Vorige

Kraakbeentransplantatie

Op deze pagina leest u meer over de ACI behandeling. Bij deze behandeling worden er tijdens de eerste ingreep kraakbeencellen weggenomen, waarna tijdens de tweede ingreep de kraakbeencellen die buiten uw lichaam zijn vermeerderd/opgekweekt, worden teruggeplaatst.

Meer informatie

Beschadiging van het kraakbeen in de knie

Het kraakbeen zorgt voor de soepele beweging van het gewricht. Als het kraakbeen beschadigd is, dan kan dat slotklachten geven en bewegen ruwe botoppervlakken tegen elkaar en gaan schuren. Dit geeft vervelende pijnklachten, vaak zwelling en kan op lange termijn tot ernstige klachten leiden.

Oorzaak

De oorzaak van de beschadiging is veelal een trauma, bijvoorbeeld een sportblessure of ongeval. Ook een harde val of flink stoten van de knie kan een beschadiging van het kraakbeen veroorzaken. Daarnaast kan het een gevolg zijn van een ziekte of medicijngebruik.

Noodzaak van een kraakbeentransplantatie

Als het defect zich uitbreidt, nemen de klachten toe. Een groot kraakbeendefect bij een jonge patiënt moet zeer serieus genomen worden. Behandeling met medicijnen en fysiotherapie helpen dan vaak niet meer.

Om voor een kraakbeentransplantatie in aanmerking te komen, dient u minimaal aan bepaalde criteria te voldoen. De belangrijkste criteria zijn:

  • U heeft lokale schade in de knie, maar de rest van de knie is nog gezond.
  • U heeft geen kraakbeenschade op uw onderbeenbot.
  • U heeft geen artrose.
  • Tenminste vijftig procent van uw meniscus is nog heel.
  • Uw knie is voldoende stabiel.
  • U heeft geen andere ernstige problemen met uw rug, heupen of benen.
  • U bent niet zwanger.
  • U bent tussen de 18 en 50 jaar oud.

Diagnose stellen

Om u zo goed mogelijk te kunnen behandelen is het essentieel om een goede diagnose te stellen. Het kan zijn dat er in een ander ziekenhuis al een diagnose is gesteld of een operatie bij u is verricht. Wij zullen u echter weer volledig in kaart brengen om een goede diagnose te stellen en een behandelplan op te stellen.

Daarvoor zijn de volgende zaken van groot belang:

Anamnese

Er wordt gedetailleerd gevraagd wat uw klachten zijn. Deze klachten kunnen een grote invloed uitoefenen op uw persoonlijke omstandigheden, zoals dagelijkse bezigheden, werk, sporten en uw persoonlijke levenssfeer. We proberen dit allemaal goed in kaart te brengen. 

Lichamelijk onderzoek

Een uitgebreid lichamelijk onderzoek van de benen is een standaard onderdeel van het eerste polibezoek.

Röntgenfoto

Om een goede diagnose te kunnen stellen, is aanvullend onderzoek nodig, zoals een röntgenfoto. Soms zijn dergelijke onderzoeken al in een ander ziekenhuis verricht en is het niet noodzakelijk om deze opnieuw te verrichten. Wij verzoeken u dan ook om al het beschikbare beeldmateriaal van uw knie aan ons te verstrekken; het liefst al voor het eerste polibezoek, zodat wij ons goed kunnen voorbereiden. Het kan zijn dat we een onderzoek herhalen, bijvoorbeeld als het beeldmateriaal te gedateerd is.

Behandelopties bespreken

Als de diagnose gesteld is worden de verschillende behandelopties met u doorgenomen. Dit is bij voorkeur al aan het einde van het eerste polibezoek. In overleg met u wordt de beste behandeling, voor dat moment, bepaald.

Informed consent & formulieren

Als we overgaan tot een operatie, bespreken we de informatie over deze operatie met u, zodat u optimaal bent voorgelicht over de operatie zelf, de gang van zaken rondom de operatie, het revalidatieproces, het te verwachten resultaat en de mogelijke complicaties. Indien u akkoord gaat met de operatie wordt dit in uw elektronisch patiëntendossier van het ziekenhuis genoteerd; dit heet informed consent. Er zal dan ook een operatieformulier worden ingevuld door uw arts om alles rondom de operatie in gang te zetten. 

