Terug

Behandeling gecombineerd bot- en kraakbeendefect

Een gecombineerd bot- en kraakbeendefect wordt ook wel een osteochondraal defect genoemd en betekent dat er een beschadiging van het kraakbeen én het onderliggende bot is. Er bestaan verschillende behandelingen voor een gecombineerd bot- en kraakbeendefect. Het doel van de behandeling is een vermindering van de pijn en herstel van het gewrichtsoppervlak, zodat de knie beschermd is tegen verdere slijtage.

Meer informatie

Diagnose stellen

Om u zo goed mogelijk te kunnen behandelen, is het essentieel om een goede diagnose te stellen. Het kan zijn dat er elders al een diagnose is gesteld of een operatie bij u is verricht. Wij zullen u echter weer volledig in kaart willen brengen om een goede diagnose te stellen en een behandelplan op te stellen. Daarvoor zijn de volgende zaken van groot belang:

Anamnese

Er wordt gedetailleerd  aan u gevraagd wat uw klachten zijn. Deze kunnen vaak een grote invloed uitoefenen op persoonlijke omstandigheden, zoals werk, sporten en levenssfeer. We proberen dit allemaal goed in kaart te brengen. 

Lichamelijk onderzoek

Uitgebreid lichamelijk onderzoek van de benen is een standaard onderdeel van het eerste polibezoek.

Röntgenfoto

Om een goede diagnose te kunnen stellen is vaak aanvullend onderzoek nodig, zoals een röntgenfoto of eventueel een MRI. Soms zijn dergelijke onderzoeken al elders verricht en is het niet noodzakelijk om dit opnieuw te doen. Wij verzoeken u dan ook om al het aanvullende beeldmateriaal aan ons te verstrekken, het liefst al voor het eerste polibezoek, zodat wij ons goed kunnen voorbereiden. Het kan zijn dat we een onderzoek herhalen, bijvoorbeeld als het beeldmateriaal te gedateerd is.

Behandelopties bespreken

Als de diagnose gesteld is (bij voorkeur al aan het einde van het eerste polibezoek), nemen we de verschillende behandelopties met u door. In overleg met u zal een, voor dat moment, beste behandeling worden bepaald.

Informed consent & formulieren

Als we overgaan tot een operatie krijgt u tijdens een gesprek alle informatie over deze operatie zodat u optimaal bent voorgelicht over de operatie zelf, de gang van zaken rondom de operatie, het revalidatieproces, het te verwachten resultaat en de mogelijke complicaties. Indien u akkoord gaat met de operatie zal dit in uw elektronisch patiëntendossier van het ziekenhuis worden genoteerd; dit heet informed consent. Er zal dan ook een operatieformulier moeten worden ingevuld door uw arts om alles in gang te zetten. 

Vooruitgang op kniegebied

Wanneer u voor het eerst op de Mobility Clinic kniepoli komt vragen we u mee te doen aan 'Het knieregister'. Het UMC Utrecht is continue bezig met wetenschappelijk onderzoek naar de ontwikkeling en verbetering van nieuwe en bestaande behandelingen. Om deze onderzoeken te kunnen uitvoeren is het van groot belang dat er gegevens worden verzameld. Daarom hebben we op de Mobility Clinic het knieregister opgezet. Hierin worden enkele medische gegevens en de resultaten van online vragenlijsten die u tijdens uw behandeling ontvangt, opgenomen. De online vragenlijsten gaan over uw knie en behandeling, en zijn onderdeel van uw standaard zorg. Hiermee kunnen wij in de gaten houden hoe het gaat. U kunt er ook voor kiezen om niet met het knieregister mee te doen, maar alleen met de vragenlijsten. Uw gegevens worden dan niet voor onderzoek gebruikt. U mag er ook voor kiezen om met beiden niet mee te doen.

