Terug

Kwaliteitsgeld onderwijs
Groei vereist de juiste condities

De meningen van studenten en docenten zijn bepalend voor hoe het UMC Utrecht/faculteit Geneeskunde Universiteit Utrecht het geld van de kwaliteitsafspraken gaat besteden. Ontdek op deze pagina hoe het geld beschikbaar is gekomen, wat wij ermee willen gaan doen en hoe u hierover kunt meedenken.

Waar komt het geld vandaan?

Studenten kregen tussen 1986 en 2015 van de overheid een basisbeurs die zij na het behalen van hun diploma niet meer hoefden terug te betalen. Per 1 september 2015 is die basisbeurs veranderd in een studievoorschot, een lening die studenten aangaan bij de overheid.

Bij de omzetting van de basisbeurs in het leenstelsel is afgesproken dat de vrijkomende middelen ten goede zouden komen aan de kwaliteit van het onderwijs. In het sectorakkoord is vervolgens opgenomen dat de vrijkomende middelen studievoorschot worden gekoppeld aan kwaliteitsafspraken (2019-2024) op het niveau van de universiteit of hoger beroepsonderwijs. ​De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft bepaald dat de meningen van studenten en docenten hierbij een belangrijke rol gaan vervullen. 

NOSop3 - 9 april 2018

Waar kunnen we dit bedrag aan besteden binnen de faculteit Geneeskunde?

Het UMC Utrecht/faculteit Geneeskunde heeft de opdracht gekregen om een plan voor alle opleidingen op te stellen. Dit gebeurt in nauwe afstemming met  student(-vertegenwoordigers) en docenten en is gericht op deze thema’s:

  1. Intensiever en kleinschalig onderwijs (onderwijsintensiteit)
    De relatie tussen docenten en studenten is cruciaal voor goed onderwijs. Daarom is het belangrijk het contact tussen student en docent verder te intensiveren. Dit kan bijvoorbeeld door in te zetten op kleinere onderwijsgroepen en community-vorming, en door meer tijd vrij te maken voor persoonlijke feedback en individuele begeleiding.
  2. Meer en betere begeleiding van studenten
    Het is de verantwoordelijkheid van de universiteiten en hogescholen om alle studenten gelijke kansen te bieden, ongeacht achtergrond, herkomst en vooropleiding. Niet alleen incidenteel, als het mis dreigt te gaan, maar ook proactief en structureel.
  3. Verdere professionalisering van docenten (docentkwaliteit)
    Goede en betrokken docenten zijn de sleutel tot kwalitatief hoogwaardig onderwijs. Ingezet kan worden op verdere professionalisering van docenten. Daarbij hoort ook meer waardering voor de werkzaamheden van docenten.

Het geld mag alleen worden besteed aan personele kosten, direct gerelateerd aan het onderwijs om het huidige onderwijs een kwaliteitsimpuls te geven. Daarnaast hanteren wij als uitgangspunt dat de basisvoorzieningen op orde dienen te zijn.

Er is in de huidige  opleidingen al veel kleinschalig onderwijs, waarvoor passende financiering beschikbaar is. De kwaliteitsgelden zullen worden ingezet voor verdere verbetering (kwaliteitsimpuls) van het huidige aanbod aan kleinschalig onderwijs en, voor zover nodig, voor uitbreiding van het kleinschalig onderwijs. Er wordt dus géén geld ingezet voor het aanstellen van extra docenten om de huidige curricula in de opleidingen uit te voeren.

Wat gaat het UMC Utrecht/faculteit Geneeskunde doen met het geld?

Er is een plan opgesteld met een looptijd tot 2024. Jaarlijks zal met de O&O Raad (inclusief studentenraad) worden geëvalueerd wat de voortgang is en zullen de plannen voor het volgende jaar worden geconcretiseerd. Voor 2019 zijn de volgende ambities geformuleerd:

Intensiever en kleinschalig onderwijs (onderwijsintensiteit)

De faculteit kiest er binnen dit thema voor om de kwaliteitsgelden te besteden aan het effectiever maken (innoveren) en waar nodig uitbreiden van het bestaande kleinschalig onderwijs. Hierbij wordt gedacht aan verbeteren van bestaande kleinschalige werkvormen en verder ontwikkelen en implementeren van nieuwe activerende kleinschalige werkvormen in de curricula. In 2019 zullen per opleiding minimaal twee cursussen tegen het licht gehouden worden en zal er waar nodig een innovatieplan  gemaakt worden . De voorkeur van de verschillende opleidingen gaat daarbij uit naar:

  • Geneeskunde en SUMMA: Interprofessioneel communicatie-onderwijs en blokken vernieuwen,  bijvoorbeeld door Flipping the Classroom.
  • Bachelor Biomedische wetenschappen: uitdagende werkvormen, zoals ‘research based learning’ in vormen zoals ‘discovery based practica’ en ‘course based research’.
  • Master Biomedical Sciences: Onderwijs in niet-cognitieve skills (Life Sciences Academy) en herontwikkeling van keuzecursussen naar een meer kleinschalige vorm
  • Klinische gezondheidswetenschappen: interprofessioneel onderwijs, meer aandacht voor maatschappelijke ontwikkelingen (visievorming) en versterken van onderwijs over de implementatie van onderzoeks¬resultaten in de praktijk.

