Begin 2019 krijgt klinisch geneticus Marleen Simon de vraag of ze wil meedenken over een pasgeborene in het Wilhelmina Kinderziekenhuis. Het jongetje heeft een skeletaandoening. “Ik herkende de verschijnselen van twee meisjes uit de tijd dat ik in Rotterdam werkte. Bij hen konden we na vijftien jaar speuren een diagnose stellen.”

Het eerste Rotterdamse meisje ziet Marleen in 2002, vlak na de geboorte. Ze heeft een kleine lengte met een gedrongen lichaamsbouw, standsafwijkingen van de gewrichten en afwijkingen in de wervelkolom. Een zusje dat later wordt geboren, heeft vergelijkbare verschijnselen. De aandoening is ernstig, want door vergroeiing van wervelbogen aan één kant ontstaat een ernstige kromming van de wervelkolom waardoor de longen in de verdrukking komen. 

Nieuw-Zeeland

In 2002 was DNA-onderzoek slechts van een beperkt aantal genen mogelijk, en alleen als je een idee had welk gen bij een aandoening betrokken was. “Aanvankelijk kon ik bij de zusjes geen diagnose stellen”, vertelt Marleen. “Maar ik bleef aan ze denken en hield de literatuur in de gaten.” 
Na een paar jaar kreeg ze een vermoeden. DNA-onderzoek van het gen dat bij deze aandoening betrokken was, werd toen alleen nog aangeboden door een laboratorium in Nieuw-Zeeland. Ze stuurde DNA van de meisjes op, maar in dat gen werden geen afwijkingen gevonden. Weer een paar jaar later werd in Nieuw-Zeeland whole exome sequencing (WES) verricht: een vorm van DNA-onderzoek waarmee alle 20.000 genen tegelijk worden onderzocht. Het DNA van de zusjes werd vergeleken met dat van hun ouders (een trio-WES). Ook daarbij werd geen genetische verklaring gevonden voor de afwijkingen bij de meisjes. 



Combinatie van twee mutaties

In 2015 verschijnt een medisch artikel over DNA-afwijkingen in het MYH3-gen als oorzaak van een skeletaandoening. Marleen vraagt de onderzoekers in Nieuw-Zeeland om dit gen beter te bekijken. Het blijkt dat eerder bij de WES is vastgesteld dat de Rotterdamse zusjes van hun vader een mutatie in het MYH3-gen hadden geërfd. Maar omdat de vader geen vergelijkbare lichamelijke aandoening heeft, is die mutatie destijds niet gerapporteerd. 
Vervolgens wordt in Nieuw-Zeeland met whole genome sequencing, een DNA-onderzoek waarbij het héle genoom wordt uitgelezen, een tweede mutatie in het DNA gevonden: die ligt vlak vóór het MYH3-gen en is overgeërfd via de moeder. “Omdat deze mutatie niet in het gen zélf ligt, kun je hem met WES niet vinden”, legt Marleen uit. “Juist de combinatie van deze twee mutaties veroorzaakt de skeletaandoening bij de zusjes.”
DNA van de jongen die ze dit jaar in het WKZ zag, is nu onderzocht in het Radboudumc. Daar is onderzoek mogelijk naar een reeks genen, die betrokken zijn bij skeletaandoeningen. Dit onderzoek bevestigt dat de jongen vergelijkbare mutaties in het MYH3-gen heeft als de twee Rotterdamse meisjes.



Ouders

De uitslag van het DNA-onderzoek bij het jongetje was binnen twee weken bekend. Een belangrijk voordeel van die snelle diagnose is dat belastend en kostbaar onderzoek, zoals een spierbiopt of beeldvorming van de hersenen, bij hem niet meer nodig is. “Ook  is er nu duidelijkheid over de overerving”, vertelt Marleen. “Beide ouders zijn drager van de aanleg. Als een toekomstig kind van hen de aanleg erft, zal het opnieuw de aandoening hebben. De herhalingskans is daarmee 25 procent. Dat weten de ouders nu. Ze komen om die reden in aanmerking voor preïmplantatie genetische diagnostiek.“ Bij deze methode wordt na IVF een gezond embryo geselecteerd voor terugplaatsing in de baarmoeder.



Steun aan elkaar

De hier beschreven kinderen hebben een heel zeldzame skeletaandoening. Beide Rotterdamse meisjes zijn aan hun wervelkolom geopereerd in het Wilhelmina Kinderziekenhuis, waar al enige ervaring met de aandoening is. “Met hun wederzijdse goedkeuring heb ik beide families met elkaar in contact gebracht, zodat ze kennis en ervaring kunnen delen”, vertelt Marleen. “Ouders kunnen daar steun aan ervaren, maar ook praktische zaken uitwisselen die niet altijd aan bod komen in de spreekkamer, bijvoorbeeld hoe je thuis en op school kunt omgaan met de aandoening. Voor veel ouders is dat erg waardevol”.
 

Laat het ons weten als je vragen, opmerkingen of reacties voor de redactie hebt.

Reageer op dit artikel

Dit is een verplicht veld Dit is geen juist e-mailadres Dit is een verplicht veld Dit is een verplicht veld
  • Geplaatst door Jan Willem op 5-7-2019
    MYH3 - Hoeveel DNA onderzoek is er gedaan naar andere in mijn ogen vergelijkbare spinale afwijkingen zoals Spina Bifida occulta en aan verwanten als Tethered Cord Syndroom, chiari malformatie en Scoliose. Zou het niet verstandig zijn DNA te verzamelen bij patiënten om zo te kunnen aan tonen dat een bepaald Gen. al verantwoordelijk is voor een ontwikkelde afwijking. Dit lijkt mij zeker haalbaar als je ontelbare spinale afwijkingen in specifieke groepen wil indelen. Als patiënt komt de vraag steeds meer op, Waarom onderzoekt mijn DNA niet zo wie zo zoals verzamelaar graag alle jaargangen in bezit wil hebben. De volgende 25 jaar van DNA laten met een drupje bloed exact zien wat de oorzaak is wanneer iemand een klacht heeft. Dit verhaal maakt mijn persoonlijk duidelijk dat data van het menselijk lichaam de toekomst heeft om eerder en mogelijk op tijd in te grijpen bij een aandoening. Die nooit uitgesloten kan worden. Ik doel daar bij niet op stoffen die nog niet aanwezig zijn in het menselijk lichaam na de geboorte.
    • Geplaatst door Jan Willem op 5-7-2019
      MYH3

      Lees meer verhalen

      Ontdek en verdiep je in onze onderwerpen