Zoeken

Zorgportalen

Plan uw route

Contact

Telefoonnummer
088 75 555 55


Contactgegevens

Vragen, klachten en complimenten

Lees meer

Hoegaathet?

Lees meer

Kaakcorrecties

Tijdens de behandeling

Er bestaan verschillende mogelijkheden om kaken of delen van kaken te verplaatsen. Welke operatie bij u wordt uitgevoerd, hangt af van het type afwijking in de stand van de kaak. Er moet altijd een zogeheten botsnede in de kaak worden aangebracht, voordat de kaak verplaatst kan worden. Een botsnede wordt met een boor of zaagje in het bot van de boven- en onderkaak aangebracht en heeft tot doel de kaak te verzwakken of in stukken te verdelen.

Een te kleine onderkaak

Bij een te kleine onderkaak wordt de onderkaak naar voren verplaatst. De onderkaak wordt hierdoor verlengd. De botsnede wordt zo gelegd dat de botdelen na de operatie contact met elkaar blijven houden. Het deel met de tanden en kiezen wordt naar voren geschoven. Het achterste deel, met het kaakgewricht, blijft op zijn plek staan. Op die manier ontstaat een langere kaak, zonder dat daar extra bot voor nodig is. In de ruimte tussen de botdelen groeit nieuw bot.

Een verstandskies kan het leggen van de botsnede bemoeilijken, omdat de botsnede op de plek van de verstandskies wordt gelegd. Om de kaak zo sterk mogelijk te maken moet de verstandskies zeker zes maanden voor de operatie verwijderd zijn. Die tijd is nodig om bot op de plek van de verstandskies in te laten groeien. De botsnede loopt langs de gevoelszenuw van de onderlip. Daardoor kan na de operatie tijdelijk een verdoofd gevoel aan de onderlip en kin optreden. Dit kan een paar weken duren. De bewegingen van de onderlip blijven echter altijd normaal.

De kaakdelen worden aan elkaar bevestigd met behulp van schroefjes. Soms wordt ook een klein plaatje gebruikt. Dit materiaal bestaat uit titanium en hoeft meestal niet te worden verwijderd. Omdat bot levend weefsel is en snel herstelt, ontstaat na de operatie weer een even sterke kaak als voor de operatie.

Bij deze operatie blijven de onder- en bovenkaak los van elkaar en kunt u de mond open en dicht doen. U mag de kaak de eerste zes weken niet belasten; u moet dan zacht voedsel eten.

Om er voor te zorgen, dat de beet zo goed mogelijk wordt, krijgt u na de operatie één tot drie weken elastieken tussen boven en onderkaak. U kunt dan de mond wel open- en dichtdoen, maar niet zover als u gewend bent. De eerste maanden na de operatie kunt u wat lichte pijnklachten aan uw kaakgewrichten en kauwspieren hebben omdat u moet wennen aan de nieuwe beet. Doordat de beet geleidelijk aan wordt ingesteld, verdwijnen deze klachten.

De opname in het ziekenhuis duurt meestal twee tot drie dagen. Meestal kunt u na één of twee weken weer aan het werk.

Een te grote onderkaak

Een operatie bij een te grote onderkaak gaat ongeveer hetzelfde als bij een te kleine onderkaak, alleen wordt nu het botstuk met tanden en kiezen naar achteren geplaatst. De onderkaak wordt verkort door een klein stukje bot te verwijderen. Bij deze operatie is het niet nodig de kiezen op elkaar vast te zetten. De kaken worden aan elkaar vastgemaakt met schroefjes en een plaatje.

Soms wordt een andere operatiemethode toegepast. De botsnede wordt dan net voor het gewricht recht naar beneden gelegd. Het achterste deel, waaraan het kaakgewricht zit, wordt naar buiten gehouden en het voorste deel van de kaak met tanden en kiezen wordt naar achteren verplaatst. De botstukken overlappen dan gedeeltelijk. Nadat het kaakdeel naar achteren is verplaatst, worden de botstukken met staaldraadjes voor een periode van zes weken aan elkaar vastgemaakt.

Na de operatie aan de onderkaak kunt u tijdelijk een wat vreemd gevoel in het gebied van de onderlip en kin hebben, dat enkele weken kan duren. De bewegingen van de onderlip blijven normaal.

