Terug

Drainage

Bij een drainage wordt een afvoerslangetje in het lichaam gebracht om een vochtophoping te ontlasten. Vaak gaat het om ontstekingsvocht (pus), maar ook als er om een andere reden ergens vocht opgehoopt is (bijvoorbeeld ascites in de buik), kan het zo afgevoerd worden. Zo wordt het lichaam ondersteund als het vocht op een natuurlijke manier niet snel genoeg weg gaat.

  • Opname

    Vaak vinden drainages plaats bij patiënten die al opgenomen zijn maar dat is niet altijd zo. Vaak blijft u de nacht na de behandeling nog in het ziekenhuis voor de zekerheid.
     
  • Tijdens en na de behandeling

    De plaatsing van de drain vindt meestal plaats op een interventiekamer. Bij aanvang wordt er eerst (meestal met echo of CT) nog een afbeelding gemaakt van de vochtcollectie. Daarna wordt de huid verdoofd. Hierna wordt een naald in de vochtcollectie gebracht, waarna door de naald een draad wordt geplaatst. Over de draad wordt dan een slang geplaatst met het uiteinde in de collectie. De slang wordt op de huid vastgemaakt (vaak met een plakker, soms met een hechting). De vloeistof loopt dan via de slang in een zak. Als de zak vol is, of in ieder geval om de paar dagen, wordt de zak vervangen en af en toe ook de bevestigingspleister. Als u dan niet meer in het ziekenhuis bent en dit niet zelf kunt, kan de thuiszorg hierbij helpen. Als er na verloop van tijd geen vocht of ontsteking meer is, wordt de slang verwijderd.
     

Polikliniek

Zorgverleners

Contact en vragen

Hebt u vragen? Neem dan contact op met de afdeling radiologie via het telefoonnummer hiernaast.

088 75 55555
De afdeling is bereikbaar van
08.00 - 17.00 uur