Vorige

CRT

Cardiale resynchronisatietherapie (CRT) is een behandeling voor patiënten met hartfalen. Het is een behandeling met een pacemaker (CRT-P) of een defibrillator (CRT-D). Met een willen we de pompkracht van het hart verbeteren. Iedere hartslag wordt ondersteund door twee gelijktijdige prikkels aan de rechter en de linker hartkamer (resynchronisation). Hierdoor trekken beide kamers tegelijkertijd samen en verbetert de pompfunctie van het hart.

>Mijn patiënt doorverwijzen

Meer informatie

Bij een gezond hart trekken de linker- en de rechterkamer van het hart steeds tegelijk samen. Het samentrekken wordt veroorzaakt door elektrische prikkels die over het hart lopen. Bij patiënten met hartfalen loopt de prikkel die de hartkamers laat samentrekken vaak ongelijk over de beide kamers. De hartkamers trekken dan ongelijk samen. Hierdoor is de hartslag minder krachtig en het hart pompt minder bloed weg. De cardioloog kan dit goed zien tijdens een echografie of mri-scan.

Een CRT is geschikt voor mensen bij wie de hartkamers niet tegelijkertijd (synchroon) samentrekken. Ook patiënten met minder ernstige klachten van hartfalen, kunnen baat hebben bij een CRTD. Het zorgt er dan voor dat het hartfalen niet verergert en dat de pompfunctie goed blijft.

De CRT-D heeft ook een ICD functie. Een ICD (inwendige cardioverter defibrillator) is een apparaatje dat met één of meer elektrische schokken een einde maakt aan een gevaarlijke hartritmestoornis.

Uw lichaam

Het hart is een holle spier ongeveer ter grootte van een vuist die werkt als een pomp. De taak van het hart is om bloed door het lichaam te pompen. Elektrische prikkels zorgen ervoor dat de hartspier samentrekt (‘klopt’) en zo het bloed rondpompt. Een gezond hart ‘klopt’ zestig tot honderd keer per minuut. 

Wat is hartfalen

Zorgverleners

Het behandelteam bestaat uit:

Cardiologen / elektrofysiologen

  • drs. N. Clappers
  • dr. R.J. Hassink
  • dr. M. Meine
  • dr. A.E. Tuinenburg

Andere disciplines

  • mw. R. Verhoeks (maatschappelijk werk)
  • H. van der Linden (ICD/ CRTD-technicus)
  • mw. G.G.J. Sotthewes (fysiotherapeut)
  • mw. M. Verkerk (ICD/ CRTD-verpleegkundige)

Voorbereiding

Voorbereidende onderzoeken

Voordat we besluiten of u in aanmerking komt voor een CRTD, doen we één of meer van de volgende onderzoeken:

 

Als u een CRT krijgt, ontvangt u vóór opname een gezondheidsvragenlijst om in te vullen.  Deze is belangrijk voor het geval u een roesje krijgt tijdens de behandeling.

Eén dag voor de implantatie komt u voor opname naar de verpleegafdeling cardiologie (b4 west). 

Opnamedag

Op de dag van de opname kunt u zich melden op verpleegafdeling B4 west waar u wordt opgenomen. Als u het prettig vindt om door een gastvrouw of -heer begeleid te worden naar de afdeling, dan lopen zij graag met u mee. U kunt dit aangeven bij de receptie.

Op de opname dag zelf vinden de volgende onderzoeken nog een keer plaats

Op de verpleegafdeling

Als u op de afdeling komt, sluit een verpleegkundige u aan op de ‘telemetrie’. U krijgt dan een zender (telemetriekastje) met vijf draden. Deze draden worden met plakkertjes op uw borstkas bevestigd. De zender registreert continu uw hartritme en zendt deze gegevens door. Zo houden we uw hartritme in de gaten op een monitor bij de centrale balie op de verpleegafdeling. De zender heeft een beperkt bereik waardoor u in de buurt van de afdeling moet blijven.

De verpleegkundige neemt ook een vragenlijst met u door en geeft u informatie over de ingreep en de nazorg. Een coassistent neemt een medische vragenlijst met u door over uw gezondheid en doet een algemeen lichamelijk onderzoek. De zaalarts onderzoekt u en bespreekt met u de behandeling.

De dag van de implantatie

Op de dag van de operatie moet u vanaf 00.00 uur nuchter blijven. Dat betekent dat u niet meer mag eten en drinken. Ook mag u niet meer roken. Op de dag van de implantatie krijgt u een infuus (naald) in uw arm. Door dit infuus krijgt u na de ingreep antibiotica.

Wij raden u aan om vlak voor de behandeling nog naar het toilet te gaan. Een verpleegkundige brengt u in uw bed naar de hartkatheterisatiekamer. Daar mag u overstappen op de behandeltafel. We sluiten u aan op een monitor (via plakkers op uw huid), zodat we uw hartritme kunnen bewaken.

