Zaadcellen (1) komen via de vagina (2), de baarmoedermond (3) en de baarmoederholte (4) in de eileider (5) en kunnen daar de vrijgekomen eicel uit de eierstok (6) bevruchten.

Baarmoeder (1) met eierstok en eileider (2). Voor de inseminati wordt een dun slangetje door de baarmoedermond in de baarmoederholte geschoven. Het bewerkte sperma wordt ingebracht.