Kanker

Betere doorverwijzing na eierstokkanker

Lang niet alle vrouwen die eierstokkanker hebben gehad krijgen nu DNA-onderzoek aangeboden, terwijl dat wel heel belangrijk is. DNA-onderzoek kan namelijk ook helpen bij het voorkomen of vroeger opsporen van borstkanker. Met een beetje hulp kunnen huisartsen zo’n 80 procent van de opgespoorde vrouwen die zijn behandeld vanwege eierstokkanker alsnog benaderen en zo nodig doorverwijzen, zo blijkt uit onderzoek van het UMC Utrecht en het NIVEL. Klinisch geneticus dr. Margreet Ausems: “Dat is veelbelovend. Voor patiënten en hun familie kan DNA-onderzoek namelijk van levensbelang zijn.”

Bij ongeveer 10 tot 15 procent van de vrouwen met eierstokkanker is sprake van een

. Die genmutatie zorgt ervoor dat de vrouwen ook een verhoogd risico hebben op borstkanker. Weten of je drager bent van een genafwijking is belangrijk om te kunnen bepalen of er preventieve maatregelen nodig zijn, zoals regelmatige borstcontroles of het verwijderen van de eierstokken en/of borsten. Om te ontdekken of je drager bent is DNA-onderzoek nodig. Volgens de landelijke

(2015) komen ook alle vrouwen met eierstokkanker in aanmerking voor DNA-onderzoek. Dit is ongeacht hun leeftijd en of er borst- of eierstokkanker voorkomt in de familie.

Opsporen

Vrouwen die na het ingaan van de richtlijn eierstokkanker hebben gekregen, worden in de regel door hun gynaecologisch oncoloog al doorverwezen voor DNA-onderzoek. Dat geldt niet voor vrouwen die vóór het ingaan van de richtlijn zijn behandeld vanwege eierstokkanker en ook niet meer onder controle zijn. Om te zorgen dat ook zij DNA-onderzoek kunnen laten doen, heeft de huisarts een belangrijke rol. Die kan hen namelijk ‘opsporen’ in het eigen bestand en vervolgens doorverwijzen naar de afdeling Genetica van een UMC.

Video voor huisarts en patiënt

“Er is een actiever beleid nodig om huisartsen te helpen deze vrouwen te vinden en door te verwijzen”, aldus klinisch geneticus Margreet Ausems (UMC Utrecht). De afdelingen Genetica en Huisartsgeneeskunde van het UMC Utrecht en het NIVEL deden daar onderzoek naar. “We hebben twee strategieën vergeleken: huisartsen per brief informeren over de richtlijn en verzoeken zelf de vrouwen te vinden en door te verwijzen (groep 1), versus huisartsen uit het

via ICPC-codes ondersteunen bij het vinden van deze vrouwen (groep 2). Uit de studie blijkt dat in beide groepen ruim 60 procent van de patiënten die zijn opgespoord en verwezen daadwerkelijk bij de afdeling Genetica zijn geweest.”

Laagdrempelig

“Het mooie aan onze resultaten is dat zowel huisartsen als patiënten tevreden waren, of er nu een brief is verstuurd of ICT-ondersteuning is geboden. Zij vinden beide een laagdrempelige en werkbare manier, die helpt bij het vinden van de vrouwen die eierstokkanker hebben gehad en hen door te verwijzen. Daar kunnen allereerst de vrouwen zelf baat bij hebben, maar ook hun familieleden die drager kunnen zijn. Bij hen kunnen we er ook eerder bij zijn. We onderzoeken nu samen met het Julius Centrum en het

hoe we dit project landelijk kunnen opschalen.”

De resultaten van deze studie zijn op 23 oktober gepubliceerd in het

.

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Reageer als eerste

Reacties

Reageer

Om spam te voorkomen vragen we u de onderstaande code over te typen.