Op dit moment kan direct na een herseninfarct nog niet goed worden voorspeld welke patiënt een cognitieve stoornis zal ontwikkelen en welke niet. Voor een goed revalidatietraject is duidelijkheid over de prognose heel belangrijk. Om de impact van een herseninfarct beter te kunnen voorspellen gaan internationale onderzoeksgroepen samenwerken aan een kwetsbaarheidskaart van het brein. Het consortium wordt gecoördineerd door professor Geert Jan Biessels van het UMC Utrecht Hersencentrum. Een artikel over de pilot voor dit multicenter onderzoek is gepubliceerd in Alzheimer’s & Dementia: Diagnosis, Assessment and Disease Monitoring.

Een belangrijk deel van de patiënten die een herseninfarct hebben doorgemaakt ontwikkelt cognitieve stoornissen. Dat zijn bijvoorbeeld problemen met geheugen, concentratie, oriëntatie of taal. Op dit moment kan direct na het herseninfarct nog niet goed worden voorspeld wie last houdt van een cognitieve stoornis. Onderzoeker Nick Weaver legt uit: “Het is bekend dat de aard en ernst van cognitieve klachten samenhangt met de locatie van het herseninfarct. Door de locatie te koppelen aan cognitieve metingen op de korte en langere termijn, kunnen we ‘kwetsbaarheidskaarten’ ontwikkelen die kritieke plekken voor schade aanduiden en voorspellend zijn voor de cognitieve uitkomst. Tot nu toe zijn deze kwetsbaarheidskaarten incompleet doordat hersengebieden waarin minder vaak infarcten voorkomen niet konden worden onderzocht. Om alle mogelijke plekken in kaart te brengen zijn gegevens van duizenden patiënten nodig. Zo’n grote studie is niet mogelijk vanuit een individueel onderzoekscentrum, daarom hebben we een grote internationale samenwerking opgezet.”

De pilot is verricht met 6 internationale onderzoekscentra, met gegevens van 878 patiënten. Dit werd gecoördineerd door onderzoekers uit de groep van prof. dr. Biessels: drs. Nick Weaver, dr. Matthijs Biesbroek en dr. Hugo Kuijf. De gegevens werden succesvol tot een uniforme dataset geïntegreerd. Weaver: “De grootste individuele studie tot nu toe telde 410 deelnemers, dus in de pilot is dat aantal al meer dan verdubbeld. We hebben dan ook een veel groter deel van de hersenen in kaart kunnen brengen. Eerst hadden we 20% van het brein in beeld, nu 46%. Dit bevestigt ons idee dat het combineren van cohorten haalbaar is en duidelijke meerwaarde heeft. Hierdoor kunnen we een completere kwetsbaarheidskaart van het brein maken.” Voor het vervolgproject hebben al 43 onderzoeksgroepen belangstelling om mee te doen, waardoor het nu al over gegevens van meer dan 3500 patiënten gaat.

Dit zijn goede ontwikkelingen voor patiënten die een herseninfarct krijgen. Initiatiefnemer en coördinator prof. dr. Geert Jan Biessels licht toe: “De kwetsbaarheidskaarten die uit deze internationale projecten voortkomen kunnen in de klinische praktijk worden toegepast om cognitieve stoornissen na een herseninfarct beter te voorspellen. Dit geeft patiënten meer duidelijkheid over hun prognose. Hoe eerder patiënten duidelijkheid krijgen met daarbij zo mogelijk de juiste therapie, bijvoorbeeld via cognitieve revalidatie, hoe beter!”