Geleidelijk verlengen van de onderkaak

Soms is het beter de onderkaak geleidelijk te verlengen. Hiervoor wordt een apparaatje in de onderkaak aangebracht dat met een schroefsysteem verlengd kan worden. Het apparaatje zit onder het tandvlees en steekt er aan de voorzijde uit. Daarna worden de botsnedes gelegd.

De eerste week na de operatie geneest de wond en wordt de kaak nog niet verlengd. De week daarna wordt de kaak langzaam verlengd door met een klein sleuteltje aan het apparaatje te draaien, totdat de juiste positie van de kaak bereikt is. Dit draaien aan het apparaatje doet u zelf. Voor een goede begeleiding komt u twee- of driemaal per week naar de polikliniek.

Na één tot twee weken is de kaak voldoende verlengd. Er vormt zich nieuw bot op de plek waar de botsnede is aangebracht. Het apparaatje wordt na twee tot vier maanden op de dagbehandeling verwijderd.

Operatie aan de bovenkaak

Soms heeft de bovenkaak een afwijkende stand. De kaakchirurg legt de botsnede boven de wortels van tanden en kiezen. Nadat de bovenkaak is losgemaakt, verplaatst de kaakchirurg deze. De meest voorkomende verplaatsingen zijn naar boven en naar voren. De bovenkaak wordt daarna met vier plaatjes en met schroefjes weer vastgemaakt.

Na de operatie is het gezicht de eerste tijd wat dik. Ook hebt u tijdelijk een verminderd gevoel in de bovenlip en neusvleugel. Dit trekt meestal na een paar weken weer weg. U krijgt elastieken tussen de boven- en onderkaak.

De botsnede loopt door de kaakholte, waarbij de slijmvliezen van de kaakholte worden geopend. Daarom kan er de eerste weken nog wat oud bloed uit de neus komen. U mag de eerste drie weken de neus ook niet snuiten. Wel mag u de neus spoelen met zout water.

Verbreding van de bovenkaak

Soms is de bovenkaak te smal ten opzichte van de onderkaak en lukt het de orthodontist niet om de tanden en kiezen in de goede positie te krijgen. Het doel van de ingreep is het bot van de bovenkaak te verzwakken. U krijgt bij deze operatie aan beide zijden een botsnede in de bovenkaak. Ook in het midden van de bovenkaak, achter de bovenlip, wordt een kleine botsnede gelegd.

De verbreding van de bovenkaak gebeurt op de dagbehandeling. Dit betekent dat u ‘s ochtends nuchter komt en in de loop van de dag weer naar huis gaat. De verbreding van de bovenkaak kan alleen gedaan worden nadat de orthodontist eerst hulpmateriaal voor de verbreding aan de kiezen van de bovenkaak geplaatst heeft. Zodra u de datum van operatie weet, maakt u een afspraak met de orthodontist om het hulpmiddel te plaatsen. De eerste tijd na de ingreep hebt u een dikker gezicht en het gevoel van de bovenlip kan de eerste weken verminderd zijn. Verstandskiezen kunnen tijdens deze ingreep ook meteen getrokken worden.

Operatie aan de kin

Als de beet goed is, maar de kin te groot of te klein is, wordt alleen de kin verplaatst.

Om de kin te ondersteunen krijgt u een elastische pleister op de kin voor drie tot vier dagen. Als u deze pleister verwijdert, is het verstandig deze eerst tijdens het douchen goed nat te maken. Vervolgens knipt u het midden voorzichtig met een schaar door en verwijdert u de beide pleisterdelen in de richting van het oor.

Liposuctie

Soms wordt met een kaakverplaatsing niet de gewenste halsvorm bereikt. In dat geval wordt de kaakverplaatsing gecombineerd met liposuctie ter hoogte van de overgang van de onderkaak naar de hals. Bij liposuctie wordt vetweefsel weggezogen. Dit gebeurt via een klein wondje in de huid net onder de kin. Om een mooi resultaat te bereiken wordt soms nog een tweede opening gemaakt. Omdat het wondje erg klein is en in de huidlijnen loopt, is dit na drie weken al niet meer zichtbaar.

Liposuctie geeft over het algemeen na de operatie geen extra klachten of zwelling. Om de wond te ondersteunen draagt u de eerste zes weken na de liposuctie een pleister die u zelf dagelijks kunt wisselen.

Verpleegafdelingen