Vooruitgang op kniegebied

Wanneer u voor het eerst op de Mobility Clinic kniepoli komt vragen we u mee te doen aan 'Het knieregister'. Het UMC Utrecht is continue bezig met wetenschappelijk onderzoek naar de ontwikkeling en verbetering van nieuwe en bestaande behandelingen. Om deze onderzoeken te kunnen uitvoeren is het van groot belang dat er gegevens worden verzameld. Daarom hebben we op de Mobility Clinic het knieregister opgezet. Hierin worden enkele medische gegevens en de resultaten van online vragenlijsten die u tijdens uw behandeling ontvangt, opgenomen. De online vragenlijsten gaan over uw knie en behandeling, en zijn onderdeel van uw standaard zorg. Hiermee kunnen wij in de gaten houden hoe het gaat. U kunt er ook voor kiezen om niet met het knieregister mee te doen, maar alleen met de vragenlijsten. Uw gegevens worden dan niet voor onderzoek gebruikt. U mag er ook voor kiezen om met beiden niet mee te doen.

Uitleganimatie vragenlijsten

Uw lichaam

De knie is een scharniergewricht. Het bestaat uit vier botdelen: het scheenbeen met kuitbeen, het dijbeen en de knieschijf. De uiteinden van het kniegewricht zijn bedekt met een laagje kraakbeen. Deze kraakbeenlaag is elastisch en vangt schokken en stoten op, zodat de knie soepel beweegt. Aan de binnen- en buitenzijde van de knie zit de meniscus. Dit is een soort stootkussen dat van belang is voor schokdemping en stabiliteit. Midden in het kniegewricht ligt de voorste kruisband. Deze zorgt ervoor dat u stabiel kunt lopen en staan. Aan de voorzijde zit de knieschijf, die helpt bij buigen, strekken en kracht zetten.

Voorbereiding

Vooronderzoek door anesthesist 

Vóór de operatie waar een kraakbeenbiopt wordt genomen, krijgt u een vooronderzoek: de Pre-Operatieve Screening (POS). Dit vindt plaats op de POS-poli en wordt uitgevoerd door de afdeling anesthesiologie. Bij de bioptafname heeft spinale anesthesie (een ruggenprik) de sterke voorkeur, omdat er bij de operatie bloed wordt afgenomen en er geen verdovingsmiddelen die bij een algehele narcose worden gebruikt, in het bloed mogen zitten.

Vóór de operatie waarin de terugplaatsing van cellen plaatsvindt, heeft u nogmaals telefonisch contact met de POS-poli. Met dit vooronderzoek krijgen we opnieuw een goed beeld van uw algehele lichamelijke conditie voor de tweede operatie. Ook wordt besproken welke vorm van verdoving (anesthesie) u tijdens de tweede operatie krijgt. 

Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

    • verzekeringspolis ziektekosten;
    • legitimatiebewijs;
    • afsprakenkaart of -brief;
    • alle medicijnen die u gebruikt in de bijbehorende verpakking (ook de medicijnen die niet door een arts zijn voorgeschreven zoals drogistartikelen);
    • een actueel overzicht van de medicijnen die u gebruikt (eventueel zelf op te vragen bij uw eigen apotheek);
    • dieetvoorschriften;
    • op de dag van de operatie gaat u al oefenen met uit bed komen en lopen. Neem daarom ruim zittende kleding mee welke u gemakkelijk aan en uit kunt trekken, bijvoorbeeld een korte sportbroek of trainingsbroek;
    • persoonlijke artikelen (zoals bijvoorbeeld nachtkleding, toiletartikelen, kamerjas, pantoffels, ondergoed, leesbril, boek, tijdschrift, schrijfspullen, handwerk of spelletje, wat geld (maar niet te veel);
    • loophulpmiddel.

Het is verstandig waardevolle spullen en sieraden thuis te laten.  

Voorbereidingen thuis 

Hieronder staan verschillende zaken die u misschien nodig heeft en vóór de opname moet regelen. Mocht dit niet lukken, geeft u dit dan tijdig door aan een verpleegkundige van de verpleegafdeling.  

