Er is sprake van scheelzien wanneer één oog wegdraait. Het oog kan naar binnen, naar buiten, naar boven of naar beneden draaien. Soms bestaat er een combinatie van scheelzien (dan draait het oog bijvoorbeeld naar binnen en naar boven).
Als iemand scheel ziet, worden er twee beelden waargenomen. Dit heet het waarnemen van dubbelbeelden (ofwel: dubbelzien).
Als scheelzien vóór het achtste levenjaar ontstaat, zijn de hersenen vaak in staat om het tweede, dubbele, beeld uit te schakelen, zodat er maar één beeld waargenomen wordt.
Wanneer het scheelzien ná het achtste levensjaar ontstaat, dan kunnen de hersenen het tweede, dubbele, beeld niet meer onderdrukken. Men krijgt dan last van het permanent waarnemen van dubbele beelden.
Het menselijk oog heeft zes oogspieren die ervoor zorgen dat de ogen kunnen bewegen. Deze oogspieren liggen aan de buitenkant van de oogbol.