslissen over hun medische behandeling.
Deze toestemming voor behandeling hoeft u of uw kind niet schriftelijk te geven. Bij opname in ons ziekenhuis gaan wij ervan uit dat u de gehele behandeling wilt ondergaan zoals die is voorgesteld. Alleen in bijzondere gevallen vragen we opnieuw toestemming, bijvoorbeeld voor een erg belastend onderzoek.
Zeg het duidelijk tegen de behandelend arts als u of uw kind voor een bepaalde behandeling of onderzoek géén toestemming geeft. Wij respecteren uw beslissing en die van uw kind. U hoeft niet bang te zijn voor nadelige gevolgen als u en uw kind anders beslissen dan wij adviseren. Als u of uw kind geen toestemming geeft voor een onderzoek of behandeling, dan bespreken we samen wat we verder doen.
Meer informatie hierover staat op de website
www.jadokterneedokter.nl U kunt ook een ‘second opinion’ (tweede mening) vragen. Dit is het vragen van een mening van een andere zorgverlener dan uw behandelaar. U moet uw behandelaar dit wel laten weten. U kunt een second opinion vragen als u bijvoorbeeld een belangrijke beslissing moet nemen over de behandeling of als u twijfelt over een diagnose of behandeling. Informeer bij uw zorgverzekeraar wat u moet doen voordat u een second opinion vraagt. Als de zorgverzekeraar de kosten van een second opinion niet accepteert komen deze namelijk voor uw eigen rekening.

Soms kunt u meedoen aan medisch wetenschappelijk onderzoek. Voordat u ja zegt, heeft u recht op schriftelijke en mondelinge informatie over het onderzoek. Bij deelname vragen wij u een toestemmingsverklaring te ondertekenen. De onderzoeksgegevens worden vertrouwelijk behandeld. Daarnaast worden de gegevens zodanig bewerkt dat ze niet meer te herleiden zijn naar de persoon. Wij stellen uw medewerking op prijs, maar benadrukken dat u niet verplicht bent mee te doen. Als u besluit niet aan een onderzoek deel te nemen, dan heeft dat geen gevolgen voor de verdere behandeling. Zie hierover ook ‘Gebruik van lichaamsmateriaal’.
Wij houden rekening met uw religieuze overtuiging of uw levensbeschouwing.
Voor een goede behandeling moet de behandelend arts een dossier bijhouden. Dit is een wettelijke plicht voor elke zorgverlener. In het dossier staan:
- Aantekeningen over de gezondheidstoestand van uw kind
- Gegevens over de onderzoeken en behandelingen die we hebben gedaan
- Gegevens die voor de behandeling van uw kind noodzakelijk zijn
De behandelend arts vraagt deze gegevens bijvoorbeeld op bij de huisarts of bij een medisch specialist in een ander ziekenhuis. Hiervoor moet u altijd toestemming geven. Omgekeerd kunnen wij gegevens uit het dossier doorgeven aan andere zorgverleners binnen of buiten het UMC Utrecht:
- Zo geven we bij een verwijzing bijvoorbeeld gegevens aan de radioloog. En na ontslag uit het ziekenhuis geven we informatie door aan de huisarts. Dit doen we standaard, behalve als u daar uitdrukkelijk bezwaar tegen maakt.
- We gebruiken een paar gegevens uit het dossier voor de financiële administratie.
- Ook geven we informatie uit het dossier aan anderen als dat moet volgens de wet. De behandelend arts moet bijvoorbeeld een infectieziekte melden aan de directeur van de GGD.
Als de arts gegevens wil gebruiken voor een ander doel, dan moeten wij dat aan u en uw kind laten weten en dan hebben we uw toestemming nodig. Soms gebruiken we gegevens waaraan niet te zien is dat het om uw kind gaat. Dit noemen we geanonimiseerde gegevens. Hiervoor hoeven we uw toestemming niet te hebben.
De informatie wordt vastgelegd in een elektronisch patiëntendossier (EPD). Dit dossier wordt alleen binnen het WKZ gebruikt. Zorgverleners die rechtstreeks bij de behandeling betrokken zijn, hebben toegang tot de gegevens die zij nodig hebben om hun werk te kunnen doen. Deze zorgverleners hebben een beroepsgeheim.
Wij geven alleen (telefonisch) informatie aan de ouders, behalve als u dat anders met ons hebt afgesproken.
