Röntgenstraling gaat normaal gesproken overal doorheen. Ook door darmen, maag, lever en nieren. Daarom is het noodzakelijk om de darmen en andere organen ‘te kleuren’. U krijgt daarom voor en tijdens het onderzoek stoffen toegediend, die tijdelijk in het lichaam blijven zitten en de röntgenstraling tegenhouden. Dit zijn zogenoemde contrastmiddelen of contrastvloeistoffen.
Bij het maken van een afspraak krijgt u een flesje met 40 ml Gastrografine (een waterig darmcontrastmiddel). U dient één dag voor het onderzoek, bij uw drie maaltijden, telkens één eetlepel (8 ml) hiervan in te nemen met twee glazen water. Het restant Gastrografine lost u op in 3 dl water en drinkt u twee uur voor het onderzoek op. Vanaf dat moment, dus vanaf twee uur voor het onderzoek, mag u niets meer drinken of eten.
Metalen voorwerpen
U kunt in principe uw kleren tijdens het onderzoek aanhouden. Kleding waarin ook metaal is verwerkt (bijvoorbeeld de 'spijkertjes’ in een spijkerbroek, gespen en dergelijke) dient u uit te doen. Ook metalen voorwerpen zoals sieraden en dergelijke dient u af te doen. Deze verstoren namelijk de opnamen.