Zoeken

Zorgportalen

Plan uw route

Contact

Telefoonnummer
088 75 555 55


Contactgegevens

Vragen, klachten en complimenten

Lees meer

Magazine Uniek

Lees meer

Zorg Special

Stamceltransplantatie

Selecteer een special

Stamceltransplantatie als redmiddel

Een stamceltransplantatie is vaak het laatste redmiddel voor kinderen met een ernstige vorm van leukemie, voor kinderen met een ernstige afweerstoornis of voor kinderen met een stofwisselingsziekte. Het centrum voor stamceltransplantaties in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) voert stamceltransplantaties bij kinderen uit. Het centrum is één van de twee gespecialiseerde afdelingen voor stamceltransplantaties bij kinderen in ons land. Patiënten uit heel Nederland komen naar Utrecht voor hun behandeling.

Omdat de mogelijkheden voor stamceltransplantatie (SCT) flink zijn uitgebreid, is het centrum voor stamceltransplantaties in het WKZ de afgelopen jaren sterk gegroeid. Het aantal transplantaties groeide. Kinderen die een stamceltransplantatie ondergaan zijn vatbaarder voor infecties. Daarom is het centrum in 2007 ingrijpend verbouwd. De afdeling heeft nu zeven isolatiekamers met een speciale luchtfiltering. Een vast SCT-team behandelt de patiënten volgens vaste regels (protocollen).

Wat is een stamceltransplantatie?

Bij een stamceltransplantatie haalt de arts stamcellen uit het beenmerg of uit het bloed van een gezonde donor of uit navelstrengbloed. De patiënt krijgt deze stamcellen via een infuus. Deze stamcellen groeien uit tot bloedcellen die: 

  • de zieke cellen van de patiënt vervangen (zoals bij leukemie) of 
  • een tekort aan een bepaalde stof (eiwit) in het lichaam aanvullen (zoals bij stofwisselingsziektes).
Een stamceltransplantatie is een ingewikkelde en gevaarlijke behandeling. Daarom bekijkt het SCT-team per patiënt of een stamceltransplantatie ook echt de beste oplossing is.

Voor welke ziektes?

Het WKZ doet stamceltransplantaties bij kinderen met: 

  • kwaadaardige aandoeningen, zoals lymfklierkanker en leukemie die niet te genezen is met chemotherapie; 
  • stofwisselingsziektes die ernstige neurologische schade veroorzaken;
  • levensbedreigende afweerproblemen; 
  • beenmergfalen dat niet op een andere manier te behandelen is.
Stamcellen uit navelstrengbloed

De helft van de patiënten die in het WKZ een stamceltransplantatie ondergaat, krijgt stamcellen uit navelstrengbloed. Het navelstrengbloed wordt na de geboorte uit de placenta gehaald, ingevroren en opgeslagen in navelstrengbloedbanken. Het gebruik van stamcellen uit navelstrengbloed heeft een aantal voordelen: 

  • het is snel beschikbaar, omdat het ligt opgeslagen in navelstrengbloedbanken. Dit is vooral belangrijk bij ziektes waarbij de patiënt snel achteruit gaat. 
  • Het gebruik van navelstrengbloed geeft minder kans op transplantatieziekte. Bij transplantatieziekte stoot niet de ontvanger de donorcellen af, maar is het net andersom: de donorcellen stoten de ontvanger af. 
  • Er is minder kans op het doorgeven van virussen, omdat die nog niet in navelstrengbloed aanwezig zijn.
Er zijn ook nadelen: 

  • er zitten minder stamcellen in het bloed dan bij een volwassen donor. Daardoor is het minder geschikt voor zwaardere patiënten. 
  • Er kan maar één donatie per donor plaatsvinden.
Bij jonge kinderen zijn deze nadelen echter niet zo groot. Door hun lage gewicht hebben zij in totaal minder cellen nodig voor een succesvolle stamceltransplantatie.

Late effecten en lange termijn follow up

Een transplantatie is een zware medische behandeling. Direct na de transplantatie is de kans op complicaties groot. Maar ook daarna is het gevaar niet geweken. Jaren na een succesvol verlopen SCT kunnen kinderen last krijgen van restziektes of late effecten, zoals tumoren. Om die late effecten op tijd op te sporen zijn er de afgelopen jaren twee projecten gestart. 

  • In het centrum voor stamceltransplantatie startte het project LATER, waarbij artsen kinderen met kwaadaardige aandoeningen en afweerstoornissen volgen. 
  • In het Sylvia Tóthcentrum startte een project voor kinderen met een stofwisselingsziekte.
De patiënten komen ieder jaar een dag naar het centrum. In het Sylvia Tóthcentrum onderzoeken alle betrokken specialisten het kind. Aan het einde van de dag bespreken ze de onderzoeksresultaten met elkaar én met de ouders. Als het nodig is, kunnen artsen meteen ingrijpen. Deze unieke projecten verbeteren niet alleen de kwaliteit van leven, maar ook de kwaliteit van zorg. Het centrum voor stamceltransplantaties wil kinderen met andere zeldzame ziektes die restziekte blijven houden ook op deze manier gaan volgen.

Behandeling volgens de regels

De afgelopen jaren werkte het centrum ook hard aan het opstellen van standaard behandelrichtlijnen. Omdat iedereen volgens vaste regels werkt, kunnen behandelingen goed worden getoetst en vergeleken met die van andere centra. Ook kan worden beoordeeld of het centrum voldoet aan een vastgestelde internationale standaard. Deze richtlijnen zijn dan ook nodig om in de toekomst stamceltransplantaties te mogen blijven uitvoeren. De internationale standaard is het ‘keurmerk’ JACIE. Het centrum voor stamceltransplantaties heeft die accreditatie in 2009 verkregen.