Uitleganimatie vragenlijsten

Meer over gecombineerd bot- en kraakbeendefect

Hoe het ontstaat

Er zijn verschillende oorzaken van een osteochondraal defect (gecombineerd bot- en kraakbeendefect). Het kan ontstaan door trauma of door de zeldzame aandoening Osteochondritis Dissecans (OCD of OD). Een trauma betekent door impact van buitenaf, bijvoorbeeld door een verzwikking, een botsing op het sportveld, of door een auto-ongeval. Door de botsing breekt er een stukje kraakbeen met het onderliggende bot af. Bij de zeldzame aandoening OCD sterft een kraakbeenfragment samen met het onderliggende bot spontaan af en laat daarna los. De oorzaak is niet precies bekend. Een stoornis in de bloedvoorziening van het stukje bot speelt een rol. Dit zien we vooral bij snelgroeiende kinderen. Een andere theorie is dat het komt door herhaalde kleine trauma’s van de knie, omdat het in 60 procent van de gevallen voorkomt bij mensen die zeer intensief sporten. Ook een verkeerde stand van het been kan één van de onderliggende oorzaken zijn. Andere oorzaken worden toegeschreven aan erfelijke factoren en mogelijke hormoonstoornissen. Het wordt vooral gezien aan het bovenbeen (femur) aan de binnenzijde van de knie.

Symptomen

Een osteochondraal defect kan dus verschillende oorzaken hebben, maar de klachten zijn hetzelfde. Er ontstaan vaak pijnklachten en de knie kan niet meer goed worden belast. De knie kan dik worden, en als het fragment losligt kan het vastlopen in de knie waardoor slotklachten ontstaan. Ook kan er een gevoel van instabiliteit aanwezig zijn.

Expertisecentrum

De Mobility Clinic is erkend als expertisecentrum voor de zeldzame aandoening Osteochondritis Dissecans. Dat houdt in dat de Mobility Clinic voldoet aan de door de Europese Unie vastgestelde internationale criteria voor OCD. Expertisecentra voor zeldzame aandoeningen worden erkend door het ministerie van VWS en onder andere beoordeeld op zorg, richtlijnen en informatievoorziening, (inter)nationale samenwerking en onderzoek. Het erkennen van expertisecentra maakt dat gespecialiseerde zorg makkelijker vindbaar is voor professionals én voor patiënten met een zeldzame aandoening. Patiënten met OCD zijn bij de Mobility Clinic dus op het juiste adres.

Behandeling

Welke behandeling voor u het beste is, hangt onder meer af van de locatie en grootte van het defect, of het losgelaten stukje bot en kraakbeen nog intact is, wat de leeftijd van de patiënt is en eventuele bijkomende afwijkingen. Als een operatie mogelijk is, dan kan het bot- en kraakbeendefect hersteld of vervangen worden.

Als het defect nog niet los zit, dan bestaat de behandeling vaak uit rust en een brace waardoor de aangedane regio wordt ontlast. Dit is meestal in combinatie met fysiotherapie. Als operatief ingrijpen nodig is, dan zijn er verschillende opties, onder andere afhankelijk van de grootte en diepte van het defect.

Als het osteochondrale defect er geschikt voor is, dan kan het botfragment met kraakbeen weer worden vastgezet met schroeven. Dit noemen we een refixatie. Bij een andere behandeling kunnen er vanuit het gezonde deel van de knie en daar waar de knie niet belast wordt, stukjes gezond kraakbeen met bot worden weggenomen. Deze stukjes worden vervolgens op de plek van het defect teruggezet, dit heet OATS. Ook kan ervoor gekozen worden om met niet-lichaamseigen materiaal het defect op te vullen, wij gebruiken hiervoor de MaioRegen. Als laatste optie kan het botdefect worden opgevuld met bot uit de bekkenkam en daaroverheen een Chondro-Gide membraan.