Vrouw kijkt op telefoon

Wat moet u meenemen?

Hebt u een afspraak in het UMC Utrecht of wordt u opgenomen? Neem dan het volgende mee.

Lees meer

Tips voor het gesprek over de operatie

Met deze aandachtspuntenlijst kunt u zich voorbereiden op het gesprek met uw zorgverlener over uw operatie.

Lees meer

Tijdens de behandeling

De ingreep

Voor de ingreep legt een verpleegkundige groene steriele doeken over u heen. Het gebied onder uw sleutelbeen wordt plaatselijk verdoofd. Daardoor hebt u weinig tot geen pijn tijdens de ingreep. Om de CRT te kunnen plaatsen, maakt de cardioloog een kleine snee in de huid onder uw sleutelbeen. Onder de huid maakt de cardioloog een ruimte (een ‘pocket’) waar het apparaat precies in past. Vervolgens worden de draden (elektroden) via de bloedvaten naar de juiste plaats in het hart geschoven. Het vinden van de juiste plaats voor de linkerkamerelektrode kan lastig zijn. Daarom duurt de implantatie van een CRTD soms lang. Na de ingreep geven beide elektroden tegelijk een prikkel en trekken de kamers gelijk (synchroon) samen.

Vastzetten CRT-apparaat

De draden (elektroden) van de CRT worden aan de binnenzijde van de hartwand vastgemaakt. Hier voelt u niets van. Daarna legt de cardioloog de CRT in de ruimte onder het sleutelbeen en sluit hij de elektroden aan. In het wondgebied wordt soms een klein plastic slangetje (drain) achtergelaten om bloed en wondvocht af te voeren. Indien nodig test de cardioloog de defibrillatorfunctie van de CRT. Om het goed te kunnen testen wordt u kortdurend in slaap gebracht. Dit noemen we ook wel een roesje. Als de CRT-D goed werkt sluit de cardioloog de wond met een hechting.

 Terug naar de verpleegafdeling

Als u wakker wordt bent u nog op de hartkatheterisatiekamer. Op de wond zit een drukverband dat de volgende dag wordt verwijderd. De CRT staat aan en is ingesteld. Als u goed wakker bent en uw bloeddruk en polsslag in orde zijn, brengt een verpleegkundige u in uw eigen bed terug naar de verpleegafdeling.

Duur van de behandeling

De CRT-implantatie kan enkele uren duren.

Anesthesie (verdoving of narcose)

Dit is algemene informatie over anesthesie (verdoving of narcose). De anesthesioloog geeft u tijdens het ‘preoperatief spreekuur’ meer uitleg over anesthesie.

Lees meer

Na de behandeling

Terug op de verpleegafdeling

Als u terugkomt op de verpleegafdeling, mag u eten en drinken. U mag uit bed zodra u zich daar goed genoeg voor voelt. Via het infuus in uw arm krijgt u binnen 24 uur vier keer een dosis antibiotica. We bewaken uw hartritme via de monitor.

De verpleegkundige controleert regelmatig uw bloeddruk en polsslag. Ook starten we met pijnbestrijding. Als u pijn hebt, moet u dat zeggen. Een goede pijnbestrijding zorgt er voor dat u sneller herstelt.

U mag douchen als de wond is afgedekt met een speciale pleister. U mag een week niet in bad. Na de implantatie blijft u meestal een of twee dagen in het ziekenhuis.

CRT-pas

Na de ingreep krijgt u een CRT-pas. Op dit pasje staan de gegevens van uw CRT.
Draag deze pas altijd bij u.

Controle

De CRT moet regelmatig gecontroleerd worden. Meestal moet u hiervoor een paar keer per jaar naar het ziekenhuis. De technicus controleert of uw CRT goed werkt en of de instellingen juist zijn. Ook controleert hij de batterij. De cardioloog controleert uw hart en uw hartritme en leest de gegevens uit het geheugen van de CRT-D uit om te kijken of deze goed heeft gewerkt.

Wat te doen bij een schok?

Wat u of uw partner moet doen als de CRT-D afgaat:

Eén schok (verder geen klachten)
Neem contact op met het UMC Utrecht.
Tijdens kantooruren (maandag t/m vrijdag van 9.00 -16.00 uur) belt u het secretariaat  088 75 561 84
Buiten kantooruren belt u het centrale nummer 088 75 555 55 en vraagt u naar de dienstdoende cardioloog

Enkele minuten na een schok nog steeds klachten
Bel direct 112

Twee of meerdere schokken achter elkaar
Bel direct 112

Leefregels

De eerste zes tot acht weken na de implantatie moeten de elektroden de kans krijgen om vast te groeien in uw hart. Houd daarom de volgende regels aan:

