Ongeveer 5 procent van de Nederlandse bevolking draagt ESBL-producerende bacteriën. De belangrijkste voorspellers voor het dragen van resistente bacteriën waren gerelateerd aan buitenlandse reizen en slechte huishoudelijke hygiëne. Dit concludeerde Gerrita van den Bunt-van Velthuizen die haar proefschrift verdedigde op 19 september in Utrecht.
 
Antibioticaresistentie komt wereldwijd voor bij mens en dier en is een bedreiging voor volksgezondheid. Er is de laatste jaren veel aandacht voor bacteriën (Enterobacteriaceae) die een ESBL (Extended-spectrum Beta-lactamase) of carbapenemase produceren waardoor ze resistent zijn tegen antibiotica die veel gebruikt worden voor de behandeling van ernstige infecties. In Nederland zijn de studieresultaten over de omvang van dit probleem bij de algemene bevolking niet eenduidig. In dit proefschrift onderzocht Gerrita van den Bunt-van Velthuizen (Julius Centrum, UMC Utrecht) het vóórkomen, de risicofactoren en duur van dragerschap van onder andere ESBL producerende bacteriën bij meer dan 4000 mensen, 550 honden en bijna 200 katten. De deelnemers werden middels een steekproef uit de Nederlandse bevolking geworven (dus geen patiënten die in het ziekenhuis lagen).


Dr. Gerrita van den Bunt-van Velthuizen 

ESBL dragerschap
Gerrita en haar collega’s vonden dat 4,5 procent van de mensen drager was van ESBL-producerende bacteriën. Vooral reis- en hygiëne gerelateerde factoren bleken een risicofactor voor ESBL dragerschap. Na 6 maanden was 36,5 procent van de mensen nog drager. Bij honden was 10,6 procent  drager van ESBL-producerende bacteriën en bij katten 1,4 procent. Gelijktijdig dragerschap van ESBL-producerende bacteriën bij zowel ouder en kind als tussen mens en hond kwam vaker voor dan op basis van kans verwacht werd, wat duidt op overdracht van deze bacteriën. Op basis van een model zagen de onderzoekers dat resistentie veroorzaakt door ESBL niet toenam tijdens de studie. Carbapenemase-producerende Enterobacteriaceae (CPE) werden niet aangetroffen.
Daarnaast is bij een deel van de deelnemers de aanwezigheid van dragerschap van ampicilline en vancomycine-resistente enterokokken (AREf en VREf) onderzocht. Deze bacteriën veroorzaken vooral problemen bij ernstig zieke patiënten in het ziekenhuis. AREf kwam voor bij 1,5% van de deelnemers, 25,6% van de honden en 5,1% van de katten. VREf kwam voor in slechts één deelnemer en een hond. Het eten van rauw vlees was de belangrijkste risicofactor voor honden op dragerschap met zowel ESBL-producerende bacteriën als met AREf.
 
Gerrita van den Bunt concludeerde: “Het vóórkomen van dragerschap met dit type antibioticaresistente bacteriën bij de bevolking is lager dan veel eerdere studies en lijkt stabiel in de algemene bevolking van Nederland.”
 
Promotie
Gerrita van den Bunt-van Velthuizen (Ede, 1989) verdedigde op 19 september 2019 in Utrecht met succes haar proefschift getititeld "Antimicrobial resistance in the general population of the Netherlands”. Promotor was Prof. Dr. Marc Bonten (afdeling Medische Microbiologie, UMC Utrecht). Co-promotoren waren dr. Ad Fluit (afdeling Medische Microbiologie, UMC Utrecht) and dr. Wilfrid van Pelt (RIVM, Bilthoven). Gerrita woont nu met haar gezin in New Haven CT (USA).