Als apothekersassistent komt Viviënne IJtsma op de medium care om van iedere patiënt het medicijngebruik nauwkeurig vast te stellen. Een patiënt die ze niet snel zal vergeten, is een 17-jarig meisje dat van haar paard viel en met ernstig hersenletsel werd opgenomen.

“Ik heb altijd in openbare apotheken gewerkt en sta sinds vier jaar bij de klinische farmacie in het UMC Utrecht. Als patiënten worden opgenomen spreek ik hen – of hun familie – over de medicatie die ze thuis gebruiken. Ik check wat een arts voorschrijft tijdens de opname en beoordeel of dat samengaat met eventuele andere medicatie. Bij ontslag spreek ik de meeste patiënten weer, om met ze door te nemen welke medicatie ze thuis moeten gebruiken. En ik zorg ervoor dat hun eigen apotheek hiervan op de hoogte is. De patiënten die ik hier tref, zijn er vaak slechter aan toe dan ik gewend was in de openbare apotheek. Dit is natuurlijk ook een academisch ziekenhuis. Vooral in het begin had dat een grote impact op me. Maar nog steeds zijn er situaties die me erg aangrijpen. Zo denk ik nog regelmatig aan een meisje met hersenletsel dat per ambulance naar het ziekenhuis kwam.

Slappe ledematen 

Ze is van haar paard gevallen: een hersenbloeding en een gebroken nek. De eerste dagen is het onzeker of ze het ongeval zal overleven, maar als het gevaar geweken is komt ze op de medium care. De eerste keer dat ik haar daar zie, wordt ze net uit bed getakeld. Haar ouders kijken toe hoe ze met slappe ledematen naar de rolstoel wordt verplaatst en vastgemaakt. Dat beeld blijft me bij. Zo’n jonge meid. Een week daarvoor was er nog niks aan de hand, nu is ze volledig verlamd en kan vrijwel niets meer. Niet meer praten, niet meer lopen, niet verstaan en niet begrijpen. Door de hersenbloeding was er te veel zuurstofgebrek met ernstig hersenletsel als gevolg. 

Sondevoeding

Ik zie haar in die tijd dagelijks, houd haar medicatie in de gaten. Ze krijgt het opiaat oxycodon tegen de pijn. Omdat ze niet kan slikken, is voorgeschreven dat we het middel rectaal toedienen. Maar inmiddels krijgt ze sondevoeding, dus adviseer ik het opiaat daaraan toe te voegen, voor een gelijker niveau van pijnstilling. De arts neemt mijn advies over. Iedere dag kom ik op de medium care en iedere dag zit haar moeder aan haar bed, de hele dag. Het beeld van mijn eigen – gezonde - kinderen dringt zich aan me op. 

Tegen beter weten

Tegen beter weten in hoop ik op enig herstel, dat ze toch iets meer kan. Als ze na twee weken naar een revalidatiecentrum wordt gebracht, bevestigt een verpleegkundige wat ik al wist: ‘Dit komt waarschijnlijk nooit meer goed.’ Soms mis ik het dat ik ervaringen niet met m’n collega’s in de apotheek kan delen. Ze staan er natuurlijk wel voor open, maar bij aangrijpende gebeurtenissen heb je toch de behoefte daar met iemand over te praten die er ook bij was. 
Sinds haar opname komt ze zo nu en dan nog naar het ziekenhuis. Mensen die volledig verlamd zijn, hebben regelmatig complicaties. Omdat ze helemaal niet meer bewegen, gaat hun lichaam minder goed werken. Een wond die niet meer vanzelf geneest, bijvoorbeeld. Als ze door verlamming niet meer kunnen hoesten, krijgen ze vaker een longaandoening waarvoor antibiotica nodig zijn. Zo heb ik haar nog een paar keer gezien, altijd samen met haar moeder. En heb ik met haar nog een paar keer de medicatie doorgenomen, iedere keer toch weer hopend dat het misschien beter zou gaan.”

Laat het ons weten als je vragen, opmerkingen of reacties voor de redactie hebt.

Reageer op dit artikel

Dit is een verplicht veld Dit is geen juist e-mailadres Dit is een verplicht veld Dit is een verplicht veld

    Lees meer verhalen

    Ontdek en verdiep je in onze onderwerpen