Er wordt ook gekeken naar de stand van de knie. Zo nodig wordt de beenas operatief gecorrigeerd door middel van een standscorrectie. Dit kan in het bovenbeen gedaan worden (een variserende femur osteotomie) of in het onderbeen (een valgiserende tibia osteotomie).

Resultaat

Als een operatie mogelijk is, dan kan het osteochondraal defect hersteld of vervangen worden. Het doel van de behandeling is vermindering van de pijn en herstel van het gewrichtsoppervlak, zodat de knie beschermd is tegen verdere slijtage. Over het algemeen kunnen patiënten de normale dagelijkse bezigheden en sportactiviteiten (na een intensieve revalidatie) weer oppakken. Dit is niet bij iedereen het geval. Het hangt van vele factoren af wat de resultaten zijn van de behandeling van een osteochondraal defect. Uw behandelend orthopedisch chirurg zal dit goed met u doorspreken.

Voorbereiding

Vooronderzoek 

Voordat u geopereerd wordt, krijgt u een uitnodiging voor een vooronderzoek door een anesthesioloog en door een verpleegkundige: de Pre-Operatieve Screening (POS). De anesthesioloog is de medisch specialist die zorgt voor de verdoving tijdens de operatie en goede pijnstilling na de operatie. Beide afspraken vinden op één en dezelfde dag plaats, maar op verschillende locaties binnen de polikliniek. 

Vooronderzoek door anesthesist 

Het vooronderzoek: de Pre-Operatieve Screening (POS) vindt plaats op de POS-poli en wordt uitgevoerd door de afdeling anesthesiologie (route L, receptie 30 op de 2e etage). Zij beoordelen of u gezond genoeg bent om geopereerd te worden. Het vooronderzoek bestaat uit een gesprek, lichamelijk onderzoek, een gezondheidsvragenlijst en indien nodig aanvullend onderzoek. Ook wordt besproken welke vorm van verdoving (anesthesie) u tijdens de operatie krijgt. 

Verpleegkundige anamnese (intake gesprek) 

Tijdens de afspraak met een verpleegkundige van de screening van de Heelkundige Specialismen (route L, receptie 23E op de 1e etage) wordt de verpleegkundige anamnese ingevuld. Dit gesprek is bedoeld om na te gaan of er eventuele gezondheidsproblemen of ziekten zijn die invloed kunnen hebben op uw ziekenhuisopname. Ook vraagt de verpleegkundige naar uw persoonlijke omstandigheden en noteert deze in het medisch dossier. U krijgt ook de gelegenheid om vragen rondom de opname te stellen. 

Voorbereidingen thuis 

Hieronder staan een aantal zaken die u misschien nodig hebt en vóór de opname moet regelen. Mocht dit niet lukken, geeft u dit dan tijdig door aan verpleegkundige van de verpleegafdeling:  

