Bij drie op de vijf kinderen met verdenking op pinda-allergie kan met een simpele bloedtest een pinda-allergie worden aangetoond of uitgesloten. Door deze nieuwe test hoeven nu minder kinderen een voedselprovocatietest in het ziekenhuis te ondergaan, zo blijkt uit het promotieonderzoek van Francine van Erp.

Ongeveer een half miljoen kinderen in Nederland vermijdt bepaalde voedingsmiddelen zoals pinda vanwege een mogelijke allergische reactie. Ouders durven deze kinderen vaak niet te laten deelnemen aan verjaardagspartijtjes of met ze op vakantie te gaan. Ook boodschappen doen is een uitdaging omdat alle etiketten nauwkeurig moeten worden gecheckt of er pindadeeljes in (kunnen) zitten. Het is dan ook belangrijk om een pinda-allergie betrouwbaar te kunnen aantonen of uitsluiten. 

Pinda-allergie vaststellen met bloedtest

Artsen gebruiken nu meestal een voedselprovocatietest om voedselallergie vast te stellen. Hierbij krijgen kinderen tijdens een dagopname het betreffende voedingsbestanddeel in het ziekenhuis toegediend en kijken artsen of er een allergische reactie optreedt. Veel ouders zien er tegenop om hun kind deze belastende procedure te laten ondergaan omdat er een risico bestaat op ernstige allergische reacties.

In het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ), onderdeel van het UMC Utrecht, onderzochten artsen bij 83 kinderen met verdenking op pinda-allergie of een eenvoudige bloedtest (het aantonen van antistoffen tegen tegen het pinda-eiwit Ara h 2) bruikbaar is om pinda-allergie aan te tonen of uit te sluiten. Bij 62 procent van de kinderen kon pinda-allergie op deze wijze adequaat worden vastgesteld en zij hoefden daarom geen dure en belastende voedselprovocatietest meer te ondergaan (38 procent moest alsnog een voedselprovocatietest ondergaan omdat de bloedtest geen uitsluitsel gaf). De bloedtest is al beschikbaar in het WKZ en in een aantal andere ziekenhuizen.

Voedselprovocatietest niet altijd nauwkeurig

Naast het feit dat een voedselprovocatietest duur en belastend is, is de uitslag ervan niet altijd even nauwkeurig: zelfs ervaren artsen trekken vaak verschillende conclusies naar aanleiding van een bepaalde testuitslag. Ook bleek dat bij sommige kinderen, ondanks een negatieve voedselprovocatietest, er toch allergische reacties onstonden na het eten van pinda’s. Tenslotte lukte het bij 32 procent van de kinderen met een verdenking op pinda-allergie, ondanks een negatieve voedselprovocatietest, door angstgevoelens niet meer om thuis pinda’s te gaan eten.


Betere begeleiding

Arts-onderzoeker Francine van Erp zegt: “Door de nieuwe bloedtest nemen we nu veel minder kinderen met een verdenking op pinda-allergie op voor een voedselprovocatietest. Dit is minder belastend, veiliger én goedkoper. Wanneer we desondanks een voedselprovocatiest moeten uitvoeren, begeleiden we ouders en kinderen intensief na een negatieve uitkomst. Zo nemen we angst weg en beoordelen we of er echt geen sprake is van een allergie.”

Promotie

Francine van Erp promoveert op dinsdag 24 mei aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift “Diagnosing food allergy in children peanuts?” (promotor prof. dr. Kors van der Ent). Sinds januari 2016 is zij in opleiding tot dermatoloog in het UMC Utrecht. Daarnaast doet zij wetenschappelijk onderzoek naar allergische aandoeningen op de afdeling kinderlongziekten en -allergologie in het WKZ.