Bij epilepsie kunt u tijdelijk de controle over uw lichaam verliezen, of over een deel van uw lichaam. Dit noemen we een epileptische aanval of een insult. Zo'n aanval kan ontstaan door veranderingen in de elektrische activiteit in uw hersenen.
Onderstaande animatie legt uit wat epilepsie is.
Alles wat wij doen wordt gestuurd vanuit de hersenen. Als u bijvoorbeeld uw arm wilt optillen, dan geven de hersenen hiervoor opdracht aan de spieren. De hersenen geven deze boodschap door met elektrische stroomstootjes en chemische stoffen (neurotransmitters) van de ene zenuwcel aan de andere zenuwcel. De spieren zorgen ervoor dat de arm wordt opgetild.
Dit doorgeven van boodschappen noemen we de ‘overdracht van signalen’. Er doen altijd heel veel zenuwcellen mee aan zo’n overdracht van een boodschap. De hersenen kunnen die overdracht beginnen, maar ook weer stoppen. Bijvoorbeeld als de arm is opgetild.
Een epileptische aanval Als u epilepsie hebt, dan gaat er iets verkeerd met die overdracht van signalen tussen de zenuwcellen in uw hersenen. Die overdracht van signalen houdt niet meer op. Hierdoor worden steeds meer signalen doorgegeven, aan steeds meer zenuwcellen. En het is niet meer te stoppen. Alsof er kortsluiting ontstaat in de hersenen.
Door al deze signalen kunt u tijdelijk de controle over uw lichaam verliezen, of over een deel van uw lichaam. Als dit één keer gebeurt, dan noemen we het nog niet epilepsie. We noemen het pas epilepsie als:
- U regelmatig aanvallen hebt en
- Als onderzoek heeft laten zien dat u deze aanvallen krijgt door epilepsie en niet door bijvoorbeeld flauwvallen