De zaal stroomt langzaam vol: coassistenten, arts-assistenten, neurologen, revalidatieartsen, fysiotherapeuten en neuropsychologen. Het thema is dé comateuze patiënt. Een arts-assistent brengt een patiëntencasus in als een puzzel: “Mevrouw wordt gezien op de eerste hulp, comateus en een rare oogstand”.
 
We mogen vragen wat een rare oogstand is waarop wordt verteld dat één oog naar boven en naar buiten staat en het andere oog naar beneden staat. De aanwezige neurologen ‘smullen’ van deze puzzel. Zij weten dat in de hersenstam een aantal oogkernen ligt die de oogspieren aansturen. En door heel goed na te denken en te puzzelen kun je er precies achter komen waar het probleem zit. Een scan geeft de oplossing: Het was een hersenstaminfarct. De ervaren neurologen glimlachen, zij wisten het goede antwoord al bij de eerste beschrijving.
 
Dan volgt een vraag van een fysiotherapeut: ‘Hoe gaat het nu met deze mevrouw?’ Deze vraag werpt weer even een ander licht op onze puzzel. Zeker als de revalidatiearts aangeeft dat het niet lukt om de patiënt, die nog steeds comateus is, naar een goede vervolgplek uit te plaatsen,
omdat we in Nederland geen revalidatiezorg hebben voor dit type patiënten. Van herseninfarct naar revalidatiezorg en naar uitplaats probleem en verdriet bij de familie.
 
We gaan van de derde verdieping, afdeling Neurologie, naar de oefenzaal op de begane grond van de afdeling Revalidatie. Weer veel witte jassen. Er wordt een nieuw looplab gedemonstreerd. Het lab kan subtiele veranderingen in het lopen, in de balans, in getal en maat vangen. Veel patiënten met doorbloedingsproblemen van het brein, die niet leiden tot een beroerte, geven aan onzekerder te worden met lopen en dat ze wel eens van de fiets vallen bij het afstappen. Ook dat is een puzzel, waarom valt deze patiënt? Want als je met de patiënt van de wachtkamer naar de spreekkamer loopt, dan valt je niet veel op. Maar met het lopen door ‘het lab’ kun je de staplengte, de asymmetrie en de breedte van het ‘gaan’ zien. De fysiotherapeuten en revalidatieartsen worden enthousiast. Het lab is een mooi hulpmiddel om het ‘gaan’ goed
vast te leggen.
 
De vragen van een coassistent waarom een patiënt dan onzeker loopt, waar het “zit” in het brein en of het te voorkomen is, doen beseffen dat het hier niet alleen over het lopen gaat, maar ook over de hersenen, over de bloeddruk en over leefstijl. De Eed van Hippocrates geeft aan dat je de geneeskunst zo goed als je kan moet uitoefenen ten dienste van de medemens. Maar de eed geeft ook aan dat je de geneeskundige kennis van jezelf en van anderen bevordert. Het delen van kennis, het leren en het leren van elkaar en van patiënten maakt het zo bijzonder om zorgverlener of arts te mogen zijn.
 
Samenwerken, leren en kunnen leren. Het lijken misschien holle frasen, maar ze zijn cruciaal voor een optimale gezondheidszorg. Optimale zorg wordt geleverd door gemotiveerde nieuwsgierige professionals. Professionals die willen puzzelen, die ook willen leren en net die andere vraag kunnen stellen of die openstaan voor net die andere vraag. Optimale zorg wordt ook geleverd door patiënten en naasten die vragen blijven stellen, die vragen om het oplossen van de puzzel, en nog beter: die meepuzzelen!
 
 
Professor Anne Visser-Meily is hoogleraar Revalidatiegeneeskunde. Ze is hoofd van de afdeling Revalidatie van het UMC Utrecht en hoofd van het Kenniscentrum Revalidatie Utrecht. Regelmatig schrijft ze een column voor Hersenletsel.nl