    • Probeer in uw omgeving hulp te regelen, bijvoorbeeld van uw partner, familie, vrienden of buren. Zij kunnen nodig zijn voor vervoer of hulp in huishoudelijk werk, maar zijn ook belangrijk om alle informatie op te slaan. Twee personen onthouden meer dan één!
    • Huren of kopen van elleboogkrukken. Dit kan bij de thuiszorg, kruisvereniging of bij een particuliere instantie. Deze krukken dient u mee naar het ziekenhuis te nemen.
    • Kopen van een lange schoenlepel.
    • Soms is een krukje of stoel in de douche nuttig. Plaats eventueel handgrepen in de douche en het toilet.
    • Zorg voor een hoge stoel met leuningen en goede zithoogte. Dit betekent dat uw knieën negentig graden gebogen zijn. Uw voeten moeten op de grond kunnen staan. Vraag eventueel de thuiszorg om advies.
    • Zorg voor stevige schoenen, die goed om uw voet sluiten. Instappers zijn handig.
    • Zorg ervoor dat u paracetamol in huis heeft.

Zorg voor een toiletverhoger en eventueel blokken voor onder uw bed om het bed op stoelzithoogte te brengen. Deze zijn verkrijgbaar bij de thuiszorg of kruisvereniging. Het hangt van uw persoonlijke situatie en bijvoorbeeld van uw lichaamslengte of u deze hulpmiddelen nodig heeft. 

Voor de operatie

U ontvangt thuis een brief over de operatie. U wordt geopereerd door een orthopedisch chirurg van ons knieteam. Het kan zijn dat de naam van de operateur dan nog niet bekend is. Een orthopedisch chirurg in opleiding zal mogelijk, onder directe supervisie, een deel van de handelingen uitvoeren. De eerste operatie vindt plaats op de dagbehandeling (F0). De tweede operatie vindt plaats in combinatie met een opname. Dat betekent dat u na de tweede operatie een nachtje blijft slapen. Op de dag van de operatie kunt u zich melden bij de locatie die in de brief staat aangegeven.

De verpleegkundige legt nog even kort uit hoe de opname eruit zal zien en wat u kunt verwachten. In dit gesprek kunt u ook zelf nog vragen stellen aan de verpleegkundige. Voor u naar de operatiekamer gaat, komt er nog een orthopedisch chirurg (in opleiding) bij u langs om de laatste zaken met u te bespreken.

Op de laatste dag voordat de bioptafname zal plaatsvinden, is het belangrijk dat u niet te vet eet. Voor het kweken van de kraakbeencellen is namelijk uw bloed nodig. Eet op de laatste dag dus geen fastfood, vette sauzen, veel olie, vette vleessoorten, kazen, gebak, snacks en koeken. Eet juist wel veel gezonde koolhydraten, zoals volkoren graanproducten, groenten en fruit.
Op de dag van de operatie moet u nuchter zijn. Dat betekent dat u tot zes uur voor de operatie nog mag eten en drinken. Tot twee uur voor de operatie mag u alleen de volgende heldere vloeibare dranken drinken: water, thee (met suiker, geen melk!) of aanmaaklimonade.

U neemt ’s ochtends wel gewoon uw medicijnen in, tenzij de anesthesioloog anders met u heeft afgesproken (eventueel met een slokje water).

Wanneer het tijd is voor de operatie brengen de verpleegkundigen u naar het operatiecomplex. U komt binnen in de voorbereidingsruimte, ook wel holding genoemd. Hier doen we nog een aantal laatste controles en krijgt u een infuus (naaldje in de arm). Via dit infuus krijgt u medicijnen om misselijkheid tijdens en na de operatie te voorkomen, pijnstillers en antibiotica. Het kan even duren voordat u naar de operatiekamer gaat. Meestal zijn er in de voorbereidingsruimte ook andere patiënten die op hun ingreep wachten.

Tijdens de behandeling

Een kraakbeentransplantatie bestaat uit twee ingrepen. De eerste ingreep is het verkrijgen van kraakbeencellen (biopt) en de tweede ingreep is het terugplaatsen van de kraakbeencellen die buiten uw lichaam zijn vermeerderd/opgekweekt. 

Operatie 1: kraakbeenbiopt 

De eerste operatie duurt ongeveer twintig-dertig minuten, tijdens deze operatie worden kraakbeencellen weggenomen. Zodra het stuk kraakbeen uit de knie is genomen, wordt dit gebruikt om nieuwe cellen te kweken. Tijdens de operatie neemt het anesthesieteam bloed af. Dit bloed wordt gebruikt om het kraakbeen mee op te kweken.   