    • Probeer in uw omgeving hulp te regelen, bijvoorbeeld van uw partner, familie, vrienden of buren. Zij kunnen nodig zijn voor vervoer of hulp in huishoudelijk werk, maar zijn ook belangrijk om alle informatie op te slaan. Twee personen onthouden meer dan één!
    • Huren of kopen van elleboogkrukken. Dit kan bij de thuiszorg, kruisvereniging of bij een particuliere instantie. Deze krukken dient u mee naar het ziekenhuis te nemen.
    • Kopen van een lange schoenlepel.
    • Soms is een krukje of stoel in de douche nuttig. Plaats eventueel handgrepen in de douche en het toilet.
    • Zorg voor een hoge stoel met leuningen en goede zithoogte. Dit betekent dat uw knieën negentig graden gebogen zijn. Uw voeten moeten op de grond kunnen staan. Vraag eventueel de thuiszorg om advies.
    • Zorg voor stevige schoenen, die goed om uw voet sluiten. Instappers zijn handig.
    • Zorg ervoor dat u paracetamol en een thermometer in huis heeft. Dit kunt u kopen bij de apotheek of drogist.
    • Zorg voor een toiletverhoger en eventueel blokken voor onder uw bed om het bed op stoelzithoogte te brengen. Deze zijn verkrijgbaar bij de thuiszorg of kruisvereniging. Het hangt van uw persoonlijke situatie en bijvoorbeeld van uw lichaamslengte of u deze hulpmiddelen nodig heeft.
    • Zorg ervoor dat u thuis straks voldoende ruimte heeft om met krukken te lopen. Haal tijdelijk losse kleden en extra meubilair weg en verklein daarmee het valrisico.
    • Meldt u aan bij de thuiszorgorganisatie in uw omgeving en bespreek wat de mogelijkheden zijn. Geef hen de datum van de ziekenhuisopname en uw thuiskomst door, zodra u die weet. Een aantal afspraken met de thuiszorg zijn vaak pas tijdens de opname mogelijk.
    • Verwijder vóór de operatie make-up of nagellak.
    • Gebruik geen crème of bodylotion vanaf een dag voor de operatie.
    • Ontdekt u een wondje aan een van uw benen, bent u ziek of onzeker of u de operatie wel door moet laten gaan, neem dan tijdig contact op met de polikliniek orthopedie. De medewerker van de polikliniek overlegt dan met u en de arts wat u het beste kunt doen.
    • Zorg dat u alvast een paar keer fysiotherapie heeft gehad voor uw knie. U bent dan goed voorbereid op de revalidatie na de operatie.
    • Leer alvast lopen met krukken.

Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

    • verzekeringspolis ziektekosten;
    • legitimatiebewijs;
    • afsprakenkaart;
    • alle medicijnen die u gebruikt in de bijbehorende verpakking (ook de medicijnen die niet door een arts zijn voorgeschreven zoals drogistartikelen);
    • een actueel overzicht van de medicijnen die u gebruikt;
    • dieetvoorschriften;
    • persoonlijke artikelen (zoals bijvoorbeeld nachtkleding, toiletartikelen, kamerjas, pantoffels, ondergoed, leesbril, boek, tijdschrift, schrijfspullen, spelletje, wat geld (maar niet te veel);
    • loophulpmiddel.

Het is verstandig waardevolle spullen en sieraden thuis te laten. 

De operatiedag 

U ontvangt thuis een brief over de operatie. U wordt geopereerd door een orthopedisch chirurg van ons knieteam. Het kan zijn dat de naam van de operateur dan nog niet bekend is. Een orthopedisch chirurg in opleiding zal mogelijk, onder directe supervisie, een deel van de handelingen uitvoeren.  Op de dag van de operatie kunt u zich melden bij de balie van de verpleegafdeling die in de brief staat aangegeven. Daar legt een verpleegkundige kort uit hoe de opname eruit zal zien en wat u kunt verwachten. In dit gesprekje kunt u ook zelf nog vragen stellen aan de verpleegkundige. Voor u naar de operatiekamer gaat, komt er nog een orthopedisch chirurg (in opleiding) bij u langs om de laatste zaken met u te bespreken.

Zes uur voor de operatie moet u stoppen met eten en het drinken van melkproducten en 'ondoorzichtige vloeistoffen'. Als u ’s middags geopereerd wordt, mag u tot zes uur van tevoren een licht ontbijt eten. Dit lichte ontbijt mag alleen bestaan uit een boterham, beschuit, of cracker met zoet beleg zoals jam of suiker.

Tot aan de ingreep mag u heldere vloeibare dranken zoals water, thee (met suiker, geen melk) of aanmaaklimonade blijven drinken. Wij adviseren u dit te blijven drinken, om te zorgen dat u vocht en suikers binnen blijft krijgen, voor een beter herstel na de operatie. 

U neemt ’s ochtends wel gewoon uw medicijnen in, tenzij de anesthesioloog anders met u heeft afgesproken (eventueel met een slokje water).

