Vorige

Ablatie: RFA en MW

Bij ablatie wordt meestal onder narcose een naald ingebracht in de tumor. De naald verhit de tumor dicht rondom de punt met behulp van radiogolven (RFA) of microgolven (MW). Door het formaat van de naald goed te kiezen en soms meerdere naalden te plaatsen, wordt de hele tumor bereikt. Belangrijke structuren in de omgeving, zoals bloedvaten, normale levercellen of organen die niet tegen hitte kunnen (zoals darmen) worden hierbij vermeden of worden met behulp water tijdelijk aan de kant geduwd. Door de verhitting sterven de tumorcellen en ontstaat een inwendig litteken. In de loop van de tijd zal dit dan door het lichaam opgeruimd worden. 

Voorbereiding

Meestal blijven patiënten de nacht na de behandeling nog in het ziekenhuis voor de zekerheid. Soms (als bijvoorbeeld de reistijd te groot is, of de mobiliteit te slecht) komt men de middag/avond van tevoren alvast, maar meestal is de opname op de afdeling een uur tot enkele uren voor de behandeling.

Tijdens de behandeling

De behandeling vindt plaats op een interventiekamer. Op de kamer wordt eerst (meestal met echo of CT) een afbeelding van de tumor gemaakt om te controleren of de situatie in het lichaam nog hetzelfde is (zoals te zien was op de beelden die eerder gemaakt zijn). Daarna wordt gestart met de anesthesie. Hierna wordt alles gepositioneerd voor de ablatie. De naalden worden geplaatst en de ablatie uitgevoerd. Ten slotte wordt er een afbeelding gemaakt om te kijken of het hele gebied wat gepland is, ook goed behandeld is. Daarna gaat men naar de uitslaapkamer en vervolgens terug naar de afdeling. Doorgaans zijn er weinig klachten (van sufheid of pijn) achteraf, en kan ’s avonds gewoon gegeten worden. 

Hebt u vragen?

Hebt u vragen? Neem dan contact op met de afdeling radiologie.

088 75 55555

08.00 - 17.00 uur

Polikliniek

Ziektebeeld