De paddenstoelentijd staat voor de deur en het NVIC verwacht in de komende weken weer een toename van het aantal meldingen over paddenstoelvergiftigingen. De meeste meldingen komen binnen in de maanden juli, augustus, september en oktober (Figuur 1); de periode wanneer veel paddenstoelen te vinden zijn in bossen, bermen, parken en tuinen. Door verschillen in weersomstandigheden is de piek het ene jaar vroeger dan het andere jaar. Vanwege de droge, warme zomerperiode wordt dit jaar de piek pas vanaf september verwacht.

 
Figuur 1. Gemiddeld aantal gemelde blootstellingen van mensen aan paddenstoelen per maand

Wilde paddenstoelen als maaltijd
Het NVIC ontvangt jaarlijks verschillende meldingen over mensen die ziek worden na het eten van een maaltijd met zelf geplukte paddenstoelen. In 2017 ging het om 20 patiënten. Helaas beseft niet iedere paddenstoelverzamelaar dat er gezondheidsrisico's zijn verbonden aan het wildplukken van paddenstoelen. Want hoewel er in Nederland verschillende goed eetbare soorten te vinden zijn, komen er ook (zeer) giftige paddenstoelen voor. Als een giftig exemplaar wordt aangezien voor een eetbare soort, kan dit ernstige gevolgen hebben, mede doordat de ingenomen hoeveelheid vaak vrij groot is.
 
Daarnaast wordt het NVIC veelvuldig gebeld over kleine kinderen (t/m 4 jaar) die een hapje van een onbekende paddenstoel hebben genomen (in 2017 168 van de in totaal 265 blootstellingen). Na inname van een klein hapje zijn geen ernstige vergiftigingsverschijnselen te verwachten.
 
Welke soort is het?
Om de gezondheidsrisico’s goed in te schatten, is het belangrijk om te weten welke paddenstoelsoort is gegeten en welk toxine deze bevat. Het determineren van paddenstoelen is echter niet eenvoudig. Als er nog paddenstoel(rest)en bewaard zijn gebleven, kan een paddenstoeldeskundige (mycoloog) deze zo nodig determineren. Het NVIC kan vervolgens aangeven welk toxine aanwezig kan zijn in die specifieke soort. Andersom kan het NVIC aan de hand van de symptomen die de patiënt ontwikkelt een inschatting maken van het betrokken paddenstoeltoxine. De verschillende paddenstoeltoxinen veroorzaken namelijk ieder een verschillend symptomencomplex.
 
Sommige paddenstoeltoxinen veroorzaken enkel maag-darmklachten, terwijl anderen bijvoorbeeld hallucinaties, leverfunctiestoornissen of nierfalen kunnen veroorzaken. De meest beruchte paddenstoeltoxinen zijn de amatoxinen, welke voorkomen in bijvoorbeeld de groene knolamaniet (Amanita phalloides) (Figuur 2). Een amatoxinen-vergiftiging begint 6-24 uur na inname met zeer hevig braken en waterdunne diarree. Terwijl de patiënt vervolgens lijkt op te knappen, veroorzaken de amatoxinen levercelschade. Na enkele dagen kan dit resulteren in leverfalen, wat soms fataal verloopt. Intraveneuze toediening van silibinine (Legalon ® SIL) kan helpen de leverschade veroorzaakt door amatoxinen te beperken.


Voor nadere informatie zie www.vergiftigingen.info; diverse monografieën over paddenstoelen en therapietekst “Toedienen van silibinine”.