Op de verpleegafdeling krijgt u ook alvast medicijnen tegen de pijn. Kort voordat u naar het operatiecomplex gaat vragen we u nog een keer om te gaan plassen. We kijken daarna met een echoapparaat, of uw blaas leeg is, omdat u tijdens de operatie niet kunt plassen en we liever geen urinekatheter inbrengen. Wanneer het tijd is voor de operatie brengen de verpleegkundigen u naar het operatiecomplex. U komt binnen in de voorbereidingsruimte, ook wel holding genoemd. Hier doen we nog een aantal laatste controles en krijgt u een infuus (naaldje in de arm). Via dit infuus krijgt u medicijnen om misselijkheid tijdens en na de operatie te voorkomen, pijnstillers en antibiotica. Het kan even duren voordat u naar de operatiekamer gaat. Meestal zijn er in de voorbereidingsruimte ook andere patiënten die op hun ingreep wachten.

Tijdens de behandeling

De operatie duurt ongeveer zestig minuten, afhankelijk van welke behandeling u krijgt. 

Als het mogelijk is wordt de operatie in dagbehandeling gedaan, maar meestal moet u één nacht in het ziekenhuis blijven. U krijgt de narcose (algehele narcose of een ruggenprik) die met u op de preoperatieve screening door de anesthesist is besproken. Na toediening van de narcose wordt uw knie gedesinfecteerd en steriel afgedekt met lakens. De arts start met een kijkoperatie en zal de knie eerst inspecteren. Als het defect en het losliggende fragment gevonden zijn, worden deze eerst beoordeeld. 

Refixatie 

Het terugplaatsen van een losgeraakt bot- en kraakbeenfragment is alleen mogelijk als het bot groot genoeg, vitaal en van goede kwaliteit is en het kraakbeen daarbij intact is. Als het geschikt is om weer terug te zetten, dan zal dat het fragment in het defect worden geplaatst en vastgezet worden met schroeven. Het is de bedoeling dat het bot en kraakbeen weer netjes vastgroeien. Na ongeveer acht weken worden de schroeven weer verwijderd. Daarbij wordt er goed gekeken of het originele defect goed is vastgegroeid. 

OATS 

Bij het Osteochondral Autografting Transfer System (OATS) wordt een rondvormig stukje kraakbeen van eenzelfde grootte afgenomen uit een ander deel van de knie (donorgebied). Dit is een gedeelte van de knie waarop u niet belast. Door middel van instrumenten wordt de juiste grootte van het defect geoogst. Soms worden er meerdere OATS-pluggen afgenomen en in het defect geplaatst. Of dat mogelijk is hangt sterk van het donorgebied af. Als er meerdere OATS worden geplaatst heet dit Mozaiëkplastiek. De resultaten hiervan zijn vaak goed in kleine tot middelgrote bot- en kraakbeendefecten. Een groot voordeel van deze techniek is dat het lichaamseigen materiaal is. Een nadeel is dat het mogelijk moet zijn om deze pluggen elders weg te halen. 

MaioRegen 

Bij het opvullen van een osteochondraal defect met een MaioRegen wordt er gebruik gemaakt van materiaal dat erg lijkt op natuurlijk bot- en kraakbeenweefsel. De bovenste laag van een MaioRegen bestaat uit collageen en vervangt het kraakbeenweefsel. De onderste laag vervangt het botweefsel. Het materiaal stimuleert groei van nieuw kraakbeen- en botweefsel. Uiteindelijk zal het weefsel grotendeels worden opgenomen door het lichaam. Er zijn verschillende soorten MaioRegen en deze verschillen in dikte. Tijdens de operatie zal het materiaal op maat worden geknipt, zodat het precies in het defect valt. Bij deze methode wordt er geen materiaal elders in het lichaam afgenomen. Voor een indruk van de operatie kunt u onderstaande video bekijken.  

