Terug

Behandeling van slijtage of instabiliteit van de pols

Het distale radio-ulnaire gewricht (DRU) is het gewricht ter hoogte van de pols tussen het spaakbeen (radius) en de ellepijp (ulna). Het spaakbeen draait om de ellepijp heen en deze worden bij elkaar gehouden door banden (ligamenten). Na een harde val of verkeerde draaiende beweging door bijvoorbeeld werk of sport kunnen deze banden beschadigd raken. Hierdoor worden het spaakbeen en de ellepijp niet goed meer bij elkaar gehouden, wat kan resulteren in instabiliteit (te veel speling), kraakbeenverlies (artrose) en pijn.

Artrose is een aandoening van de gewrichten, ook wel gewrichtsslijtage genoemd. Bij artrose gaat het gewrichtskraakbeen in kwaliteit achteruit en dit kan op den duur zelfs geheel verdwijnen. De botuiteinden komen dan tegen elkaar en dit veroorzaakt pijn. Ook kan het aangedane gewricht daardoor moeilijker bewogen worden. In de vroege fase betreft het met name bij de irritatie (zogenaamd synovitis)

Met lichamelijk onderzoek en een röntgenfoto kan meestal vastgesteld worden of er bandletsel is. Soms is een MRI-scan of kijkoperatie (scopie) noodzakelijk. Wanneer er alleen bandletsel wordt vastgesteld kan dit hersteld worden door middel van een kijkoperatie. Tijdens deze procedure wordt het bandletsel hersteld.

Bij langdurige en/of forse instabiliteit kan een peesreconstructie, de zogeheten ‘Adams-procedure’ worden uitgevoerd. De pees die hiervoor gebruikt wordt, wordt bij uw pols of voetrug weggehaald. Bij minder erge scheurtjes in de banden kan fysio- en spalktherapie volstaan. Bij aanzienlijk kraakbeenverlies kan er gekozen worden voor een ulnakop resectie (verwijderen van een deel van uw ellepijp) of vervangen door middel van een prothese.

Resultaat

Het doel van de behandeling is vermindering van de pijn en herwinnen van mobiliteit en stabiliteit van de pols. En verbetering van de functie van de hand en pols. 

  • Voorbereiding

    Voordat de behandeling start, hebt u een afspraak op de polikliniek plastische chirurgie waar bekeken is welke behandeling het meest is geschikt voor u.

    U kunt na de behandeling niet zelf autorijden. Het is daarom belangrijk dat er iemand is die u na de behandeling naar huis brengt.

    Wat moet u meenemen?

    Hebt u een afspraak in het UMC Utrecht of wordt u opgenomen? Neem dan het volgende mee.

    Tips voor het gesprek

    Veel mensen vinden het prettig als ze het gesprek met hun zorgverlener kunnen voorbereiden. Deze tips kunnen u daarbij helpen.

  • Tijdens de behandeling

    De operatie kan onder regionale verdoving of onder narcose plaatsvinden. Soms is het nodig een nacht in het ziekenhuis te blijven. 

  • Na de behandeling

    U krijgt in de meeste gevallen gips na de behandeling. Tevens is het belangrijk om de hand goed hoog te houden om zwelling te voorkomen. U krijgt een mitella of sling. Vaak wordt nadat het gips af mag, gestart met handtherapie. U krijgt hiervoor een verwijzing op de polikliniek. 

    Mogelijke complicaties

    Zelfs als een behandeling helemaal goed is gegaan ('volgens het boekje'), kunnen er problemen ontstaan. Zulke problemen noemen we complicaties.

    Na een operatie voor artrose kan er een infectie (ontsteking) of een forse blauwe plek (haematoom) ontstaan. Indien er een artrodese, ofwel fusie van het gewricht is verricht kan dit niet vastgroeien. Tot slot kan er CRPS (chronic regional pain syndrome) optreden, vroeger werd dit 'dystrofie' genoemd.

zorgverleners

Contact

Hebt u vragen? Neem dan contact op met de polikliniek plastische chirurgie. Voor een afspraak hebt u een verwijzing nodig van de huisarts of specialist.

088 75 569 04
De polikliniek is bereikbaar van 8.30 tot 12.00 en van 13.30 tot 16.00 uur. Van 12.00 tot 13.30 uur alleen voor spoedgevallen