Terug

Bestraling borstkanker

Radiotherapie is een medische behandeling met röntgenstraling, radioactieve straling of een combinatie van deze twee. Een ander woord voor radiotherapie is bestraling. Het doel van radiotherapie is dan om de kankercellen te doden. De behandeling is meestal gericht tegen kanker of een voorstadium hiervan. Radiotherapie wordt ook ingezet na een operatieve behandeling van kanker. Het doel van de bestraling is dan om de nog eventueel aanwezige kwaadaardige cellen te doden.

Wat is Bestraling borstkanker

Met radiotherapie worden kwaadaardige cellen zó beschadigd dat ze zich niet verder kunnen delen, of dat hun stofwisseling ontregeld raakt. De kwaadaardige cellen sterven dan af. Helaas raken gezonde cellen ook beschadigd. Deze gezonde cellen herstellen zich gelukkig beter dan kwaadaardige cellen. Dat is een belangrijk verschil. Want zo kunnen we de kwaadaardige cellen doden, terwijl de gezonde cellen zich weer herstellen.

Bij borstkanker bestralen we in de volgende gevallen:

  • na een borstsparende operatie
  • na het verwijderen van de gehele borst (amputatie) als: het gezwel groter is dan vijf centimeter of het gezwel niet ruim genoeg verwijderd is
  • bij uitzaaiingen in één of twee schildwachtklieren (in plaats van okseloperatie) of bij meer dan drie oksellymfeklieren na okselklier operatie

In het te bestralen gebied kunnen liggen:

  • de borst
  • de borstwand
  • de lymfekliergebieden van de borst: in de oksel, rond het sleutelbeen en / of naast en achter het borstbeen

Het aantal bestralingen ligt tussen 15 en 22.

Voorbereiding

Als uw specialist u doorverwijst voor radiotherapie, stuurt hij zelf een brief en de benodigde gegevens naar de afdeling radiotherapie. U krijgt bericht van de afdeling radiotherapie met daarin uw afspraak. Dat kan een brief zijn, of een telefoontje of e-mail. Het is aan te raden om iemand mee te nemen naar het gesprek.

Intakegesprek

De behandelaar heeft met u en uw eventuele gezelschap een intakegesprek. Hij of zij doet nog lichamelijk onderzoek. U krijgt ook uitleg over de bestraling en de bijwerkingen die u zou kunnen ondervinden. Uiteraard kunt u al uw vragen stellen.

CT-scan

U krijgt een CT-scan. Meestal volgt dat op het gesprek met de radiotherapeut of de physician assistant. Tijdens de CT-scan ligt u in de houding waarin u later bestraald wordt. Als u bestraald gaat worden aan de linkerborst houdt u de adem in tijdens de scan, elders op deze webpagina vindt u uitleg over de z.g. Breath Hold techniek.

Voordat de scan begint, brengen we met plakkertjes een aantal draadmarkeringen op de huid aan, rondom de borst, of op de borstwand en op het litteken. Deze markeringen verwijderen we na de CT-scan weer. We zetten ook een aantal tatoeagepuntjes, zodat we u tijdens de bestraling steeds in dezelfde houding kunnen leggen. Deze tatoeagepuntjes zijn blijvend.

MRI -scan

Naast een CT-scan kan er ook een reden zijn voor het maken van een MRI-scan of een PET-scan. Dit gebeurt ook in het UMC Utrecht.  De MRI-scan kan extra beeldinformatie opleveren die gebruikt wordt voor de juiste plaatsbepaling. Bij een MRI-scan wordt gebruikt gemaakt van sterke magneetvelden. Het scannen duurt langer dan een CT-scan. Uw behandelaar zal met u bespreken of dit bij u ook nodig is.

Tijdens de behandeling

De zorgverlener die u behandelt met bestraling is de radiotherapeut of een physician assistant. Uw behandelaar bepaalt zorgvuldig welke plaats precies bestraald wordt en wat de dosis van de bestraling moet zijn. Deze dosis wordt meestal verdeeld over verschillende bestralingen. U wordt dus meerdere keren per week behandeld.

Er zijn twee soorten radiotherapie: uitwendige bestraling en inwendige bestraling. Bij de borstkankerpatiënten passen we uitwendige bestraling toe.

Uitwendige bestraling

Bij uitwendige bestraling komt de straling uit een bestralingstoestel. De tumor wordt door de huid heen bestraald. Een behandeling bestaat meestal uit een serie bestralingen. Het aantal bestralingen is afhankelijk van de soort en de plaats van de tumor. Elke week worden drie tot vijf bestralingen gegeven. Voor uitwendige bestraling hoeft u niet opgenomen te worden in het ziekenhuis.