Inzage in dossier en opvragen kopieën
Ouders hebben het recht om het medisch en verpleegkundig dossier van hun kind in te zien. Ook kunnen zij een kopie krijgen. Als u dit wilt, overleg dan met de behandelend arts of de verpleegkundige.
Een verzoek om kopieën van het dossier moet u schriftelijk indienen. U kunt bij uw behandelend arts een verzoek indienen voor kopieën van het medisch dossier. Wilt u kopieën van het verpleegkundig dossier, dan kunt u het hoofd van de verpleegafdeling hiervoor benaderen. Geeft u duidelijk aan of alleen de brieven voldoende zijn, of dat u meer informatie wilt hebben.
U moet de informatie zelf ophalen en hierbij een identiteitsbewijs kunnen laten zien. Soms moet de aanvrager kunnen aantonen dat hij de wettelijke vertegenwoordiger is.
Als u wilt dat de medische gegevens van uw kind worden vernietigd, dan moet u dat schriftelijk aanvragen. Medewerkers bij Patiëntenservice kunnen u hierover informatie geven.

Het dossier met uw gegevens kan onder meer bestaan uit:
- een EHBO-formulier,
- een operatie-formulier,
- een anesthesielijst,
- een pathaloog anatoomformulier en
- een ontslagbrief.
Dit zogeheten kerndossier moet 115 jaar vanaf de geboortedatum bewaard worden (volgens de Archiefwet van 1992). Eventuele overige informatie in het dossier mag tien jaar na laatste behandeling
vernietigd worden. Het UMC Utrecht kiest ervoor deze gegevens ook 115 jaar te bewaren. Als u een beroep doet op het vernietigingsrecht kan de bewaartermijn van deze overige gegevens korter zijn.
Misschien beschikt u over een schriftelijke wilsverklaring (levenstestament)
of een bewijs van donorregistratie. Zo ja, geef dit dan door aan uw behandelend specialist of aan het hoofd zorgeenheid van uw afdeling. Ook uw contactpersoon moet ervan op de hoogte zijn dat uw wilsverklaring richtinggevend is.
Voor onderzoek en behandeling van patiënten is het soms nodig om bijvoorbeeld bloed of weefsel weg te nemen. Vaak blijft er na de behandeling een deel van dit materiaal over. Het gaat dan om bloed of weefsel, dat voor uw onderzoek of behandeling niet meer nodig is. Dit noemen we restmateriaal. Dit restmateriaal bewaren wij zorgvuldig in een zogenoemde biobank. Wij gebruiken het voor:
- aanvullende diagnostiek: het kan nodig zijn om in een later stadium opnieuw te kijken naar uw bloed of weefsel, bijvoorbeeld als u nieuwe klachten krijgt,
- kwaliteitscontrole en onderwijs,
- wetenschappelijk onderzoek: bijvoorbeeld naar de oorzaak van ziekten en de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en behandelmethoden.
Wetenschappelijk onderzoek met restmateriaal
Als onderzoekers van het UMC Utrecht restmateriaal uit de biobank willen gebruiken, moeten zij hiervoor toestemming vragen aan een onafhankelijke commissie. Deze commissie beoordeelt de medisch-wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoeksvoorstel. Een onderzoeker krijgt nooit uw naam te zien als hij uw bloed of weefsel gebruikt.
Om ervoor te zorgen dat onze kennis tot concrete toepassingen leidt in de zorg, werken we soms samen met bedrijven met een winstoogmerk, zoals de farmaceutische industrie. Wij houden echter altijd controle over de vraagstelling en het onderzoek. Ook houden wij in de gaten dat de onderzoeksresultaten ten goede komen aan de gezondheidszorg.
Terugkoppeling van informatie
Wetenschappelijk onderzoek met restmateriaal levert waarschijnlijk geen informatie op die direct voor uw behandeling belangrijk is. Wij publiceren de algemene resultaten van wetenschappelijk onderzoek in vaktijdschriften en in de algemene pers.
Bezwaar?
Hebt u bezwaar tegen het gebruik van uw bloed of weefsel voor wetenschappelijk onderzoek of onderwijs? Vul hiervoor dan het bezwaarformulier in onderaan deze pagina. Het formulier zit ook in onze brochure ‘Gebruik van restmateriaal voor medisch-wetenschappelijk onderzoek en onderwijs’. Deze is beschikbaar op de afdeling en polikliniek.
Als u bezwaar maakt, gebruiken we uw bloed en weefsel niet voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Dit heeft geen enkele invloed op de zorg die u ontvangt.
