English translation for this page is not available

Vorige

30 jaar vrijwilliger in het UMC Utrecht

Ina Vossenberg (79 jaar!) begon 30 jaar geleden als vrijwilliger in, toen nog genaamd, het Stads Academisch Ziekenhuis Utrecht (SAZU). Ze is vrijwilliger geweest op de afdeling Neurologie en Neurochirurgie, het Opnamebureau en vandaag de dag is zij te vinden in het gastenverblijf van het Cancer Center. Woensdag 7 december was het de Dag van de Vrijwilliger, een prachtig moment om het verhaal van Ina te delen.

Onwennig
“In het begin moest ik wel wat overwinnen, want ik had geen enkele ervaring in het ziekenhuis. Helemaal niets. De drempel was dus hoog om de kamers binnen te gaan met de vraag of ik iets voor iemand kon betekenen. In die tijd lagen veel mensen samen in een grote verpleegzaal. Toen ik de eerste kamer binnenkwam zag ik een mevrouw liggen. Ze had net gedoucht. De mevrouw was aan het worstelen om haar kapsel een beetje in fatsoen te krijgen. ‘Kan ik u misschien helpen’, vroeg ik. ‘O.. Wilt u dat doen? Heel graag!’ antwoordde de vrouw. Ik heb haar haar geborsteld en geföhnd. Zo liep ik de kamers af. Soms haalde ik een krantje of een tijdschrift, of ging ik de stad in voor boodschappen of een kapotte bril van een patiënt.”

Samen droomden we
“In de 30 jaar dat ik hier vrijwilligerswerk doe heb ik veel meegemaakt. Er is me altijd een mevrouw bijgebleven. Het was een jonge vrouw met een hersentumor. Ik had heel goed contact met haar, ze mocht me gewoon Ina noemen. Ze vertelde me verhalen; ‘Ina, als de tumor eruit is, dan ga ik stoppen met werken en dan ga ik met mijn man aan kindjes beginnen’. Samen droomden we over de toekomst. Die week erna kwam ik op de afdeling. Ik kon haar niet vinden. ‘Waar ligt mevrouw? Is ze van kamer veranderd?’ Ze was die nacht overleden.”

Betrokken
“Het UMC Utrecht betekent heel veel voor me. Ik ben bij het wel en wee van het ziekenhuis betrokken. Het UMC Utrecht is in de afgelopen tijd een aantal keren negatief in het nieuws geweest. Dat trek ik mij ook aan. Als vrijwilliger van de Opnamebureau moest ik patiënten naar D5 brengen. ‘Ik heb gister de krant gelezen’, zeiden ze dan. Patiënten gingen met lood in hun schoenen naar de afdeling. Je probeert dan toch iets goed te maken. Ik gaf ze koffie, luisterde en maakte een praatje. Die ervaringen vind ik ook moeilijk. Er gebeuren zoveel goede en mooie dingen, die je dan niet hoort.”