“Ik wist al vroeg in het tweede jaar van mijn studie geneeskunde dat ik neonatoloog wilde worden”, vertelt hoogleraar Manon Benders. “Toen mocht ik mee naar een bevalling van een tweeling van zesentwintig weken. Dit vond ik zo fascinerend dat ik dacht: dit werk wil ik doen. Ik was geïnteresseerd in de breinontwikkeling van pasgeborenen met een moeilijke of te vroege start. Sinds 2015 is Benders hoogleraar neonatologie en onderzoekt zij, als onderdeel van het grootschalige YOUth Onderzoek in de provincie Utrecht, de hersenen van baby’s vóór de geboorte. “Het leven begint namelijk niet bij de geboorte, het kindje leeft en ontwikkelt zich al in de buik.”

Voorspelling mogelijke problemen bij prematuren
Een van de onderzoeksdoelen is om de hersenontwikkeling van gezonde kinderen te vergelijken met prematuur geboren baby’s. De hersenontwikkeling van premature baby’s loopt vaak vertraging op waardoor zij op latere leeftijd cognitieve en sociale problemen ontwikkelen. Door zowel de gezonde als de te vroeg geboren groep met elkaar te vergelijken, hoopt onderzoeksleider Manon Benders beter inzicht te krijgen in de hersenontwikkeling van baby’s en zo betere voorspellingen te kunnen doen van mogelijke problemen die prematuur geboren baby’s kunnen ontwikkelen. Zo’n 100 gezonde moeders zullen tijdens de zwangerschap rond 32 weken voor het eerst in de MRI gaan zodat de hersenen van hun nog ongeboren baby in kaart kunnen worden gebracht.

Problemen met concentratie, planning en functioneren
Het brein is een complex systeem dat grotendeels wordt gevormd tijdens de zwangerschap. Na een voldragen zwangerschap verschilt de hersenstructuur bij de geboorte niet veel van die van volwassenen. MRI-hersenonderzoek heeft aangetoond dat vroeggeboorte, vooral vóór de zwangerschapsduur van 28 weken, een aanzienlijke invloed kan hebben op dit kwetsbare proces. De hersenen zijn vaak kleiner, de rijping van de hersenschors blijft achter en de witte stof is minder ontwikkeld. Vroeggeboren kinderen hebben daardoor op latere leeftijd vaak problemen met concentratie, planning en sociaal functioneren. Niet alle premature kinderen ontwikkelen die problemen en het is daarom belangrijk om de hersenontwikkeling beter te kunnen bestuderen en de ontwikkeling te kunnen vergelijken met baby’s die gezond en op tijd ter wereld komen. Tot nu toe werd vooral onderzoek gedaan naar baby’s met een afwijkende hersenontwikkeling. In dit onderzoek worden voor het eerst de hersenen van gezonde kinderen, zelfs al voor hun geboorte, uitgebreid in kaart gebracht. MRI tijdens de zwangerschap is volkomen veilig. Er is geen sprake van ongezonde straling zoals röntgenstraling.

Door vroege diagnose betere therapieën
"Dit onderzoek is een geweldige kans om de ontwikkeling van premature baby's te vergelijken met een gezonde groep," zegt Manon Benders. “Het is een gezamenlijke inspanning met de gynaecologen en andere jeugdwerkers. Het is aannemelijk dat een vroeggeboorte een grote negatieve invloed heeft op de hersenontwikkeling en dus op latere cognitieve en sociale vaardigheden. De omgeving van de Neonatale Intensive Care Unit is nogal wat: ventilatie, een voedingssonde, operaties, etc. De hersenen van premature baby’s zouden zich sneller ontwikkelen vanwege al die stimuli die ze krijgen. Het is nog niet bekend, maar zeer interessant en belangrijk voor de voorspelling en begeleiding van deze patiënten in de eerste jaren van hun leven. Door vroege diagnose en risico's te identificeren en te verbeteren, kunnen we eerdere en betere therapieën bieden voor kinderen met ontwikkelingsproblemen."

Deelname gezonde zwangere moeders en baby’s
Een totaal van 100 gezonde zwangere moeders en hun baby’s zullen worden gevolgd in deze studie. Tijdens de studie krijgen moeders bij 30-33 weken zwangerschap een MRI-scan van de hersenen, vervolgens gaan de baby’s binnen vier weken na de geboorte opnieuw in de MRI en tot slot hopen we op 7-jarige leeftijd de scan te herhalen. Het is bijzonder omdat in Nederland nog niet eerder gezonde moeders en baby’s gescand zijn, zeker niet in relatie tot hun cognitieve en sociale ontwikkeling. De langere follow-upperiode is daarom van grote toegevoegde waarde en van groot belang voor een beter begrip van de hersenontwikkeling en de invloed ervan op de ontwikkeling van kinderen.

Wilt u meer weten over deelname aan het YOUth-onderzoek? Bekijk dan het filmpje en de website.

Het hele interview met Manon Benders vindt u in de UMC Utrecht Hersencentrum special.