Meer en betere begeleiding van studenten

Binnen dit thema zal geïnvesteerd worden in het thema Gelijke kansen & toegankelijkheid en in het thema Intensievere en gepersonaliseerde begeleiding en onderwijsvormen. In 2019 wordt gestart met de volgende initiatieven:

  • Introducing Life Sciences van Biomedicals Sciences/Graduate School of Life Sciences wordt doorontwikkeld tot een inclusieve introductie aan het begin van het eerste academische jaar om te bevorderen dat elke student zich ongeacht afkomst, sekse, religie of eventuele functiebeperkingen, welkom voelt en een goede start met de studie kan maken. Daarna zal een doorvertaling zal plaatsvinden naar de andere opleidingen.
  • Het ontwikkelen van een (extra curriculaire) track ‘persoonlijk leiderschap’ die de student middelen aanreikt om zelf de regie te nemen in zijn/haar ontwikkeling en loopbaan.
  • Uitbreiding van het mentoraat en tutoraat met als doel meer en persoonlijkere begeleiding van studenten door tutoren en docenten. Ook worden pilots uitgevoerd met instrumenten uit USO/EU projecten (THERMOS/OfLA) voor gepersonaliseerde feedback uit gecombineerde gegevens van studievoortgang, studiegedrag en studie-ervaring.
  • Ontwikkelen (optionele of verplichte) van workshops gericht op leren studeren, veerkracht weerbaarheid en preventie van burn-out: omgaan met perfectionisme, omgaan met stress, mindfulness, omgaan met ‘fear of missing out’ en zelfzorg
  • Betere beschikbaarheid van coaches/psychologen om proactief/preventief zaken te bespreken, zowel persoonlijk als in intervisiegroepen (en te signaleren naar de opleidingen).

Verdere professionalisering van docenten (docentkwaliteit)

Het resultaat van de investering is het kunnen inzetten van gemotiveerde en didactisch competente docenten op verschillende niveaus (van specifieke onderwijstaak tot breed inzetbare, allround docent tot onderwijshoogleraar). Dit willen we bereiken door:

  • Kwalificatietrajecten op maat (BKO- en SKO-leergang, systeem van deelkwalificaties voor specifieke onderwijstaken, die in een later stadium kunnen worden aangevuld tot een BKO).
  • Een cultuur en structuur waarin docenten, studenten en onderwijskundigen samenwerken aan continue professionalisering en kwaliteitsverbetering van onderwijs.

In 2019 worden de gedifferentieerde BKO en SKO-leergangen ontwikkeld en wordt met de divisies overlegd over de precieze wijze waarop het budget om docenten tijd te geven voor professionele ontwikkeling wordt ingezet. In het najaar van 2019 starten de eerste leergangen.

Hoe kan ik bijdragen aan de realisatie van het plan?

Ook tijdens de uitvoering van het facultaire plan streven we naar een grote betrokkenheid van onze docenten en studenten. Heeft u concrete ideeën over de wijze waarop we het facultaire plan kunnen realiseren?  Neem dan contact op met Ingrid Essenberg, beleidsadviseur van het Onderwijscentrum. Samen onderzoeken we dan de haalbaarheid van uw idee.

Hoe hebben studenten en docenten inspraak in de totstandkoming van het facultaire plan?

Het volledige proces van raadpleging docenten en studenten tot en met de totstandkoming van het plan is doorlopen onder regie van de studentassessor en het managementteam van het Onderwijscentrum, en in nauwe afstemming met de O&O-raad.

  • Op 10 januari heeft een studentenraadpleging plaatsgevonden waar in totaal 20 studenten (Biomedische wetenschappen, Biomedical Sciences, SUMMA en Geneeskunde) voor beide groepen verbeterideeën hebben geformuleerd.
  • Op 11 januari zijn de studenten Klinische gezondheidswetenschappen geraadpleegd tijdens een college, waar zij hun input konden geven via een digitale applicatie.
  • Deze ideeën zijn uitgewerkt en opgenomen in een enquête die is opengezet voor docenten en studenten. Op 22 januari 2019 waren er 138 respondenten, waarvan circa 80 docenten. Helaas was de respons van studenten Geneeskunde en KGW minimaal.
  • De leden van de opleidingscommissies hebben hun input geleverd via de studentenraadpleging en de enquête. Ook zijn zij als commissie gevraagd hun feedback op de conceptplannen te delen met de O&O-raad
  • De O&O Raad heeft formeel instemmingsrecht op het facultaire kwaliteitsplan. Op 14 februari 2019 hebben zij per brief hun instemming gegeven. 

Uit  eerdere bijeenkomsten komen de volgende hoofdthema’s, die grotendeels voor alle opleidingen relevant zijn:

  • Meer persoonlijke feedback aan studenten op inhoud en studievoortgang
  • Uitdagender onderwijs
  • Meer persoonlijke begeleiding voor studenten
  • Trainingen voor studenten ter preventie van burn-out, vergroten didactische vaardigheden van docenten en meer waardering en tijd voor (dedicated) docenten