Opvullen en Chondro-Gide

Als het botdefect wordt opgevuld met bekkenbot, wordt er een snede van ongeveer vijf centimeter ter plaatse van de bekkenkam gemaakt, aan dezelfde zijde als het geopereerde been. Er wordt bot afgenomen dat precies in het botdefect van de knie past. Daaroverheen wordt de Chondro-Gide geplaatst. Dit is een natuurlijk collageenmembraan dat een stimulerende en beschermde omgeving vormt voor het opnieuw te vormen kraakbeen.

Kraakbeentherapie - opvullen van een kraakbeendefect

Na de behandeling

Na de operatie gaat u naar de uitslaapruimte (recovery). In de uitslaapruimte krijgt u intensieve controle en behandeling waar nodig. Het is normaal dat u (enkele dagen tot weken) na de operatie pijn heeft. Tevens kan er een doof gevoel zijn rondom het litteken. Dit ontstaat als er kleine huidzenuwen worden doorgenomen bij het maken van de huidsnede. Dit is niet te voorkomen. Het dove gevoel kan na een tijd weer verdwijnen. Op de operatiedag en de dag na de operatie krijgt u pijnstilling. De anesthesioloog bepaalt welke vorm van pijnstilling u krijgt. Vermindert de pijn door medicatie onvoldoende, vertelt u dit dan tijdig aan een verpleegkundige. Deze kan uw arts vragen een ander medicijn voor te schrijven. Als het mogelijk is wordt de operatie in dagbehandeling gedaan, maar meestal moet u één nacht in het ziekenhuis blijven. 

Op de dag van de operatie of de dag na de operatie komt de fysiotherapeut van het UMC Utrecht bij u op de recovery of verpleegafdeling. Hij/zij geeft adviezen omtrent de revalidatie na de operatie en u oefent onder leiding van de fysiotherapeut het bewegen van uw knie. U gaat alleen met ontslag als de fysiotherapeut het verantwoord vindt en als de pijn voldoende onder controle is. Bij ontslag krijgt u van de fysiotherapeut het revalidatieprotocol mee voor de behandelend fysiotherapeut na uw opname. Dit is ook terug te vinden in de app van de MobilityClinic. 

Beter in beweging 

Bewegen is goed, ook als u in het ziekenhuis ligt. Uw conditie blijft beter, spieren blijven sterker, u voelt zich beter én herstelt sneller. Ook is de kans op complicaties kleiner als u meer uit bed komt tijdens uw opname. Toch liggen en zitten patiënten in het ziekenhuis gemiddeld 90 procent van de dag. Om u te helpen meer te bewegen tijdens uw opname vind u hier tips en een video. Is bewegen lastig voor u? Vraag dan hulp van de verpleging of fysiotherapeut. Een paar tips om in beweging te blijven tijdens uw opname:

    • Draag tijdens de opname zoveel mogelijk uw gewone kleding.
    • Probeer zoveel mogelijk uit bed te zijn. Zitten is al beter dan liggen.
    • Probeer wassen en aankleden zoveel mogelijk zelf te doen, bij voorkeur in de badkamer en niet aan bed.
    • Eet en drink zoveel mogelijk aan tafel en niet in bed.
    • Haal bijvoorbeeld zelf eens uw koffie uit de automaat op de afdeling.
    • Probeer in ieder geval elke ochtend, middag en avond een stukje te lopen.
    • Afhankelijk van uw conditie kan dit op de kamer zijn, op de afdeling of zelfs buiten de afdeling. Gaat u de afdeling af, meld dit dan wel even bij de verpleegkundige

Ga voor meer informatie en filmpjes over Beter in Beweging bij het UMC Utrecht naar deze pagina

Ontslag 

Voor uw ontslag neemt een verpleegkundige nog enkele praktische zaken met u door, zoals de datum van de controleafspraak op de polikliniek en het medicijngebruik.

U krijgt het volgende mee naar huis:

    • Een algemene brief en een ontslagbrief voor de huisarts.
    • Een verwijsbrief voor de fysiotherapeut en een revalidatieschema.
    • Recepten.
    • Controleafspraak op de polikliniek orthopedie.
    • Evaluatieformulier.