Landelijk worden over diverse ziekten gegevens verzameld (registraties). Het UMC Utrecht werkt hier aan mee. Deze registraties hebben als doel bredere kennis over specifieke ziekten te verkrijgen.
Onderzoeksgegevens over ervaringen van patiënten met hun behandeling en over resultaten van verschillende behandelingen, worden anoniem verwerkt. Dat wil zeggen dat deze gegevens later niet gekoppeld kunnen worden aan de naam van een patiënt. De gegevens worden verzameld om de behandeling van onze patiënten te blijven verbeteren.
Als uw partner, kind of familielid is overleden, staat u op dat verdrietige moment van uw leven voor allerlei beslissingen. U moet keuzen maken voor begrafenis of crematie, thuis opbaren of elders, rouwkaarten en advertenties en nog veel meer.
Op dit moment kan de behandelend arts voorstellen om een postmortaal onderzoek te doen. Dat is een medisch onderzoek na de dood. Het doel hiervan is het opsporen van afwijkingen en erfelijke ziektes die tijdens het leven van een patiënt niet aan het licht zijn gekomen.
Slechts zelden is postmortaal onderzoek alleen noodzakelijk voor het vaststellen van de doodsoorzaak.
Hoewel de vraag om toestemming voor postmortaal onderzoek op een emotioneel moment komt, levert het vaak waardevolle informatie op. Informatie die kan helpen bij het aanvaarden van het verlies, maar die ook belangrijk kan zijn om een schuldgevoel of onnodige verwijten te voorkomen. Deze kennis komt ook toekomstige patiënten ten goede.
Toestemming
Wanneer een patiënt in het UMC Utrecht overlijdt, vraagt de arts aan de nabestaanden toestemming om postmortaal onderzoek te doen. Dit gebeurt alleen als:
- de behandelend arts dit zinvol acht
- de overledene, voor zover zijn of haar leeftijd dat toestaat, zelf geen bezwaar hiertegen kenbaar heeft gemaakt.
- de nabestaanden toestemming geven
Lees meer over postmortaal onderzoek.
Tijdens uw verblijf in het UMC Utrecht kunnen zich complicaties voordoen, bijvoorbeeld als er een acute hart- of ademstilstand ontstaat. Mocht dit gebeuren, dan wordt direct een poging tot reanimeren begonnen.
In het UMC Utrecht geldt het volgende uitgangspunt: alle patiënten worden bij een hart- en ademstilstand gereanimeerd.
Het kan echter zijn dat u in overleg met uw behandelend arts besluit dat reanimeren in een bepaald geval niet zinvol is. Als u zo’n besluit neemt, dan wordt dit in uw medisch dossier vastgelegd.
U en uw arts kunnen op elk moment een gesprek beginnen om eventueel tot het besluit te komen in een bepaald geval niet meer te reanimeren. U kunt overigens op elk moment op uw beslissing terugkomen.

Als u een klacht heeft over uw behandeling, onderzoek, polikliniekbezoek of opname, maak dit dan eerst kenbaar aan uw arts of verpleegkundige. U kunt uw klacht ook bespreken met één van de medewerkers van Patiëntenservice.
Alle zorginstellingen in Nederland zijn wettelijk verplicht een cliëntenraad te hebben. De universitaire medische centra hebben gezamenlijk een cliëntenraad, de Cliëntenraad Academische Ziekenhuizen (CRAZ). De CRAZ bestaat uit bijna vijftig leden van verschillende patiëntenorganisaties. Bij de vergaderingen is van ieder universitair medisch centrum een lid van de Raad van Bestuur aanwezig.
- Het doel van de CRAZ is het leveren van een bijdrage aan de bevordering en bewaking van de kwaliteit van zorg voor patiënten van universitaire medische centra.
- De CRAZ signaleert knelpunten in de zorg en adviseert de universitaire medische centra in de aanpak hiervan. De thema’s waarover de cliëntenraad adviseert, kunnen gelden voor een specifiek universitair medisch centrum, maar ook voor alle universitaire medische centra gezamenlijk.
- Via de CRAZ zijn de patiëntenvertegenwoordigers op het hoogste bestuurlijke niveau van universitaire medische centra betrokken bij actuele ontwikkelingen in deze centra.
De CRAZ behandelt geen directe klachten van patiënten. Hiervoor kunt u terecht bij Patiëntenservice.