Het kraakbeen wordt steriel in een verpakking naar het kweeklaboratorium vervoerd. Hier wordt direct het kraakbeen opgelost, zodat alleen de kraakbeencellen overblijven. Deze cellen worden vervolgens onder zeer strenge regelgeving en goed gecontroleerde omstandigheden gekweekt en zo vermenigvuldigd. Dit hele proces duurt ongeveer zes tot acht weken, onder andere afhankelijk van de kwaliteit van de kraakbeencellen (chondrocyten) en van de grootte van het kraakbeendefect dat behandeld moet worden.  

Operatie 2: het terugplaatsen van de kraakbeencellen 

De operatie duurt ongeveer een uur. U krijgt de verdoving die afgesproken is. Na toediening van de verdoving, wordt uw knie gedesinfecteerd en steriel afgedekt met lakens. De arts maakt aan de voorkant van de knie een verticale snee van ongeveer vijf tot zeven centimeter. Binnen in de knie maakt hij het kraakbeendefect schoon en klaar voor het terugplaatsen van de kraakbeencellen. De kraakbeencellen worden met een membraan in het defect teruggeplaatst. Wanneer dit is gedaan, sluit de arts de wond met hechtingen. Na de operatie krijgt u een drukverband van watten en een elastische zwachtel om uw knie. Dit is nodig om wondzwelling te voorkomen.

Behandeling kraakbeentransplantatie

Let op: in deze video wordt verteld dat het ongeveer 9 tot 13 weken duurt voordat de transplantatie plaatsvindt. Dit is verminderd naar 6 tot 8 weken.

Na de behandeling

Na de eerste operatie 

De operatie gebeurt op een dagbehandeling. Na de operatie gaat u naar de uitslaapruimte (recovery). Sommige patiënten zijn na de ingreep misselijk of hebben pijn. In de uitslaapruimte krijgt u de eerste periode intensieve controle en behandeling waar nodig. De verpleegkundigen houden hier onder andere uw ademhaling, hartslag en bloeddruk in de gaten. Meestal heeft u een infuus in uw arm. Via dit infuus krijgt u vocht en pijnstilling. Als u voldoende stabiel bent en uw hartslag en bloeddruk zijn goed, dan mag u naar huis. 

Tot aan de tweede operatie kunt u het revalidatieschema volgen. Op de oefeningenpagina's vindt u de revalidatieschema's en bijbehorende oefeningen onder 'fase 0: tot de tweede operatie'.  

Na vier weken heeft u telefonisch contact met de orthopedisch chirurg. Er worden geen nieuwe röntgenfoto's of een nieuwe MRI gemaakt. Vaak is de datum van terugplaatsing dan nog niet bekend. Deze krijgt u later via het planningsbureau door. Er bestaat een kans dat de weefselkweek mislukt doordat het monster van onvoldoende kwaliteit is. De bioptafname moet dan opnieuw.   

Na de tweede operatie 

Na de operatie gaat u naar de uitslaapruimte (recovery). In de uitslaapruimte krijgt u intensieve controle en behandeling waar nodig. Het is normaal dat u (enkele dagen) na de operatie pijn heeft. Tevens kan er een doof gevoel zijn rondom het litteken. Dit ontstaat als er kleine huidzenuwen worden doorgenomen bij het maken van de huidsnede. Dit is niet te voorkomen. Het dove gevoel kan na een tijd weer verdwijnen. Op de operatiedag en de dag na de operatie krijgt u pijnstilling. De anesthesioloog bepaalt welke vorm van pijnstilling u krijgt. Vermindert de pijn door medicatie onvoldoende, vertelt u dit dan tijdig aan een verpleegkundige. Deze kan uw arts vragen een ander medicijn voor te schrijven.   

De dag van de operatie komt de fysiotherapeut van het UMC Utrecht bij u op de uitslaapkamer. Hij/zij geeft adviezen omtrent de revalidatie na de operatie en u oefent onder leiding van de fysiotherapeut het bewegen van uw knie. U krijgt van de fysiotherapeut het revalidatieprotocol mee voor de behandelend fysiotherapeut na uw opame.   

Voor uw ontslag neemt een verpleegkundige nog enkele praktische zaken met u door, zoals de datum van de controleafspraak (voor het maken van de controleafspraak kunt u telefonisch contact opnemen met de polikliniek orthopedie) en het medicijngebruik. Het is raadzaam dat er iemand uit uw omgeving bij dit gesprek aanwezig is. 

U krijgt het volgende mee naar huis:

    • Een verwijzing, een algemene brief en een ontslagbrief voor de huisarts.
    • Recepten.
    • Evaluatieformulier.

