
Als de uitkomsten van de echografie en het bloedonderzoek op zaadbalkanker wijzen, is weefselonderzoek nodig. Dit moet zo spoedig mogelijk na de echografie en het bloedonderzoek gebeuren. In ieder geval binnen drie dagen. Voor dit onderzoek is het nodig om de zaadbal, de bijbal en de zaadstreng operatief te verwijderen. De operatie gebeurt onder narcose. De arts voert de operatie uit via de lies. De opname in het ziekenhuis duurt één of twee dagen.
Het wegnemen van zaadbal, bijbal en zaadstreng is tevens het begin van de behandeling.
Medisch gezien gaat het om een betrekkelijk kleine operatie. In emotioneel opzicht is zo’n operatie voor u een ingrijpende gebeurtenis. Helaas is het niet mogelijk om een zekere diagnose te stellen door maar een deel van de bal te verwijderen. Wel bestaat de mogelijkheid om een prothese aan te brengen. Daarmee wordt zowel het uiterlijk als het gevoel van de balzak min of meer hersteld.
De patholoog onderzoekt de weggenomen organen. Hij selecteert kleine stukjes weefsel uit de organen en bekijkt deze onder de microscoop. Dit onderzoek wijst uit of er inderdaad sprake is van zaadbalkanker. Tevens stelt de patholoog vast om welk type zaadbalkanker het gaat: een seminoom, een non-seminoom of een combinatie van beide. Ook bepaalt hij de plaatselijke uitgebreidheid van de ziekte.
Het verlies van één zaadbal leidt niet tot vermindering van de geslachtsdrift en evenmin tot impotentie. Ook is er meestal geen blijvende invloed op de vruchtbaarheid.
Een lymfeklieroperatie kan onderdeel zijn van de vervolgbehandeling. Als u een chemokuur (een behandeling met cytostatica) hebt gehad, maakt de arts na de laatste kuur een CT-scan. Als er afwijkingen te zien zijn, is een operatie noodzakelijk. Het doel daarvan is te controleren of de cytostatica alle kankercellen hebben vernietigd. Tijdens deze operatie verwijdert de arts de vergrote lymfeklieren achter de buikholte. Hij onderzoekt of hierin nog kankercellen aanwezig zijn.
Bijwerkingen
Doorgaans heeft u enkele weken nodig om te herstellen van een lymfeklieroperatie.
Ten gevolge van de operatie kan de zaadlozing blijvend verstoord raken. In dat geval zult u bij het klaarkomen alleen het lustgevoel ervaren. Er vindt dan geen zaadlozing plaats. Dit noemt men een ‘droog orgasme’. Deze bijwerking kan vaak worden voorkomen door een ‘zenuwsparende’ operatie.
Om de gang van zaken rondom de operatie goed te laten verlopen, start u van tevoren (en ook thuis al) met de voorbereidingen.
U ontvangt een oproep van de polikliniek pre-operatief spreekuur (POS) voor een gesprek met de anesthesioloog.
Als u 60 jaar of ouder bent, wordt een hartfilmpje gemaakt. In sommige gevallen is aanvullend onderzoek nodig.
Eten en drinken
Op de dag van de operatie, soms al de avond ervóór, volgt u de instructies die de anesthesioloog u heeft gegeven over eten en drinken. Op het moment dat u onder narcose gaat, moet uw maag leeg zijn.
Roken
We verzoeken u op de dag van de operatie niet te roken. Roken prikkelt de longen en beïnvloedt de maagfunctie waardoor de vertering van voedsel minder snel verloopt.
Medicijngebruik
Met de anesthesioloog heeft u afgesproken welke medicijnen u blijft gebruiken tot vlak voor de operatie. Zo geeft hij onder meer een advies over het gebruik van plaspillen.
Meenemen - uw medicijnen (liefst in de verpakking)
- adres en telefoonnummer van degene met wie de afdeling eventueel contact kan opnemen
- iets te lezen of een walkman ter afleiding.
U meldt zich bij de afdeling Dagbehandeling of bij de afdeling Centrale Opname in de hal van het ziekenhuis. Op de afdeling heeft u een gesprek met:
- een verpleegkundige; u krijgt informatie over de gang van zaken op de afdeling
- een zaalarts
- uw chirurg; u kunt met hem onder meer afspreken wie hij na de operatie kan bellen; zie ook “tips voor het gesprek met de chirurg”.
Klaarmaken voor de operatiekamerDe verpleegkundige vertelt u wanneer u aan de beurt bent op de operatiekamer. U bereidt u voor op uw kamer:
- U kunt zich eerst nog douchen of wassen
- U verwijdert sieraden en prothesen; denkt u eraan alle belangrijke zaken in een afgesloten kast op te bergen? U kunt de sleutel door de verpleegkundige laten bewaren
- Daarna doet u de operatiekleding aan; meestal is dit een jasje waarbij de achterkant losjes vast zit. Uw onderbroek kunt u aan houden
- Soms krijgt u ongeveer één uur voor de operatie als voorbereiding op de narcose (anesthesie) een rustgevend medicijn.
Een verpleegkundige brengt u vlak vóór de operatie naar het operatiecentrum. U wacht daar, vaak met andere patiënten, in een grote zaal tot de operatiekamer gereed is.
Na afloop van de operatie blijft u eerst een aantal uren op de uitslaapkamer (recovery). In het
begin bent u dan nog wat slaperig en soms misselijk van de narcose. Daarna gaat u weer terug
naar de afdeling. Soms gaat u één of meerdere dagen naar de Intensive Care Unit
U hebt een infuus in uw arm. Dit is een dun slangetje, dat in een bloedvat is geschoven. Hierdoor worden vocht en voedingsstoffen in uw bloed gebracht, omdat u kort na de ingreep nog niet mag eten of drinken.
In het wondgebied heeft de arts een drain achtergelaten. Dit is een rubberen slangetje waardoor wondvocht wordt afgevoerd. De arts bepaalt wanneer de drain verwijderd wordt.
De verpleegkundigen helpen u in het begin met wat u zelf nog niet kunt doen. Langzaam maar zeker heeft u steeds minder hulp nodig.