Mogelijke complicaties

    • Tijdens de operatie wordt een bloedleegteband om het bovenbeen aangelegd om de knie bloedleeg te maken. Dit kan in zeldzame gevallen blaren en een kneuzing geven. De klachten verdwijnen bijna altijd vanzelf.
    • De eerste weken na de operatie kan de knie erg gezwollen zijn door vocht en reactie van het slijmvlies. Dit is normaal en de fysiotherapeut zal u zo nodig instructies geven hoe hiermee om te gaan.
    • Er bestaat een kleine  kans op infectie van het gebied rondom een van de wonden waarvoor soms behandeling met antibiotica tabletten nodig is. Zeer zelden treedt een diepere infectie van het gewricht op. Dit is ernstig en indien dit het geval is moet het gewricht gespoeld worden om de meniscus en het kraakbeen te sparen, en vaak is antibioticabehandeling via een infuus nodig.
    • Een nabloeding van de wond kan optreden. Meestal kan dit met een extra drukverband gestelpt worden, heel zelden moet een (extra) hechting geplaatst worden.
    • Soms wordt een kleine huidzenuw in het onderbeen geraakt waardoor een stukje van de huid doof aanvoelt. Meestal verdwijnen deze klachten vanzelf maar soms zijn ze blijvend.
    • Er is een kleine kans op trombose. U krijgt eenmalig een injectie om de kans hierop te verkleinen, maar er blijft een kleine kans op trombosevorming bestaan.

Er is een aantal situaties waarbij u direct contact op moet nemen met uw behandelend arts. Neem contact op met de afdeling orthopedie als:  

    • Een of meerdere wonden aan de knie gaat lekken.
    • Roodheid of zwelling en pijn aan de operatiewond toeneemt.
    • De functie van de knie sterk achteruit gaat, dat wil zeggen dat u de knie minder ver kan buigen of strekken dan voorheen mogelijk was.
    • U een lichaamstemperatuur van meer dan 38,5°C heeft, u daar geen goede verklaring voor heeft en dit in combinatie met één van bovenstaande verschijnselen optreedt.

Bij twijfel kunt u ook contact opnemen met uw huisarts. 

Leefregels 

Dit is afhankelijk van uw type operatie. Dit zal uw orthopeed met u bespreken op de uitslaapkamer na de operatie. U krijgt een revalidatieprotocol mee naar huis.

Oefeningen

Het is normaal dat u enkele dagen na de operatie pijn heeft. Een intensieve nabehandeling van een fysiotherapeut is essentieel om de knie weer te gebruiken en om met name de bewegingen weer terug te krijgen en de kracht in de bovenbeensspieren. Tijdens het revalidatietraject wordt u niet begeleid door de fysiotherapeuten van het ziekenhuis. U ontvangt een verwijzing en een revalidatieprotocol waarmee u een fysiotherapeut bij u in de buurt kunt benaderen om u te begeleiden. Heeft u vragen of wilt u meer informatie over de revalidatie? Neem dan contact op met onze fysiotherapeuten via fysioknie@umcutrecht.nl.  Oefeningen en revalidatieschema's:

Hebt u vragen?

Mobility clinic app

Download gratis de Mobilty Clinic app (Apple en Android) voor video's, achtergrondinformatie en oefeningen. De app biedt ondersteuning tijdens het gehele behandeltraject. Bij instellingen kunt u “behandeling gecombineerd bot- en kraakbeendefect” aanvinken en uw operatiedatum selecteren.

Poliklinieken

Verpleegafdeling

Afspraak

Als u een afspraak wilt maken bij Mobility Clinic, hebt u een verwijzing nodig van uw huisarts of specialist.

Contact en vragen

Hebt u na het lezen van deze informatie nog vragen? Neem dan contact op via Mobility Clinic.