Vier weken na ontslag wordt u op woensdag of vrijdag verwacht op de polikliniek orthopedie ter controle van de knie. Deze afspraak geven wij u mee.

De nabehandeling 

Zoals bij elke chirurgische ingreep moet uw lichaam na de operatie herstellen. U dient een revalidatieprogramma te volgen. Daarbij zult u een aantal weken met krukken moeten lopen om de knie te ontlasten. Daarnaast is heropbouw van coördinatie en spierkracht noodzakelijk. Het revalidatieprogramma krijgt u van ons voor u naar huis gaat. Voor een optimaal herstel is het belangrijk dat u zich goed aan het opgegeven programma houdt. Uw fysiotherapeut kan u hierbij helpen.  

Mogelijke complicaties 

Het is normaal dat u enkele dagen na de operatie pijn heeft. Ondanks alle zorg die u en wij aan voorbereiding en de operatie besteden, kunnen er toch complicaties optreden.

    • Er bestaat een kans op infectie van het gebied om de wond heen.
    • Een nabloeding van de wond kan optreden.
    • Soms is het buigen van de knie niet goed mogelijk en doet een buiging pijn.
    • Er is een kans op trombose. Er wordt u een injectie gegeven om de kans hierop te verkleinen, maar er blijft een kans hierop.

Er is een aantal situaties waarin u direct contact op moet nemen met uw behandelend arts. Neem contact op met de verpleegafdeling orthopedie als:

    • Er (meer) vocht uit de wond komt.
    • Roodheid of zwelling en pijn aan de operatiewond toeneemt.
    • De functie van de knie sterk achteruit gaat.
    • U een lichaamstemperatuur van meer dan 38,5°C heeft en u daar geen goede verklaring voor heeft en dit in combinatie met één van bovenstaande verschijnselen optreedt.  

Bij twijfel kunt u ook contact opnemen met uw huisarts.

Vervolg

Fysiotherapie tijdens het coronavirus (Covid-19)

De maatregelen die we op dit moment vanwege het coronavirus in Nederland nemen, kunnen ook invloed hebben op uw revalidatie. Deze maatregelen hoeven niet tot een slechtere uitkomst van uw operatie te leiden, maar u kunt mogelijk wel vertraging oplopen. 

Fysieke afspraken met fysiotherapiepraktijken zijn niet altijd meer mogelijk. Om u toch de zorg te bieden, proberen zij zo veel mogelijk afspraken om te zetten in een videoafspraak. Zo’n videoafspraak kan in een groot deel van de situaties voldoende zijn. Wij adviseren u om uw revalidatie middels deze videoafspraken goed te vervolgen en deze niet stop te zetten. In sommige gevallen kan het noodzakelijk zijn om wel een fysieke afspraak met uw fysiotherapeut te hebben. Dat kan met name (bij een afwijkend beloop) in de eerste fase zijn (tot u probleemloos kunt lopen zonder krukken en een goede strekking van de knie heeft). Uw eigen fysiotherapeut zal inschatten of een fysieke afspraak nodig is.

Hebt u vragen of wilt u meer informatie over de revalidatie? Neem dan contact op met onze fysiotherapeuten via fysioknie@umcutrecht.nl

Het is normaal dat u de dagen na de operatie pijn heeft. De nabehandeling van een fysiotherapeut is essentieel om de knie weer goed te kunnen gebruiken en de kans op terugkerende klachten te verkleinen.   

Er is een aantal oefeningen die u kunt doen om uw revalidatie te versnellen na de operatie. De oefeningen en bijbehorende revalidatieschema's vindt u op onderstaande oefeningenpagina's. Deze zijn ook te vinden in de Mobility Clinic App (Apple en Android). Doe deze oefeningen alleen in overleg met uw eigen fysiotherapeut. Oefeningen en revalidatieschema's:

Hebt u vragen?

Mobility clinic app

Download gratis de Mobilty Clinic app (Apple en Android) voor video's, achtergrondinformatie en oefeningen. De app biedt ondersteuning tijdens het gehele behandeltraject. Bij instellingen kunt u “kraakbeentransplantatie” aanvinken en uw operatiedatum selecteren. 

Polikliniek

Verpleegafdeling

Afspraak

Als u een afspraak wilt maken bij Mobility Clinic, heeft u een verwijzing nodig van uw huisarts of specialist.

Contact en vragen

Hebt u na het lezen van deze informatie nog vragen? Neem dan contact op via Mobility Clinic.