Een heel klein deel van de kinderen die na vaccinatie een (koorts)stuip krijgen, ontwikkelt epilepsie. De oorzaak daarvan is niet de vaccinatie, maar veelal een fout in het erfelijk materiaal. Bij een derde van deze kinderen is sprake van een SCN1A-mutatie die tot het Dravetsyndroom leidt, zo blijkt uit het onderzoek waarop Nienke Verbeek, klinisch geneticus bij het UMC Utrecht, 19 november promoveert. 

Kinderen die daar gevoelig voor zijn, kunnen na vaccinatie een (koorts)stuip krijgen. Slechts een klein deel van deze kinderen (2,6%) ontwikkelt vervolgens epilepsie. Beeldvormend onderzoek van de hersenen en genetisch onderzoek is zinvol bij deze kinderen. Bij twee derde van de kinderen die na vaccinatie epilepsie ontwikkelt, is het namelijk mogelijk om hier een onderliggende oorzaak voor vast te stellen. Dravetsyndroom als gevolg van een SCN1A-mutatie vormt een belangrijke oorzaak. Artsen en andere zorgverleners betrokken bij de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma kunnen dit met de ouders bespreken.

In haar proefschrift onderzocht Verbeek de relatie tussen vaccinaties en het Dravetsyndroom. Hiervoor maakte zij onder meer gebruik van meldingen bij het RIVM over (koorts)stuipen na vaccinaties. In Nederland werd ten tijde van de onderzoeksperiode één (koorts)stuip per ongeveer 10.000 vaccinaties gemeld. Van de kinderen die na een vaccinatie in de eerste twee levensjaren een (koorts)stuip kregen, bleek 1,2 procent het Dravetsyndroom te hebben. Dit syndroom omvat een zeldzame en moeilijk behandelbare vorm van epilepsie, waarbij in of na het tweede levensjaar een ontwikkelingsachterstand ontstaat. Veelal leidt dit tot een verstandelijke beperking.

Bij het Dravetsyndroom treden de eerste aanvallen op bij een ogenschijnlijk gezonde, zich normaal ontwikkelende baby. Deze worden veelal uitgelokt door koorts, vaccinaties of een warm bad. Verbeek: “Als een kind vlak na een vaccinatie een eerste aanval krijgt, kan dit de indruk wekken dat de epilepsie is veroorzaakt door de vaccinatie. Het Dravetsyndroom wordt echter veroorzaakt door een spontane fout in het erfelijk materiaal, die al voor de geboorte aanwezig was.”

Een door vaccinatie uitgelokte eerste aanval van epilepsie bij kinderen met het Dravetsyndroom blijkt geen invloed te hebben op het verdere verloop van de aandoening. Er is echter wel een aanzienlijke kans dat deze kinderen opnieuw een aanval krijgen binnen 24 uur na een volgende vaccinatie. Het risico hierop is, zo blijkt uit Verbeeks onderzoek, overigens kleiner bij gebruik van het a-cellulaire kinkhoestvaccin (9%) dan bij het tot 2005 in Nederland gebruikte whole cell kinkhoestvaccin (37%).

Referentie

Verbeek, N.E. SCN1A-related Dravet syndrome – Vaccinations and seizure precipitants in disease course and diagnosis, Utrecht, 2015.