English translation for this page is not available

Vorige

Pubergedrag of psychose?

Een 16-jarige jongen trekt zich steeds vaker terug op zijn kamer. Zijn schoolresultaten gaan achteruit, hij is prikkelbaar en over vieze kleren en een rommelige kamer maakt hij zich niet druk. Zijn ouders maken zich zorgen: hoort dit bij zijn leeftijd, of is er meer aan de hand?

Bij de meerderheid van de jongeren gaat het gewoon om pubergedrag. Maar het kan er ook op wijzen dat de jongen uit bovenstaand voorbeeld een psychose aan het ontwikkelen is. Bij deze psychiatrische stoornis raken patiënten verward, krijgen soms hallucinaties of kunnen erg achterdochtig worden. De eerste keer dat iemand een psychose  krijgt, is vaak tussen de zestien en vijfentwintig jaar.

Zo vroeg mogelijk

De polikliniek risico en preventie van het UMC Utrecht Hersencentrum ziet deze kwetsbare jongeren en start waar nodig behandeling. Het liefst zo vroeg mogelijk.

“Het pubergedrag uit het voorbeeld kan zorgwekkend zijn,” zegt dr. Saskia Palmen, psychiater en medisch hoofd van de polikliniek. “Als dit speelt bij een jongere uit één van de drie risicogroepen (zie kader) is alertheid geboden. We willen ze al kennen voor ze het contact met de werkelijkheid helemaal verliezen. Dan kunnen we snel behandelen als er echt sprake is van een psychose. Hoe korter die duurt, hoe beter de verwachtingen voor de toekomst.”  

Hoe storend pubergedrag ook kan zijn, vaak is het dus gewoon een fase. Maar ouders die zich echt zorgen maken kunnen via hun huisarts terecht in de polikliniek.

Drie risicogroepen

Kinderen van wie één of beide ouders een psychotische stoornis hebben, zoals schizofrenie of manische
depressiviteit.

Dak- en thuisloze jongeren vanwege alle stress uit hun omgeving en omdat ze veel hebben
meegemaakt.

Kinderen met een erfelijke aandoening, zoals het 22q11-syndroom. Dit is een genetische afwijking die de kans op een psychose vergroot.