  • Met de pleister die op de wond zit mag u douchen, maar niet in bad. De pleister moet u om de drie dagen vervangen. U krijgt pleisters mee. Na zeven tot tien dagen gaat u voor controle van de wond naar uw huisarts. Hierna mag de pleister eraf.
  • Vermijd rekken, strekken en ronddraaiende bewegingen van de arm boven schouderhoogte (ook niet zwemmen). U moet uw schouder wel blijven bewegen om te voorkomen dat deze vast gaat zitten (frozen shoulder).
  • Til geen zware dingen en verricht geen zwaar werk met uw armen (de onderarmen mogen wel bewegen).
  • Probeer de arm niet achter uw lichaam te brengen, pas bijvoorbeeld op met het aantrekken van uw jas.
  • Vermijd knellende kleding in verband met irritatie van de wond.
  • Vermijd schokkende bewegingen, harde stoten of botsingen tegen de ICD. U mag geen zware inspanning leveren, rustig wandelen mag wel.
  • U mag niet autorijden en geen boot besturen.

Mag ik als ICD drager auto rijden?

Als ICD drager heeft u een code-100 rijbewijs nodig om weer te mogen autorijden. Deze kunt u afhankelijk van de indicatie voor de ICD 2 weken of 2 maanden na de ICD-implantatie aanvragen bij het CBR. Hiervoor heeft u een eigen gezondheidsverklaring nodig en een “code-100 ICD” formulier. Het formulier krijgt u bij de eerste poliklinische controle van uw cardioloog als er geen shocks door de ICD zijn afgegeven. Bent u al in bezit van een rijbewijs met aantekening ‘code 100’ mag u na 2 weken of 2 maanden (afhankelijk van de indicatie voor de ICD) weer autorijden. Na een shockafgifte moet u weer 2 maanden wachten voordat u weer mag autorijden.

Kijk voor meer informatie hierover op de website van de STIN. STIN staat voor Stichting ICD-dragers Nederland.

CRT en het UMC Utrecht

Het UMC Utrecht is hét Hart- en vaatcentrum van midden-Nederland. Ons doel: minder hart- en vaatziekten. Hieraan werken we elke dag tijdens de patiëntenzorg, door wetenschappelijk onderzoek en door onderwijs.

Uw zorg in het Hart- en vaatcentrum: hier klopt alles voor u!

Het Hart- en vaatcentrum behandelt hart- en vaatpatiënten uit Utrecht en omstreken die zijn doorgestuurd door de huisarts (tweedelijnszorg), maar behandelt daarnaast patiënten uit heel Nederland met een complexe aandoening (derdelijnszorg). Daarnaast is het UMC Utrecht voor een aantal behandelingen ook een internationaal referentiecentrum (vierdelijnszorg).

De visie van het UMC Utrecht op hart- en vaatziekten: hier klopt alles voor u! Om hart- en vaatziekten goed te behandelen is het niet voldoende alleen de acute problemen (bijvoorbeeld een hartinfarct) te behandelen, maar juist ook de risicofactoren die hiertoe hebben geleid. Bij het goed diagnosticeren en behandelen van deze risicofactoren is de kennis van meerdere specialismen nodig.

In het Hart- en vaatcentrum werken de volgende medisch specialismen samen: cardiologie, neurologie, vasculaire geneeskunde, vaatchirurgie, nefrologie, geriatrie, radiologie, cardio-thoracale chirurgie, anesthesiologie, en de spoedeisende hulp.

Wachttijden

Laatst bijgewerkt: 7-7-2019

Wachttijd opname CRT-D implantatie: 42 dagen

BELANGRIJK

Dit is de gemiddelde wachttijd. De wachttijd kan per patiënt verschillen. Het is afhankelijk van de reden voor verwijzing.

Hebt u vragen?

Op de volgende websites vind u meer informatie over de ICD

Mensen die een ernstige hartritmestoornis hebben gehad, kunnen buiten bewustzijn raken. Onderzoek heeft uitgewezen dat tien procent van de mensen die buiten bewustzijn raakt een bijzondere ervaring heeft meegemaakt. Dit noemen we een bijna-doodervaring. Op de website van stichting Merkawah vindt u hier meer informatie over.

Na een schok

Tijdens kantooruren (maandag t/m vrijdag van  9.00 -16.00 uur) belt u 

088 75 561 84  (het EFO-secretariaat)
Buiten kantooruren belt u  088 75 555 55 en vraagt u naar de dienstdoende cardioloog.

ICD/ CRTD verpleegkundige

Op maandag kunt u de ICD/ CRTD verpleegkundige bellen tussen 9.00 en 9.30 uur op 088 75 572 46. U kunt uw vraag ook via e-mail stellen: 

De ICD-verpleegkundige bekijkt de mails op maandag en donderdag. U krijgt zo spoedig mogelijk antwoord.

Polikliniek

Verpleegafdeling

Ziektebeeld