Een neusspraytje, een lepel hoestdrank, een slijmoplosser, we gebruiken het allemaal, maar wat als een peuter een heel flesje leegdrinkt?

De koude, donkere wintermaanden zijn weer aangebroken. Dikwijls vormen deze het decor van griepgolven en verkoudheden, met als resultaat veel hoestende en proestende mensen en een toename in het gebruik van hoest- en verkoudheidsmiddelen.




Aantal telefonisch gemelde blootstellingen van mensen aan hoest- en verkoudheidsmiddelen in 2018

Ook het aantal vragen aan het NVIC over hoest- en verkoudheidsmiddelen neemt toe tijdens de wintermaanden (zie grafiek). Deze vragen gaan vaak over mensen die teveel van een middel gebruikt hebben of over kleine kinderen die een middel te pakken hebben gekregen en hebben ingenomen. Bijvoorbeeld  neussprays tegen een verstopte neus.

Neussprays (decongestiva)
Er bestaan verschillende typen neussprays die vrij verkrijgbaar zijn bij drogist en apotheek (status OTC). Neussprays op basis van zoutoplossing (NaCl) kunnen weinig kwaad bij overdosering. Zelfs als een klein kind een flesje van 20 ml helemaal  opdrinkt, is de hoeveelheid zout die het kind binnenkrijgt te laag om gezondheidsproblemen te veroorzaken.

Er zijn ook neussprays verkrijgbaar op basis van sympathicomimetica, zoals xylometazoline, oxymetazoline en tramazoline. Het NVIC krijgt verreweg de meeste vragen over xylometazoline. Alhoewel in de praktijk zelden ernstige effecten worden gezien, kunnen jonge kinderen in sommige gevallen serieuze klachten ontwikkelen na overdosering met xylometazoline. Binnen enkele uren kan er een wisselend beeld ontstaan, waarbij sufheid en agitatie elkaar afwisselen . Mogelijke symptomen zijn onder andere angst, opwinding, versnelde hartslag en hoge bloeddruk, maar ook slaperigheid, daling van de lichaamstemperatuur, trage hartslag, lage bloeddruk en coma kunnen voorkomen.


Hoestmiddelen  
Het NVIC krijgt in de wintermaanden ook meer vragen over hoestdranken. Er bestaan verschillende typen geneesmiddelen bij hoest, zoals de slijmoplossende middelen (mucolytica). Deze maken het slijm in de luchtwegen dunner, waardoor het makkelijker op te hoesten is. Onder deze middelen vallen o.a. acetylcysteïne, broomhexine en carbocisteïne. De meeste meldingen aan het NVIC gaan over broomhexine. Al deze slijmoplossers zijn tamelijk onschuldig; bij overdosering treden hooguit maagdarmklachten op. Echter, sommige broomhexinedranken kunnen alcohol bevatten; vooral bij inname van een grote hoeveelheid broomhexinedrank door jonge kinderen moet daarom rekening gehouden worden met alcoholintoxicatie.

Een andere groep hoestmiddelen wordt gevormd door  de hoestprikkeldempende middelen (antitussiva), zoals codeïne, dextromethorfan en noscapine. De meeste meldingen bij het NVIC gaan over codeïne. Bij overdosering van dit middel ontstaan toxische effecten meestal binnen een paar uur. Doordat codeïne bindt aan opiaatreceptoren, kan depressie van het centrale zenuwstelsel optreden, met in ernstige gevallen bewustzijnsdaling tot coma en onderdrukking van de ademhaling.  

Bij overdosering met dextromethorfan treden relatief vaak ernstige effecten op. Mogelijk doordat bewust grote hoeveelheden worden ingenomen om een roes op te wekken. Overdosering kan leiden tot slaperigheid, agitatie, verwardheid, bewegings- en evenwichtsstoornissen, hallucinaties, convulsies, versnelde hartslag, hoge bloeddruk en onderdrukking van de ademhaling. De effecten ontstaan doorgaans snel; binnen een half uur tot twee uur na inname.
Enkele jaren geleden is de verkoopstatus van dextromethorfan aangepast, waardoor het middel alleen nog verkrijgbaar is bij apotheken. Sindsdien is het aantal meldingen over dextromethorfan aan het NVIC sterk afgenomen.

Voor analyse van de ernst van uw vergiftigingsgeval en meer informatie over de toxische effecten en behandelmogelijkheden bij overdosering met de genoemde middelen, zie www.vergiftigingen.info, daarnaast is het NVIC dag en nacht bereikbaar voor professionele hulpverleners (niet voor particulieren) via 030-274 8888.

Foto: Freeimages.com