De bestraling zelf duurt maar enkele minuten. Inclusief verkleden, het vinden van de juiste houding op de tafel en het instellen van het apparaat, bent u tien minuten tot een halfuur bezig met de behandeling.

Breath Hold techniek

Wordt uw linkerborst bestraald? Dan adviseren wij u de Breath Hold techniek toe te passen. Dat betekent dat u een per keer ongeveer 30 seconden uw adem in moet houden. Deze techniek gebruiken we om te voorkomen dat het hart geraakt wordt door de bestraling. We raden u aan om vooraf te oefenen met deze techniek.

Na het oefenen hebt u meer kans dat u tijdens de bestraling uw adem voldoende lang kunt inhouden. Als dat toch niet lukt, kan de bestraling ook zonder Breath Hold technek worden uitgevoerd.

Na de behandeling

Bestraling kan leiden tot bijwerkingen. Welke bijwerkingen ontstaan en hoeveel last u krijgt, staat vooraf niet vast. Dat is afhankelijk van de plaats van de bestraling en de hoeveelheid straling. 

Lichamelijke klachten

    • bestraling leidt tot vermoeidheid;
    • bestraling kan leiden tot haaruitval;
    • verminderde zin in seks;
    • verminderde eetlust. Voor meer informatie over voeding bij kanker verwijzen wij u naar de website www.voedingenkankerinfo.nl;
    • als ook de oksel wordt (mee)bestraald, valt het okselhaar uit en vermindert de zweetproductie (dit is vaak blijvend);
    • een rode en schilferige huid; soms ontstaan ook blaren op de huid;
    • als de slokdarm gedeeltelijk wordt meebestraald kan dat slikklachten veroorzaken.

We proberen zo weinig mogelijk longweefsel in het bestralingsgebied te krijgen. Er wordt echter altijd een beetje longweefsel meebestraald. Dit geeft slechts zeer zelden klachten. 

Psychische gevolgen 

Naast de lichamelijke bijwerkingen kunt u ook psychische gevolgen ondervinden. Die zijn niet het gevolg van de bestraling. Ze hebben meer te maken met de spanning van de ziekte en de behandeling, de onzekerheid over de toekomst en de vermoeidheid. Dat is alles bij elkaar ook erg veel om te verwerken.

Vervolg

Vier tot zes weken na de laatste bestraling komt u op controle bij uw behandelaar. De controles gaan enkele jaren door. Na die eerste controle door de behandelaar worden de controles gedaan door de chirurg. Als u vragen hebt over de controles na afloop van uw behandeling kunt u contact opnemen met uw vaste contactpersoon.

In de jaren na de bestraling:

    • kan de borst stugger gaan aanvoelen door littekenweefsel;
    • kan de borst wat gevoelig blijven;
    • sommige patiënten hebben af en toe pijn op de borstwand;
    • kunnen er rode vlekjes op de huid van de borstwand ontstaan. 

Bij bestraling van de linker kant van de borst of lymfekliergebieden, ligt het hart soms deels in het bestralingsveld:

    • 10-15 jaar na de bestraling is er mogelijk een licht verhoogd risico op hartschade.

Bij bestraling van de lymfkliergebieden kunt u last krijgen van:

    • lymfoedeem (ophoping van lymfevocht);
    • pijn;
    • beperking van de beweging van de arm. 

Zorgkosten

Het UMC Utrecht maakt ieder jaar afspraken met zorgverzekeraars over de tarieven van zorgkosten. Deze tarieven hebben invloed op de hoogte van uw zorgpremie. Wij vinden het belangrijk dat de tarieven voor u als patiënt zo inzichtelijk mogelijk zijn. Zo kunt u vooraf zien wat uw behandeling bij het ziekenhuis kost. Daarom kunt u hier alle tarieven voor behandelingen van de zes grote zorgverzekeraars bekijken.  

Hebt u vragen?

Hebt u vragen? Neem dan contact op met de polikliniek radiotherapie.

T 088 75 588 00

De polikliniek is van maandag tot en met vrijdag bereikbaar van 8.00 tot 17.00 uur


Overige informatiebronnen

Verpleegafdeling

Ziektebeeld

Behandeling

Borstkankeronderzoek: Kunnen wij straks iedereen opereren zonder snijden?

Dagelijks sterven 9 Nederlanders aan borstkanker. Een nieuwe, baanbrekende methode voor het behandelen van een tumor is ‘opereren zonder snijden’. Via innovatieve beeldgestuurde technologie (MRI HIFU) kan de arts de tumor exact lokaliseren. Vervolgens kan via verhitting de tumor worden weggebrand. De huid hoeft niet opengemaakt te worden. Om deze behandeling door te ontwikkelen en in de kliniek te onderzoeken is uw steun hard nodig.